Coulthard neemt het leven en zijn vak serieuzer dan ooit

Aan het begin van het race-seizoen ontsnapte auto-coureur Coulthard aan de dood toen de helikopter waarmee hij naar de Grote Prijs van Spanje werd gebracht neerstortte....

ER ZIJN mensen die menen dat David Coulthard pas sinds zijn vliegtuigongeluk, eerder dit jaar, heel serieus op jacht is naar de wereldtitel. Hij zelf noemt het uitspreken van dit vermoeden onbeschoft. Maar ontkennen kan ook Coulthard niet dat hij heel erg is veranderd dit seizoen. De gedoodverfde nummer drie van het wereldkampioenschap Formule 1 is bezig aan verreweg zijn beste race-seizoen tot nu.

Na twee seizoenen in de schaduw van Schumacher en Hakkinen te hebben gereden lijkt Coulthard (29) dit jaar alle schroom van zich af te hebben geworpen. Na de zegereeks van Michael Schumacher aan het begin van dit seizoen, nam niet Mika Hakkinen, maar teamgenoot Coulthard het voortouw in de achtervolging op de Duitser. Met een paar klinkende overwinningen heeft hij het gat met Schumacher in het klassement inmiddels bijna gedicht.

'Ik heb in de laatste paar races een andere Coulthard gezien', zegt zijn voormalige mentor Jackie Stewart over de metamorfose die de Schot heeft ondergaan. 'Misschien heeft hij het bij Williams en later McLaren iets te gemakkelijk gehad doordat hij altijd het beste materiaal bezat. Hij lijkt zich nu te realiseren wat er op het spel staat en wat hij dit jaar kan bereiken.'

Stewart legt de vinger precies op de zere plek. Al ruim twee jaar beschikt Coulthard met teamgenoot Hakkinen over de beste auto's, maar in tegenstelling tot de Fin heeft hij daaruit geen munt geslagen. In 1998 werd hij derde, na Hakkinen en Schumacher, en in 1999 moest hij ook Irvine nog laten voorgaan en eindigde hij als vierde. Een frustrerende situatie voor de Schot, die van zichzelf zegt dat hij niet onder doet voor Hakkinen.

Hoe zwaar hij het met zijn ondergeschikte positie heeft gehad, was vorig jaar onder meer te zien tijdens de Grand Prix van Oostenrijk, toen hij overmoedig dacht Hakkinen in de eerste bocht te kunnen passeren en hem vervolgens naast de baan zette.

Buitengewoon emotioneel kan Coulthard reageren als hem onrecht wordt aangedaan, zowel op als buiten de baan. Op een bijna desperate manier klampt Coulthard zich vast aan zijn laatste kans. 'Ik zit nog steeds bij McLaren, alhoewel ik geen wereldkampioen ben geworden. Dat is heus niet omdat ze geen andere coureurs konden vinden, maar omdat ze me willen behouden. Blijkbaar doe ik mijn werk goed.'

Coulthard, die meer dan 100 Grands Prix op zijn naam heeft staan, maakte zijn debuut in de Formule 1 in 1994, als vervanger van de op Imola omgekomen Ayrton Senna. Als teamgenoot van Damon Hill maakte hij in de Williams meteen een gedegen indruk. Dat hij als jonge coureur in 1995 echter niet meteen kon meedoen aan de strijd om de beste plaatsen, kan hem moeilijk kwalijk worden genomen.

Met vijf pole positions, een overwinning in Estoril en de derde plaats in het kampioenschap bewees de Schot dat hij als autocoureur uit het juiste hout is gesneden. In het laatste deel van het seizoen was hij Hill, die langzaam aan kopje onder ging in de strijd tegen Schumacher, zelfs regelmatig te snel af. Maar dat jaar was hij duidelijk nog niet constant genoeg om mee te doen voor de hoofdprijs.

Nadat hij in 1994 reeds een voorcontract had getekend bij McLaren, moest Frank Williams de Schot in 1996 laten gaan. Voor Coulthard betekende de transfer naar McLaren een stap terug, maar wel een keuze voor een omgeving waar hij rustig aan de opbouw van zijn carrière kon werken. In tegenstelling tot de nukkige Frank Williams staat McLarens teambaas Ron Dennis immers niet bekend als iemand die voortdurend aan de stoelpoten van zijn eigen coureurs zaagt.

McLaren, dat halverwege de jaren negentig de minste periode uit zijn geschiedenis doormaakte, verkeerde net in een opbouwfase. Nadat het contract met de tegenvallende motorenleverancier Peugeot was beëindigd, werden eerst Mercedes Benz en later ontwerper Adrian Newey binnengehaald om het team uit het slop te halen.

Dat resulteerde in een nieuwe bloeiperiode, die zich in 1997 al voorzichtig aankondigde. Het was juist Coulthard die dat jaar met twee overwinningen de potentie van de nieuwe combinatie aantoonde. Die twee eerste plaatsen, in Australië en Italië, hadden er drie kunnen worden, als hij niet op last van teameigenaar Ron Dennis tijdens de Grand Prix van Europa in het Spaanse Jerez het rempedaal had moeten intrappen voor zijn teamgenoot Mika Hakkinen.

Het was een goedmakertje van Dennis voor zijn oogappel Hakkinen, die bij een zware crash in 1995 bijna het leven had gelaten. Dat hij die ene keer zijn voet van het gaspedaal moest halen, daarmee kon Coulthard nog wel leven. Dat hij de Fin in de openingsrace van 1998 in Australië nogmaals moest laten passeren, beviel hem minder. Ostentatief wachtte hij tot op het laatste moment voor de streep om Hakkinen voorbij te laten gaan. En nog steeds zinspeelt hij erop dat het team hem voor die gunst wel eens zou kunnen terugbetalen.

Er zijn momenten geweest in Coulthards carrière dat hij voelde dat hij niet helemaal onpartijdig behandeld werd, zegt Dennis over die affaire. Maar die behoren tot het verleden. 'Hij weet dat het in ons eigen belang is onze beide rijders gelijkwaardig te behandelen. Ik ben ervan overtuigd dat hij daar nog meer zelfvertrouwen uit kan putten. Ik denk dat dit zijn beste jaar kan worden.'

Dennis is niet de enige die dat denkt, de Schotse autocoureur beseft het zelf ook. 'Ik heb Mika Hakkinen de afgelopen twee seizoenen weliswaar niet verslagen, maar ik heb mij wel in individuele races de betere getoond. Het zal me niet gemakkelijk worden gemaakt, maar ik denk dat er een punt komt dat een rijder er mentaal en fysiek zo goed voorstaat, dat hij op de piek van zijn mogelijkheden zit. Ik heb het gevoel dat ik dat moment benader.'

Coulthard heeft gelijk, hij heeft de laatste twee jaar een aantal prachtige overwinningen behaald, maar hij ziet twee belangrijke zaken wel erg gemakkelijk over het hoofd. Ten eerste is Hakkinen nog altijd beter in de kwalificaties en ten tweede is Coulthard zelf niet altijd even consistent geweest. 'Natuurlijk is Mika erg sterk in de kwalificaties. Koppel dat aan de betrouwbaarheid van zijn auto en opeens kan hij de kampioenschappen oprapen. Niet om zijn prestaties te kleineren, maar ik denk dat het aantoont dat er niet zo'n heel groot verschil tussen ons is als sommige mensen wel denken. Vorig jaar was hij gemiddeld tweetienden sneller in de kwalificatie, een jaar eerder was dat nog bijna een halve seconde. Ik kom steeds dichterbij.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden