'Cruijff-veld laat jeugd bewegen en maakt de buurt leefbaar'

Namens de Johan Cruyff Foundation waarschuwt directeur Carole Thate voor de urbanisatie van de samenleving. ‘Voor je het weet is alles van beton.’..

Verbaal sparren met Johan Cruijff is een kunst op zich. Maar als directeur van de Johan Cruyff Foundation – vanwege de internationale allure van de stichting met een y geschreven – heeft Carole Thate het onnavolgbare taalgebruik van de naamgever weten te doorgronden.

Thate, glimlachend: ‘Om het Cruijffiaans te zeggen: het is belangrijker te begrijpen wat hij bedoelt dan dat je luistert naar wat hij zegt. Ook na tien jaar is Johan een bron van inspiratie. Ik leer nog elke dag van zijn inzichten. De woorden van Johan vormen zich tot zinnen die moeilijk over kunnen komen. Maar ik herken de visie achter die woorden, ik proef zijn betrokkenheid bij ons werk. Aan mij de taak om het te vertalen.’

De 39-jarige Thate heeft Cruijff nooit als orakel beschouwd. ‘Hij deelt zijn visie met ons en stelt zich als een teamspeler op. Ik spreek hem geregeld, meestal telefonisch omdat hij in Barcelona woont. Johan is uiteraard mijn voornaamste klankbord. Hij is nu eenmaal de man die de microfoon onder zijn neus krijgt als het om zijn stichting of universiteit gaat. Johan wil dus op de hoogte blijven.’

Ondanks de toenemende kritiek op de vermeende onzichtbaarheid van Cruijff is zijn magie ongebroken gebleven. Alleen al zijn naam opent deuren, aldus Thate. ‘Johan is van iedereen. We hebben de stichting wel inhoud gegeven, we willen niet alleen teren op zijn naam. We zijn meer dan het merk Johan Cruijff. Daarom zijn we trots dat de Johan Cruyff Courts wezenlijk iets bijdragen aan de buurt, waar ze worden aangelegd.’

Vorige week opende Thate in Venlo alweer het honderdste Cruijff-veldje, ter ere van de vorig jaar overleden oud-KNVB-voorzitter Jeu Sprengers. ‘Jeu heeft veel voor ons betekend. Hij besloot namens de KNVB met ons samen te werken. Zo is dit project in een stroomversnelling geraakt.’

Woensdag stond de stichting al op 108. Het project begon in 2003 in Lelystad met een door oud-international Aron Winter gefinancierd veldje. De filosofie achter de Cruijff-velden is onveranderd gebleven.

Thate: ‘We ontwierpen een trapveldje van 42 bij 28 meter, drie keer nummer 14 en twee keer 14, het vroegere rugnummer van Johan en tevens de juiste verhouding voor een voetbalveld. We kozen voor oranje goaltjes en blauw hekwerk, typisch Nederlandse kleuren die ook in ons logo terugkeren. Sport als podium voor de jeugd, de stichting wil meer bieden dan alleen achter een bal aanhollen. Het concept van het eerste veldje is identiek aan wat we nu doen.’

Het Mulier Instituut verrichtte dit jaar onderzoek naar de het gebruik en de effecten van de moderne trapveldjes. Thate: ‘Het blijkt dat zo’n veld niet alleen de jeugd in beweging brengt, maar tevens de wijk een impuls geeft. Het is belangrijk dat de jongeren trots zijn op hun veld, opdat ze er beter mee omgaan dan met andere voorzieningen in de buurt. Het brengt mensen letterlijk tot elkaar.’

Het Mulier Instituut constateerde ook minpunten. ‘We lopen niet weg voor de gedachte dat ons veld ook tot overlast kan zorgen’, zegt Thate. ‘Het trekt soms hangjongeren die veel lawaai maken. De aantrekkingskracht van een veldje kan snel verdwijnen als de organisatie niet deugt. Het blijkt ook dat voetbalclubs opvallend weinig belangstelling tonen voor de veldjes en er dus ook niet van profiteren.’

Tien jaar na de oprichting van de Cruyff Foundation kijkt Thate vanuit haar kantoor uit op het veld van het Olympisch Stadion in Amsterdam, waar de geestelijk vader van de stichting met Ajax legendarische Europa Cupwedstrijden speelde. Thate leidt nu een kantoor met elf medewerkers en trok over de grenzen.

Op de Antillen, Aruba en in Zuid-Afrika werden Cruijff-velden aangelegd. Topspelers of gestopte profs presenteren zich als ambassadeurs van de stichting. Sneijder, Huntelaar, Robben en Elia verbonden hun naam aan een Cruyff Court, Afellay opende een veld in Marokko.

‘In Marokko zagen we opnieuw hoe een sportveld het verschil kan maken’, vertelt Thate. ‘Afellay is een rolmodel in Marokko én Nederland. Hij kan iets teruggeven dat tastbaar is.’

Telkens wordt de brugfunctie van sport benadrukt. Thate: ‘Integratie, vergroten van de leefbaarheid van de buurt, het bijbrengen van normen en waarden zijn onze kernbegrippen. De spelregels die we uit de sport kennen, zijn in de maatschappij aan het verdwijnen. Het klinkt idealistisch, maar wij hopen dat jongeren die oude regels herontdekken door de aanleg van een sportveld in hun wijk.’

Heeft de Cruyff Foundation de tijdgeest niet tegen? Thate: ‘Juist in tijden van crisis moeten partijen investeren in de toekomst. Te dikke kinderen is bijna gezondheidsprobleem nummer een in het Westen. Als we nu niets doen, gaat dat de samenleving straks miljoenen kosten. Ik hoop dat het Nederlandse bedrijfsleven ons wil steunen om mensen te laten sporten.’

Het Cruijff-veldje is geen steentje in een roerloze vijver, benadrukt Thate. ‘Zolang het er ligt, blijven we er bij betrokken. We houden de regie. We hebben de ambitie om 200 velden aan te leggen, er is een landelijke straatvoetbalcompetitie waar 400 scholen aan meedoen. In samenwerking met de Cruyff Institute For Sport Studies wordt de jeugd betrokken bij diverse programma’s op de velden.

‘We zitten op een rijdende trein die kan worden gekoppeld aan bestaande projecten als de prachtwijken, zoals ze nu worden genoemd. We moeten als stichting wel in beweging blijven, want zoveel partijen richten zich nu op sport dat je soms door de bomen het bos niet meer ziet. De sportbuurtwerker die de meeste contacten heeft met onze doelgroep wordt overspoeld door allerlei projecten.

‘Wij willen met onze velden juist de continuïteit waarborgen. Er worden nu veel eenmalige acties georganiseerd die tot versnippering leiden. Het belang van sport wordt algemeen erkend. Maar we moeten ons blijven concentreren op het oorspronkelijke doel van die veldjes, een veilige plek bieden voor de jeugd.’

De Johan Cruyff Foundation waarschuwt voor de urbanisatie van de samenleving. De veldjes worden daarom niet alleen in achterstandswijken aangelegd. Thate: ‘Steden worden volgebouwd. Voor je het weet is alles van beton. De jeugd heeft steeds minder alternatieven om te sporten.

‘Het is in de steden niet meer vanzelfsprekend dat je de straat opgaat om te voetballen. Die ruimte is er niet. Voor gemeenten is het vaak aantrekkelijker om grond te verkopen voor commerciële doeleinden. Wij willen een plek markeren waar de jeugd kan sporten. Er zijn ook te weinig prikkels om naar buiten te gaan.’

Veel kinderen zitten achter een computer, gevangen in hun virtuele wereld. Thate: ‘Een op de vijf kinderen komt al niet meer buiten spelen. Ik vind het een verontrustend signaal. Je hoeft in deze individualistische maatschappij bijna niemand meer te spreken om te kunnen functioneren. Maar zo hoort een samenleving er niet uit te zien.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.