ReportageGrote Prijs Vermarc

Coronavrij koersen: het peloton mag weer los in Vlaams Brabant

Het wielrennen is weer begonnen, uiterst voorzichtig in Vlaams Brabant. De Grote Prijs Vermarc was de ouverture waar lang naar was uitgekeken. Zonder publiek bij start en finish.

Na afloop van de koers komen winnaar Sénéchal (l) en de nummers 2 en 3 vanwege coronamaatregelen bij in het open veld. Journalisten kijken toe.Beeld Klaas Jan van der Weij

De kermiskoers werd voor de gelegenheid opgewaardeerd tot een wereldevenement. Wielrennen ging weer van start in ‘het heilige land van de koers’, sprak Fabio Jakobsen, de Nederlandse favoriet voor de Grote Prijs Vermarc die op een druilerige Vlaamse zondag in juli een soort van heropening van het wielerseizoen betekende.

De uitslag van de eerste West-Europese wedstrijd-na-corona was van beperkte betekenis. Jakobsen, de vooraf gevreesde sprintkoning, eindigde bij de allerlaatsten en zwaaide bij het passeren van de finishlijn vrolijk naar de winnaar, zijn Franse teamgenoot Florian Sénéchal.

Dat het peloton weer los mocht, dat was deze dag van grotere waarde. Een trainingswedstrijd, zo kwalificeerde John Degenkolb, de Duitse oud-winnaar van Parijs-Roubaix, die er ogenschijnlijk weinig zin in had. Het gedrang bij de start, rond wielerlegende Eddy Merckx in de rol van vlaggenist, sprak evenwel boekdelen.

Als jonge koeien, zo ging het spul de wei in. Het asfalt lonkte, zelfs de enkele kassei nodigde uit voor de 166 renners die geen schrik bleken te hebben voor de straffe wind.

Het spektakel bij de start, in een afgeschermd terrein, was een surrealistisch gezicht voor wie de coronamaatregelen van de laatste maanden in het vizier had. De renners schoven hun lijven boven op elkaar, toen de organisatie bij de start een minuut stilte inluidde ter nagedachtenis aan de een dag tevoren in koers gestorven renner Niels de Vriendt. Om hen heen stonden begeleiders en volgers, meestal op minder dan anderhalve meter sociale afstand maar wel keurig voorzien van mondkapjes en buffjes om aerosolen te voorkomen.

Merckx, de wielerlegende op jaren, gaf na het zwaaien van de vertrekvlag interviews aan tal van tv-stations, voorzien van een keurige mond- en neusbedekking. De Zwarte van Tervuren (‘ik denk dat dit verantwoord is’) hield zich strak aan de regels.

Dat was anders bij de doorkomst in Wezemaal, een stadje aan het vijftien kilometer metende parkoers. Daar stond het wielerminnende volk, pintje in de hand, schouder aan schouder om de karavaan te bewonderen. Dit was de eerste editie van de Grote Prijs Vermarc, in recordtijd uit de grond gestampt om het verlangende peloton en het dorstende volk te bedienen.

Verderop, bij het finishterrein, werd geen publiek toegelaten. Dat was om sanitaire redenen. Toen een groepje fans via een bietenveld trachtte de uitgestorven finishstraat te bereiken, werden zij zonder pardon teruggestuurd.

Sénéchal wint GP Vermarc, er mocht geen publiek bij de finishBeeld Klaas Jan van der Weij

De prijsuitreiking was minstens zo coronavrij georganiseerd. De eerste drie, Sénéchal, de Nederlander Riesebeek en de Belg Campenaerts, moesten van een tafel hun eigen bloementuil pakken en het kistje met wijn dat zij hadden verdiend. Er was geen kusmiss.

Voorzichtigheid om de zaak niet bij de eerste heropening te bederven, iedereen sprak ervan bij de start. Fabio Jakobsen, de man die op 8 maart zijn laatste koers, de Grote Prijs Jempy Monseré, winnend afsloot, had het over het peloton, waarvan hij niet wist of iedereen wel zo gezond was. Zijn ploeggenoten van Deceuninck-Quickstep, die waren prima, ‘maar van de rest weet je het nooit’.

Jakobsen was tweemaal getest op corona. Hij vond het vergelijkbaar met een dopingcontrole, ‘niet leuk zo’n stokje diep in de neus’, maar wel noodzakelijk. Het wielrennen, in de in Europa wat wegebbende coronagolf, moet weer van start. ‘Je moet een keer beginnen’, aldus Jakobsen die sprak van een ‘testevenement’ en ‘bijna een experiment’.

De meevallers van deze wielerdag, aldus de Nederlandse renner: ‘Geen publiek bij de start. En bij de finish. Het speelt zich hier af in de buitenlucht. En het zijn in dit veld vol talentploegen vooral veel jonge renners. Die behoren niet tot de risicogroep.’

De ploeg van kopman Jakobsen deed uiteindelijk waar het voor kwam: winnen. De jonge Nederlander Oscar Riesebeek liet zich in de slotronde verrassen door de ijzersterke Fransman Sénéchal. Gezeten in de velden, tussen mais en peen, ging het bij Riesebeek geen moment over die vermaledijde tweede plaats. Hij sprak alleen maar van het genoegen dat hij weer de racefiets in een veld van concurrenten had kunnen laten spreken. De solotrainingen, later de groepjes van drie of vier en ten slotte die van tien, het was allemaal surrogaat geweest voor het echte wielrennen.

‘Een echte wedstrijd, die was lang geleden. Ik ben zo blij dat we weer kunnen koersen. Ik heb hier heel erg naar uitgekeken. Ik had gedacht eerst mijn hoogtestage in Frankrijk te doen en dan pas te koersen. Maar deze wedstrijd in België kwam er plots tussen. Een meevaller’, aldus Riesebeek.

Of hij deze wedstrijd van 154 kilometer, waarin hij met zijn lange benen stevig tekeer was gegaan, bang was geweest voor een besmetting, was een vraag die gesteld moest worden. ‘Nee’, sprak de Nederlander. ‘Er zijn maatregelen. Die worden opgevolgd. Dat is essentieel. Ja, er is zo minder sfeer aan de meet, maar dat is echt het beste voor iedereen. En ja, ik word een keer per twee weken verplicht getest door mijn ploeg’, zo vertelde hij op een centimeter of 130, 140 van de vragenstellers, mannen met mondkap.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden