Reportage Churandy Martina

Churandy Martina wint de 200 meter sprint, maar kwalificeert zich nog niet voor de WK

Het lukte net, de prolongatie van zijn titel op de 200 meter. Maar de limiet voor de WK bleef uit het zicht voor Churandy Martina. Het lijf van de 35-jarige protesteert steeds luider.

Churandy Martina wordt voor de vijfde keer nationaal kampioen op de 200 meter, net voor Christopher Garia (links) en Taymir Burnet. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

NK atletiek - 200 meter

Sprintcoach Bart Bennema buigt zich naar Churandy Martina toe. De sprinter is net voor de vijfde keer in zijn loopbaan nationaal kampioen op de 200 meter geworden. Met een tijd van 21,00 bleef hij ruim boven de WK-limiet van 20,40. ‘Als je op een betere baan met betere omstandigheden had gelopen, dan…’, wat Bennema verder precies in het linkeroor van zijn atleet fluistert gaat verloren in de muziek die uit de speakers knalt.

Toch is duidelijk wat de coach zijn pupil toevertrouwt. Met beter weer had Martina misschien wel de belangrijke WK-limiet kunnen slechten. Na een snikhete week was het zondag maar 18 graden in Den Haag en was de baan nog nat van de regenbuien van eerder die dag.

Martina kent een kwakkelseizoen. Al sinds het voorjaar kampt hij met problemen aan zijn hiel. Anderhalve maand kon hij helemaal niet trainen, daarna pakte hij het rustig weer op, maar pas sinds een paar weken kan hij bijna weer alles doen.

Het heeft hem teruggeworpen. Het mag niet verbazen dat hij in Den Haag op vrijdag zijn nationale titel op de 100 meter niet kon prolongeren en zondagmiddag de grootste moeite heeft om dat op de 200 meter wel te doen. Christopher Garia en Taymir Burnet eindigen respectievelijk 0,05 en 0,08 seconden achter de winnaar. ‘De anderen hebben veel meer kunnen trainen. Die hebben een voorsprong.’

Zoals altijd valt er geen onvertogen woord bij Martina. Ja, hij heeft nog last van zijn hiel. ‘Maar ik loop en dat is goed.’ Hij heeft tot 6 september om zich op een individueel nummer voor de wereldkampioenschappen in Doha te plaatsen, want zowel op de 100 als de 200 meter voldeed hij nog niet aan de kwalificatie-eisen.

Hij heeft tijd genoeg, denkt hij. Zover zit hij niet bij de limiet vandaan. Volgende week waagt hij in Bern opnieuw een poging op de 200 meter. Met beter weer is daar weer alles mogelijk. ‘Je weet het nooit’, zegt hij. ‘Maar de limiet is realistisch.’

Tegensputterend lichaam

Twee jaar geleden ontbrak Martina op het WK, nadat hij alle zeven edities ervoor steeds present was geweest. Toen, in 2017, kampte hij met een hamstringblessure. Nu is het zijn hiel. Hij is 35, stokoud voor een sprinter, en zijn ­lichaam begint steeds meer tegen te sputteren. Al sinds 2003 behoort hij tot de wereldtop. Hij nam al aan vier Olympische Spelen deel en was eenmaal vierde (100 meter in 2008) en driemaal vijfde (100 meter in 2012, 200 meter in 2012 en 2016). Na zo’n loopbaan is het niet gek dat zijn lijf piept en kraakt.

Een tatoeage op zijn onderarm onderstreept zijn indrukwekkende olympische carrière. In vier van de vijf olympische ringen staan jaartallen getatoeëerd: 2004, 2008, 2012 en 2016. Martina heeft er een doel van gemaakt om ook die laatste ring te versieren met een jaartal. ‘Ik wil de Spelen halen en dan is het klaar.’

De komende WK in Doha zijn zo bezien maar een tussenstap. ‘Als ik die niet haal, heb ik de Spelen nog’, zegt hij hoopvol. Maar de limieten voor de Spelen zijn streng: 10,05 voor de 100 meter. 20,24 voor de 200 meter. 2016 was het laatste jaar dat hij onder die tijden wist te lopen. ‘Ik moet gewoon harder lopen’, zegt hij graag. Dat klinkt simpeler dan het is.

Waar zijn kansen op individuele olympische deelname met de jaren lijken af te nemen, heeft Martina met de estafetteploeg op de 4x100 meter juist prima papieren. Er mogen zestien teams deelnemen in Tokio. Acht daarvan plaatsen zich via de WK in Doha, de andere acht landen plaatsen zich via een ranglijst van beste tijden, die sinds januari van dit jaar wordt bijgehouden.

Vorige week in Londen liep de estafetteploeg met Martina naar een Nederlands record van 37,99. Daarmee staat Nederland derde op de ranglijst. Ook als de komende WK op een deceptie uit zouden lopen, staan de estafettelopers er goed voor. De kans is klein dat er buiten de top acht van de WK nog eens acht landen sneller zullen zijn.

Martina, die in 2012 met de toenmalige estafetteploeg vijfde werd bij de Spelen van Londen, is de spil in de estafetteploeg. Bondscoach Laurent Meuwly heeft hem tot ‘captain’ gebombardeerd. De goedlachse sprinter is de schakel tussen atleten en coach. En zolang hij fit genoeg is, zijn de ervaring en de snelheid die hij inbrengt onvervangbaar.

Daarnaast is Martina degene die ervoor moet zorgen dat de sfeer goed blijft, al is dat bij de estafettemannen niet zo’n opgave. De sprinters van Curaçao, zoals Martina en Hensley Paulina, die vrijdagavond Martina op de 100 meter onttroonde, vormen de kern van de groep. Het is een groepje dat elkaar door en door kent en tegelijkertijd openstaat voor jongens met een andere achtergrond. ‘Ik hoef daar weinig aan te doen’, zegt Meuwly.

De Zomerspelen van 2020 moeten het slotstuk van zijn indrukwekkende carrière worden, met de estafetteploeg of ook individueel. Of zijn hoofd zijn lichaam in die droom mee kan krijgen, is afwachten.

Die onzekerheid deert hem niet. Als het lukt, dan lukt het. Zo niet, dan niet. ‘Ik maak me niet druk.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden