interviewBerber en Tjalling van den Berg

Coach Tjalling van den Berg over turnen en de kunst van het iedereen heel houden

Tjalling van den Berg stond in Nederland aan de basis van het ‘soft turnen’. De drilmethoden en intimidaties maakten plaats voor persoonsgerichte trainingen. Zijn dochter Berber van den Berg zag het als turnster gebeuren.

Sportpsycholoog Berber van den Berg en turncoach Tjalling van den Berg. Beeld Klaas Jan van der Weij

Tjalling van den Berg en zijn dochter Berber kennen het Nederlandse vrouwenturnen als geen ander. In Heerenveen bevolken zij al sinds mensheugenis de turnzalen, eerst op lerarenopleiding Cios, later in het Epke Zonderland Turncentrum. Ze waren erbij, spraken erover en hadden, soms, hun gedachten. Maar altijd met het idee dat het beter moest, anders moest.

Tjalling: ‘In 1975 begonnen we in van die antieke gymzaaltjes. Er was één groot instituut, dat van de Hongaarse bondscoach Eva Bartha, op Papendal. Daar keken we naar. Hét voorbeeld. De sport was hard, maar de toestellen waren nog harder. Toen ben ik begonnen met de ontwikkeling van soft turnen, met Dick Sol. In 1990 kregen we in Heerenveen een eigen accommodatie, gekoppeld aan het Cios. We gingen zelf coaches opleiden, we hadden te maken met de laatste fases van de harde cultuur, naar Oost-Europees voorbeeld. Rietje Bijlholt was nog de coach, van de oude school. Er kwam een transitie. In 2000.’

Berber: ‘Ja, het was hard. Dat kan ik me herinneren als jonkie. Er waren zaterdagen dat we drie keer trainden. De laatste dag van de week, met dertig trainingsuren. En dan drie trainingen. Dat werd daarna anders. Misschien is dat het voorbeeld van de verandering.’

Tjalling: ‘Wij hadden hier in Heerenveen een botsing van culturen. Het was de keuze tussen het jonge kader van ons Cios, met Gerben Wiersma als bekendste gezicht, en het oude, harde Oostblok-systeem. De jonge coaches zeiden: het moet anders, de hardheid moet er af. We kregen ook teveel klachten van ouders. Toen hebben we de keuze gemaakt voor de lijn van Wiersma. Het was de sporter heel houden, fysiek en mentaal. Dat was toen een enorme ingreep. De bond, de KNGU, durfde niet in te grijpen. Toen ook al niet.’

Berber: ‘Het werd anders. Als er werd geschreeuwd, dan werd er in het begin niet te veel van gezegd. Dan werd de trainer niet echt teruggefloten doorzijn collega’s. Kwestie van hiërarchie. Pas later ging jij, Tjalling, meer coachen. Van hee, dit is niet normaal.’

Tjalling: ‘De nieuwe hoofdcoach werd Gerben Wiersma. Hij was een volleyballer, niet eens een goede turner. Maar hij had een eigen mening over turnen. Hij en ook Daniël Knibbeler, de coach van Epke Zonderland, waren veel slimmer in het heel houden van hun pupillen. Dat was ook ons eerste doel. We wilden ze niet met 17 jaar kwijt zijn.’

Berber: ‘Maar we stonden wel dertig uur per week in de zaal. Verdeeld over turnen, op vier toestellen, choreografie, kracht, lenigheid en ballet. Als trainer zoek je manieren. Als het in andere landen zo gebeurt en die landen zijn succesvol, dan ga je dingen kopiëren. De dingen die wij deden waren niet anders dan wat ze in Rusland, China of de VS deden.’

Tjalling: ‘Wij ontwikkelden wel speciale voorzieningen, een valkuil van lucht, schuimblokken, een airtumblingbaan, zachte springplanken. We wilden de veiligheid opvoeren. En we gingen van kwantiteit naar kwaliteit.’

Berber: ‘Er werd wel gewogen. Minstens een keer per week. Met de groep op zo’n rijtje. We zagen er tegenop. Dan maar een training niet drinken, voor die paar tienden minder. Op latere leeftijd mochten we gelukkig zelf naar het weegkamertje, zonder dat de trainer erbij stond. En we gaven ons eigen gewicht door. Wel wat anders dan dat vrijdagmiddag wordt geroepen: wegen.’

Tjalling: ‘Maar er zat wel een gedachte in. Iemand die twee, drie kilo zwaarder is en die haalde voorheen de dubbele salto, die haalt het met die extra kilo’s niet meer. Daar moet je naar kijken. Zeker als de groeispurt er komt, bij de 15-jarigen, en er komt gewicht bij, dan wordt het gevaarlijk.’

Berber: ‘Als turnster voel je dat. Als ik een brugoefening deed en ik was twee kilo zwaarder, dan haalde ik ’m niet. Je komt niet door. Die 40, 50 seconden ga je niet redden. Want je zwaartepunt en trekkracht veranderen. En als ik te licht was had ik weer onvoldoende power. Dat ging ten koste van mijn vloeroefening. De eerste 45 seconden zijn prima, maar de tweede 45 van die anderhalve minuut op vloer, ga in de verzuring. Dan is zo’n laatste sprongserie, met tal van salto’s en schroeven, heel zwaar. Dan is die weegschaal opeens een indicatie.’

Tjalling: ‘Wij kozen naar mannenvoorbeeld, Epke Zonderland op rek en brug, voor specialisatie. Wat zijn jouw sterke toestellen? De meerkamp werd dan verruild voor balk en brug, zoals bij Sanne Wevers. Dat waren bewuste keuzes om die meiden langer fit te houden.’

Berber: ‘In het oude regiem gingen we vaak over de grens, qua inspanning. Als je vermoeid was, toch je tien extra beurten. Maar als Gerben of Vincent (Wevers, red.) zag dat je moe was, soms al aan het begin van zo’n training, dan werd het een basistraining, of een techniektraining. Vroeger ging het allemaal sneller en harder en was je op jongere leeftijd beter, maar dat ging wel gepaard met blessures. En het was over de grens.’

Tjalling: ‘Toen Berber was gestopt en in Maastricht had gestudeerd, kwam ze terug in de zaal. Toen is ze gaan koffie drinken met Gerben en Vincent.’

Berber: ‘Ik noem dat nu, als sportpsycholoog, reflectie. Raad ik elke sporter aan. De momenten erbij halen die voor jou belangrijk of moeilijk zijn geweest. Jij beleeft dat op een bepaalde manier. De coach heeft zijn eigen verhaal waarom situaties zo lopen. Het heeft mij veel gebracht daar rust in te vinden. Ik voelde me plots tien kilo lichter. Eerder was ik ook naar een psycholoog geweest. Want elke sporter ervaart dat als hij of zij stopt: wie ben ik? Wat kan ik? Geen idee.’

Tjalling: ‘Gerben is voor mij de ecocoach. Van de duurzame aanpak. En Vincent is de ambachtsman die hier in Heerenveen zijn rol heeft gevonden. Ik heb hem nooit horen schreeuwen of schelden, hoewel ik hier dagelijks op de vloer was.’

Berber: ‘Dat rapport van Turnonkruid vind ik bizar. Uit 2015. De dingen die daarin stonden staan en nu naar buiten komen omdat Beltman de deur heeft opengegooid, die waren niet nieuw voor ons. Maar omdat Beltman bekende kwam er opeens heel veel ruimte voor ex-turnsters om te zeggen dat het klopt. Het is goed dat het op tafel komt, want er is zo slecht mee omgegaan.’

Tjalling: ‘Het is ook goed dat er een tegengeluid komt. Dat we na 2012 echt een nieuwe cultuur hebben gekregen, coaches die aan de relatie werken, niet trainers die afhankelijkheid uitoefenen. Mondige turnsters, een veranderde coachstaf. Maar er is nu een heidebrand die fors is opgelaaid.’

Berber: ‘Gerben is beschadigd.’

Tjalling: ‘Kapot. Had er als KNGU een time-out van gemaakt, in plaats van een non-actief per direct.’

Berber: ‘Wij hebben nu makkelijk praten.’

Tjalling: ‘Maar je moet een oplossing hebben voor de olympische turnsters die nu achterblijven. Anders kun je als bestuur en directie beter opstappen.’

Berber: ‘We zijn na alle goede dingen terug op onder nul. Maar ik sta wel achter de turnsters die het hebben gemeld.’

Tjalling: ’Eén zinnetje en zo ging Gerben het ravijn in.’

CV’s

Berber van den Berg (32) sportpsycholoog (Msc Maastricht), met eigen academie Mentaal Sterk, mentale coach SC Heerenveen, ex-turnster, vijftien turnjaren, trainde in Heerenveen bij Rietje Bijlholt, Gerben Wiersma, in Oldenzaal bij Vincent Wevers, incidenteel bij Frank Louter en Gerrit Beltman. Deelname aan WK 2003 en 2006. Nederlands kampioen sprong, derde EK junioren 2000 (team), derde EJOF 2001 (team).

Tjalling van den Berg (72) ALO leraar lichamelijke opvoeding, grondlegger in 1975 van topturnen in Heerenveen, turnleraar Cios Heerenveen, internationaal turndocent, hoofdcoach Wik-FTC en Turnschool Heerenveen, ontwerper turnzalen, schrijver van negen boeken over turnen, acrogym, kaatsen en coachen, ontdekker van Epke Zonderland, vernieuwer met platform Ecocoaching, bondscoach kaatsen, balanstrainer SC Heerenveen, coach skûtsje Eernewoude, koninklijk onderscheiden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden