Cuba is boksland nummer één: Nederland verliest 4-1 tijdens boksinterland in Rotterdam

Als je tegen de Cubaanse wereldtop kunt boksen, moet je het niet laten, meent bondscoach Van Bemmel. Het resultaat is wel dat je een enorm pak op je falie krijgt.

Enrico Lacruz wordt geraakt door Lazaro Alvarez Estrada, maar de Nederlander won wel de partij. Beeld Guus Dubbelman

Bewoog Muhammad Ali als een vlinder door de ring, de Cubaanse bokser Julio César La Cruz manoeuvreert als een spook. Het fantoom wordt hij door zijn collega's genoemd. Hij is razendsnel en een meester in het ontwijken. Dansend met de dekking laag. Gek worden zijn tegenstanders ervan.

La Cruz is de regerend olympisch en viervoudig wereldkampioen in de categorie tot 81 kilo. Hij is zondagavond de grote publiekstrekker tijdens de boksinterland tussen Nederland en Cuba in Rotterdam.

Vijf partijen tussen Nederlanders en Cubanen staan op het programma. Het niveauverschil is groot, geeft bondscoach Hennie van Bemmel toe. Hij was vooraf realistisch: 'Het is geweldig dat we tegen de wereldtop kunnen boksen. Maar om de vergelijking met voetbal te maken: wij zijn eredivisie, de Cubanen zijn Real Madrid of Barcelona.'

Het komt niet vaak voor dat zo'n sterke delegatie te bewonderen is in Nederland. De boksinterland in de luxueus aangeklede cruiseterminal was in no time uitverkocht - ook de dure viptafels aan de ring. De doosjes originele Cubaanse sigaren worden tijdens de wedstrijden onder de tafel verhandeld.

Enrico Lacruz wint nog knap de eerste partij van de avond van de drievoudig wereldkampioen Lazaro Alvarez Estrada in de categorie tot 60 kilo, maar alle andere ontmoetingen worden verloren door de Nederlanders. Peter Müllenberg, die vorig jaar de eerste Nederlandse bokser in 24 jaar was op de Olympische Spelen, biedt La Cruz goed partij, maar verliest ook. Eindstand: 4-1 voor de Cubanen.

Zoals verwacht dus. Want Cuba is boksland nummer één van de wereld. In Nederland is het een sport in de marge, op Cuba is het met honkbal de populairste sport. Dat is terug te zien in de prestaties. Van de 77 gouden medailles die Cuba ooit won op de Olympische Spelen, werden er 37 gewonnen bij het boksen.

Cubaanse boksers worden vaak vergeleken met dansers. Van Havana tot Santiago de Cuba klinkt in sportzalen en op pleintjes tussen de bokstrainingen door de salsa. Het ritme van de muziek als een onzichtbare poppenspeler. Alsof ze zweven, zo lichtvoetig verplaatsen ze zich door de ring. Of als een spook dus, zoals La Cruz.

Boksen tegen de Cubanen is een belangrijke eerste stap op de weg naar de Olympische Spelen van 2020, zegt bondscoach Van Bemmel. 'Wil je in Tokio meeboksen om de medailles, dan moet je ook oefenen tegen de beste boksers ter wereld. We willen de komende jaren daarom ook Kazachstan en Oezbekistan uitnodigen. Van verliespartijen kun je veel leren.'

De wedstrijden zondag vallen onder de wat oneerbiedige term 'amateurboksen'. Noem het olympisch boksen. Het verschilt wel van het profboksen. Zo bestaat een olympische wedstrijd uit drie ronden van drie minuten, terwijl de profs vaak tussen de acht en twaalf ronden bezig zijn. Bij het olympische boksen vallen alle vechters onder één bond, het profboksen is verdeeld over talloze bonden.

Cubaanse boksers kozen in het verleden zelden voor een carrière in het profcircuit, omdat ze dan niet konden meedoen aan de Olympische Spelen, de hoogst haalbare eer voor een Cubaanse sporter. Voor communistische regimes waren medailles een vorm van propaganda. Arnold Vanderlyde is ervan overtuigd dat zijn eeuwige rivaal Felix Savon wereldkampioen had kunnen worden bij de profs. Maar de overtuigd Castro-aanhanger bleef Cuba trouw.

Datzelfde gold voor Teofilo Stevenson, die andere vermaarde Cubaanse bokser. Bokspromotors uit de Verenigde Staten deden in de jaren zeventig verwoede pogingen hem over te halen, maar ook hij bleef trouw aan het communisme van Cuba. Stevenson was volgens boksgrootheid George Foreman de enige man ter wereld die de Amerikaanse wereldkampioen Muhammad Ali in zijn hoogtijdagen had kunnen verslaan. Het gevecht tussen Stevenson en Ali kwam er nooit. Stevenson won wel drie olympische titels.

De beste Nederlandse bokser van dit moment is Nouschka Fontijn. Zij pakte in Rio de Janeiro de zilveren medaille na een verloren finale tegen de Amerikaanse Claressa Shields. Helaas voor Fontijn is er zondag geen Cubaanse uitdager. Het land laat zich niet vertegenwoordigen door vrouwen.

'Cubaanse vrouwen zijn gemaakt om mooi te zijn, niet om in het gezicht geslagen te worden', vatte toenmalig bondscoach Pedro Roque in 2009 de houding op Cuba ten opzichte van vrouwenboksen al eens samen.

Fontijn moet daarom in het voorprogramma boksen tegen de Oekraiense Tetiana Petrovych. Ze krijgt een staande ovatie als ze de ring betreedt. De Oekraïense is geen partij voor Fontijn, die goed gebruik maakt van haar lengte. Ze vindt het jammer dat er geen Cubaanse tegenstander te vinden is: 'Maar laten we hopen dat ook op Cuba het boksen snel wordt toegestaan voor vrouwen. Dat meisjes al op vroege leeftijd kunnen gaan boksen.'

Daarna, lachend: 'Hoewel, voor mijn medaillekansen is het misschien maar goed dat ze niet ook nog vrouwelijke toppers opleiden.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden