Conditie naar de knoppen door verblijf in cachot

Drie dagen na zijn vrijlating uit een Zweedse cel staat Arjan Mombarg alweer op de ijzers...

Al na een rondje of twintig houdt de bajesklant het voor gezien op het ijsovaal van de Jaap Edenbaan. Te veel zuur in de benen als gevolg van een onvrijwillig verblijf van zeventien dagen in een Zweeds cachot. Nog een klein wonder dat hij er in de marathon nog zo veel rondjes heeft weten uit te persen.

Arjan Mombarg heeft zaterdag in Amsterdam wel wat beters te doen dan het lijf te maltraiteren. Dat heeft al genoeg geleden tijdens zijn eenzame opsluiting, waar pas afgelopen woensdag een eind aan kwam. ‘Mijn conditie is helemaal naar de filistijnen.’

Dus stapt de 34-jarige duuratleet tegen zijn natuur in voortijdig van het ijs, duikt onder de douche en haast zich vervolgens naar de kantine, waar hij tussen de hartversterkertjes door in oorstrelend Vordens verhaalt over zijn vermeende criminele activiteiten die hem in een Zweedse cel deden belanden.

Mombarg bevindt zich op 20 januari in Börlange, een Zweedse plaats waar marathonrijders wel vaker neerstrijken. Hij rijdt er die zaterdag een wedstrijd en besluit na afloop met een groep strijdmakkers wat te drinken in een café en zijn honger te stillen in een belendende snackbar. In beide gelegenheden worden de Nederlandse schaatsers belaagd door knoklustige jongelui, een man of zeven. Er wordt gedreigd en bedreigd en over en weer vallen er klappen.

Ineens ziet Mombarg het bebloede hoofd van Roel van Hest en hij schrikt nog meer als een ander stapmaatje, Peter de Vries, knock- out wordt geslagen. Hij kan zich niet langer beheersen. ‘Ik vlieg ernaar toe en probeer mijn kameraden uit hun benarde positie te bevrijden. Niets meer, niets minder.

‘Dan krijg ik ineens die Zweedse meute over me heen. Zij slaan, ik sla terug. Vervolgens word ik van achteren vastgegrepen. Nou ben ik de lul, dacht ik, en haal uit met mijn elleboog.’

Die elleboog landt precies op het gezicht van een plaatselijke diender. Die loopt een blauw oog op en een – naar eigen zeggen – op drie plaatsen gebroken oogkas. Mombarg probeert de zaak te sussen door te verklaren dat de agent een muts droeg en hij derhalve niet kon weten dat het hier ging om iemand van het bevoegd gezag.

De gehavende politieman heeft er geen oren naar, dient een aanklacht in en Mombarg belandt in de cel. Twee weken voorlopige hechtenis, door te brengen in ‘een hok van twee bij drie meter’.

Terwijl zijn collega’s onderwijl alweer vrolijk rondzwieren voor hun jaarlijkse schermutselingen op het natuurijs van de Weissensee, moet Mombarg in zijn Zweedse minicel zien te overleven.

Dat gaat hem goed af. ‘Ik ben nu eenmaal een harde jongen, ik kan wel tegen een stootje.’ Het eten kan er mee door en over de behandeling geen woord van kritiek, maar ‘het is natuurlijk geen Centerparcs’.

Na twee weken en twee dagen verschijnt Mombarg voor de rechter. Die accepteert zijn uitleg dat het om zelfverdediging ging en spreekt hem vrij. Mombarg stapt nog diezelfde dag op het vliegtuig naar Schiphol, waar hij met vrouw en kind wordt herenigd.

De Vordense bikkel is nog niet thuis of het begint alweer te kriebelen. De marathon in Amsterdam lonkt. Maar is het wel verstandig zo snel de draad weer op te pakken? Mombarg weet dat zijn conditie heeft geleden in het cachot, maar meldt zich toch maar aan de start. Kilometers maken is nu eenmaal zijn passie.

Niet dat hij mikt op een grootse zege. ‘Dit wordt een wedstrijd van niks, let maar op.’ Een uur later flitst Miel Rozendaal als eerste door de finish, gevolgd door Henk Angenent en de Franse snelheidsduivel Loy. Mombarg zit dan allang hoog en droog in de kantine. Drankje doen en in geuren en kleuren aan iedereen die het maar horen wil vertellen over zijn Zweedse gevangenschap.

Eigenlijk is het een klein wonder dat de ex-gedetineerde twintig rondjes op de been blijft. ‘Ik denk niet dat ik in die cel geleden heb. Wel is mijn conditie ernstig verslechterd. Ik ben altijd trots geweest op mijn turbobenen. Moet je die nu eens zien. Spillenpootjes zijn het geworden. Mijn spijkerbroek zat altijd strak om mijn dijen, nu floddert die maar wat in het rond.’

Er is nog maar weinig tijd om de spiermassa weer op het oude niveau te brengen. De eerstvolgende grote wedstrijd dient zich alweer aan. Op 10 maart wordt hij verwacht in Zweden, op het natuurijs van Östersund. Of eerder in eigen land, als het tenminste wil gaan winteren. ‘Het moet gauw gaan vriezen. Dan haal ik de voorpagina’s pas echt.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden