Reportage Cristiano Ronaldo

Cristiano Ronaldo, ‘nederige’ wereldster uit een stad vol verveling

De Portugese voetbalvedette Ronaldo is vele malen bekender dan zijn geboorteplaats: het eiland Madeira. Een bezoek aan de straten en pleintjes waar hij het spel leerde. Portugal speelt woensdag tegen Marokko.

Een standbeeld van Cristiano Ronaldo in zijn geboorteplaats Funchal op het eiland Madeira Beeld EPA

‘Dames en heren, we heten u van harte welkom op...’ De stewardess stokt even, een halve seconde maar, en praat dan verder: ‘… Cristiano Ronaldo International Airport.'

Wie landt op het eiland Madeira, kan niet om de beste voetballer van de wereld heen. De naamsverandering van de luchthaven was een idee van plaatselijke politici, legt de taxichauffeur uit. ‘Door de naam van Cristiano Ronaldo gaat het hele eiland iets meer glimmen. Zelfs veel Portugezen weten niet waar Madeira ligt. Maar Cristiano Ronaldo, die is overal op de wereld bekend.’

De topvoetballer werd hier geboren, in Funchal, de hoofdstad van Madeira. Zoals zo veel mensen op Madeira heeft de taxichauffeur zijn eigen Ronaldo-momentje. Ze voetbalden tegen elkaar toen ze allebei nog jongens waren.

Funchal is een stad vol verveling. Van de locals, die met afhangende schouders en dito mondhoeken nog maar eens een sigaret draaien. En vooral ook van de toeristen – korte broeken, sportieve sandalen – die doelloos langs de boulevard slenteren, terwijl een duo Ecuadorianen tot niemands vreugde ‘El Condor Pasa’ inzet.

Parafernalia

Het CR7-museum, gelegen aan het einde van die boulevard, is een uitkomst voor beide partijen. De toeristen kunnen er hun hart ophalen aan allerlei voetbalparafernalia: gouden bekers, gebruikte schoenen, filmpjes van gescoorde goals. Voor de eilandbewoners is het een mogelijkheid om zich betaald, als suppoost, te kunnen vervelen.

Bij de ingang van het museum is een metershoog beeld van de voetballer opgericht, in de klassieke pose die hij aanneemt nadat hij scoort – handen gebald naast zich, benen gespreid. Het mag dan niet de echte Ronaldo zijn, alsnog wil iedere toerist met hem op de foto. Het beeld vertoont wat slijtage rond de bolling in zijn sportbroek. Blijkbaar zijn er mensen die graag even liefkozend het kruis van de voetballer aanraken.

Cristiano Ronaldo poseert met een wassen beeld van zichzelf tijdens een bezoek aan het CR7-museum in juli 2016 Beeld EPA

Funchal is gebouwd op hellingen die aflopen naar de zee. De buurt waar Cristiano Ronaldo vroeger woonde, Quinta Falcão, ligt een eind omhoog vanaf het centrum. Zijn huis staat er niet meer. Het kwam leeg te staan toen Ronaldo voor zijn moeder een grotere woning kocht, en raakte verwaarloosd. Dat gaf een slechte indruk: de lokale overheid besloot het te laten slopen.

Maar de rest van de buurtje met sociale woningbouw is nog hetzelfde als altijd. Lage huisjes met daken van asbest of van golfplaten. Tuinen waarin aardappelen, courgettes en bonen worden geteeld.

Hier voetbalde Cristiano Ronaldo op straat en op pleintjes, vertelt zijn peetvader Fernão Sousa (64). Hij herinnert zich hoe de moeder van Cristiano hem op een dag opsloot zodat hij zijn huiswerk zou maken. 'Plotseling hoorde ze zijn stem van buiten', zegt Sousa met een glimlach. ´Hij was door het raam geklommen.’ En natuurlijk, hij was aan het voetballen. Hij deed nooit iets anders. ‘Cristiano was erg verlegen’, zegt zijn peetvader. ‘Alleen op het voetbalveld deed hij zijn mond open.’

Ongewenst kind

De voetballer was een nakomertje, een ongewenst kind. Zijn moeder probeerde een abortus op te wekken door donker bier te drinken en door te rennen tot ze niet meer kon, biechtte ze op in haar biografie. Maar het kind werd geboren, en het werd Cristiano Ronaldo genoemd, een vernoeming naar de Amerikaanse president Ronald Reagan.

Toen moest het kind gedoopt worden, in de witte kerk van Santo António met haar twee torens, en er was een peetvader nodig. De vader van Cristiano werkte als materiaalman bij CF Andorinha (FC Zwaluw). Hij vroeg de aanvoerder van het voetbalteam – dat was Fernão Sousa.

De vader van Cristiano nam het jochie op zijn zevende mee naar CF Andorinha, en in 1993 speelde hij zijn eerste officiële wedstrijd. In die tijd was Rui Santos de voorzitter van de voetbalvereniging. Inmiddels is hij burgemeester van het district Santo António, en daar is hij te vinden in het gemeentehuis. Op de gevel is een groot portret van Ronaldo geschilderd.

Santos (57) zit in zijn werkkamer achter een groot bureau, een bureau dat moet laten zien dat hij belangrijk is. ‘In het begin was Cristiano Ronaldo hetzelfde als de rest’, vertelt hij – bovenste knoopje van zijn overhemd open, wit borsthaar duidelijk zichtbaar. ‘Het grootste verschil met de anderen was dat hij per se wilde winnen. Als zijn team verloor, en dat gebeurde vaak genoeg, dan moest hij huilen. Niemand had toen gedacht dat dit jongetje ooit op het WK zou staan.’

De voormalige voorzitter van de voetbalclub herinnert zich dat Ronaldo altijd met een bal in de weer was. Maar dat hij zo ver is gekomen komt volgens hem ook door de mentaliteit van de mensen op Madeira. ‘We leven hier omringd door de zee. Maar altijd wilden we ontdekken wat er achter de horizon ligt. Ronaldo is de maximale uitdrukking van hoe wij zijn.’

Zuinig

Voor de burgemeester is het ‘een trots en een eer dat Cristiano Ronaldo een zoon van deze aarde is’. Het is alleen jammer dat het weinig oplevert, voegt hij er direct aan toe. ‘De clubs die spelers opleiden vanaf hun twaalfde, krijgen een deel van de som die bij transfers wordt betaald. Maar toen Ronaldo bij ons speelde, was hij veel jonger. Wij krijgen niks.’

En de voetballer zelf, staat die zijn oude clubje financieel bij? ‘Nauwelijks’, zegt Santos met een zuinig gezicht. ‘Hij heeft wel eens tenues gekocht voor de jongens van de voetbalschool. Eén keer.’

Door tussenkomst van zijn peetvader stapte Ronaldo na een paar jaar over op CD Nacional, een van de twee grote clubs van Madeira. Het onderkomen van Nacional ligt aan de andere kant van Funchal, hoog op een berghelling. Hier trainde Cristiano Ronaldo, in de tijd dat het veld nog van aangestampte aarde was. Er zijn dagen waarop het stadion en de trainingsvelden schuilgaan in een dichte mist. Vandaag is zo’n dag. De eerste paal van het doel is vanaf de hoekvlag nauwelijks te onderscheiden.

Uit die mist komt Pedro Talinhas (46), tegenwoordig directeur jeugdvoetbal, tevoorschijn. Talinhas was lang geleden de trainer van Cristiano Ronaldo. Op de teamfoto van het seizoen 1996/1997 staan ze allebei, de één een jongetje met een volle bos haar, de ander een slungelige jongeman. Nu houdt Talinhas trots het shirtje omhoog waarin Ronaldo destijds speelde, in het ‘museum’ van de club – een kamertje met vitrinekasten vol bekers en medailles.

Huilen

Ook Talinhas herinnert zich dat Ronaldo altijd huilde als hij een wedstrijd verloor. ‘Hij was toen al de beste speler van Madeira’, zegt hij ook. ‘Heel snel. Hij had een heel goede techniek. Kon met het ene been hetzelfde als met het andere.’ Wat hij Ronaldo heeft geleerd? ‘Niets speciaals. Dat hij meer met zijn team moest spelen, minder alleen. Hij wilde altijd op het doel af. Een individualist.’

De voetbaltrainer herinnert zich hoe de vader van Ronaldo, inmiddels al jaren geleden overleden, altijd op de tribune zat. Hij was gemeentewerker, zo iemand die straten schoonhoudt. Een man die veel dronk, dat ook. ‘Maar dat gold in die tijd voor veel madeirenses. Er waren overal tascas waar de lokale wijn rijkelijk vloeide. Het was een heel aardige man. Hij zat altijd stil te kijken naar de wedstrijd.’

Heeft Ronaldo zijn afkomst verloochend, met zijn talloze villa's en luxeappartementen (waaronder eentje in de Trump Tower), zijn wagenpark van dure auto's, zijn privévliegtuig dat groter en sneller is dan dat van alle andere voetballers? Nee, denkt zijn oude trainer. ‘Hij blijft een nederig persoon. De mensen die dichtbij hem staan zijn nog steeds het belangrijkst voor hem.’

Cristiano Ronaldo poseert met zijn individuele prijzen op Madeira Beeld AFP

Kijk maar naar dat museum dat hij heeft laten bouwen op Madeira. ‘Daar had hij veel meer geld mee kunnen verdienen als hij het in Spanje of Engeland had neergezet. Ook op Instagram post hij vaak foto’s van Madeira. Hij doet zijn best om reclame te maken voor zijn land. Ik ben Ronaldo daar dankbaar voor. En trots ben ik ook, heel trots.’

Ajax

Er kwam een moment dat Cristiano Ronaldo zijn geboorte-eiland ontsteeg. Opnieuw was het zijn peetvader Fernão Sousa die hem naar eigen zeggen verder bracht. ‘Ik had graag gewild dat hij naar Ajax was gegaan’, vertelt Sousa, bij een kop koffie in de bar bij het CR7-museum. ‘Ik wist dat daar een goede jeugdopleiding zat. En er speelde daar nog een Portugees. Kom, hoe heet hij ook alweer. Dani! Maar ja, ik had in Amsterdam geen contacten.’

Sousa kende wel de plaatsvervangend procureur-generaal op Madeira, een man met ingangen bij Sporting in Lissabon. Het lijntje werd gelegd, Ronaldo mocht langskomen en hij werd geselecteerd. Sousa: ‘Cristiano had het daar eerst niet gemakkelijk. Saudades, hij miste zijn moeder, zijn familie. Op een gegeven moment zond Sporting hem zelfs terug naar Madeira. Hij was zo triest, en ze wilden daar geen trieste voetballers. Ik heb toen op zijn moeder ingepraat. Hij is de toekomst van deze familie, zei ik. Ik voelde me verantwoordelijk voor hem. Hij is toen teruggegaan naar Lissabon, en zijn moeder is ook daar gaan wonen.’

En nu? Ja, hij heeft nog contact met Ronaldo, zegt zijn peetvader. ‘Hij is heel gul. Als ik hem om kaartjes voor een voetbalwedstrijd vraag, dan regelt hij die.’ Arrogant? ‘Nee. Hij is heel gewoon. Als hij me ziet, dan roept hij: o padrinho! En dan omhelst hij me, altijd.’

Biljartcafé

Ook in zijn oude buurt laat Cristiano Ronaldo zich nog wel eens zien. Er is daar één bar, voor het gemak Quinta Falcão geheten, net als de buurt zelf. Mannen die te oud zijn om te voetballen doen hier aan biljart. De broer van Ronaldo schijnt hier vaak te komen om een kaartje te leggen. Aan de muur hangen twee ingelijste shirtjes: één met Ronaldo, en één met Joel – de naam van de barkeeper, zelf ook een voormalig profvoetballer. Hij haalt zijn telefoon tevoorschijn om een foto te laten zien waarop de twee om de bal vechten.

Ja, Ronaldo komt hier wel eens, zegt Joel Santos (43). Met een lach: ‘Biljarten kan hij niet zo goed, hij is beter in tafelvoetbal.’ De laatste keer dat Ronaldo werd gesignaleerd was in december. ‘Hij was met zijn vriendin Georgina, om te laten zien waar hij vandaan komt’, zegt Joel. ‘Maar onmiddellijk had hij de halve buurt achter zich aan. Na een paar minuten schudde hij zijn hoofd, maakte een verontschuldigend gebaar en ging weer weg.’ Hij kijkt er begripvol bij.

Terwijl op de gebutste tv van het biljartcafé een oefenwedstrijd van Portugal begint, wordt ook op het betonnen veldje in de buurt gevoetbald.

Toekomstige Ronaldo’s? Daarvoor is er ten minste één wat aan de oude kant. Hij wil zijn volledige naam niet zeggen, maar die staat op zijn rug. En van deze naam zijn er niet miljoenen op de wereld verkocht.

Sergio Teles. Hij is 25 jaar. Een atletisch figuur, oorbel, tattoos, vriendelijk gezicht. Wil absoluut niet op de foto. Heeft hij vroeger met Ronaldo gespeeld? Ja, zegt hij, op dit pleintje, tussen de bananenbomen. 'En later ook met Deportivo La Coruña tegen Real Madrid.' Zijn profcarrière liep niet zoals hij wilde, hij speelde een paar jaar in Bulgarije, en nu 'wacht hij op een nieuwe club'. Voor het wereldkampioenschap werd hij niet opgeroepen.

Dit is de andere kant. Zo kan het ook lopen. Sterker: zo loopt het bijna altijd af. Voor iedereen die niet alle tegenslag op een ongelooflijke manier weet uit te spelen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.