INTERVIEWN’Ketia Seedo & Churandy Martina

Churandy Martina (36) en N’Ketia Seedo (17) sprinten op Papendal in plaats van in Tokio

N’Ketia Seedo en Churandy Martina.Beeld Klaas Jan van der Weij

Churandy Martina (36) en N’Ketia Seedo (17). Hij is de oudste topsprinter van Nederland, zij de jongste. Hij had nu in Tokio moeten zitten voor zijn vijfde Spelen, zij voor haar eerste. 

Een van de koks op Papendal is blij om Churandy Martina weer eens te ontmoeten. ‘Héé Churandy, lang niet gezien.’ Het nationaal sportcentrum ging een tijd dicht vanwege corona, waardoor de vaste medewerkers de sporters die op Papendal wonen een tijd niet zijn tegengekomen. De 36-jarige sprinter groet zijn vriend, praat even bij en belooft snel weer wat te komen eten. ‘Maar alleen als ik dan ook een keer voor jou mag koken.’

N’Ketia Seedo moet grinniken om het tafereel. ‘Churandy kent iedereen hier’, zegt ze. Seedo is met 17 jaar de jongste van de sprinters op Papendal. Martina is met 36 jaar de oudste. Ze hadden deze week in Japan moeten zijn voor de Olympische Spelen in Tokio. Zijn vijfde, haar eerste. Door het uitstel van de Spelen moeten ze een jaar geduld hebben.

Martina schuift onderuit in een fauteuil in het restaurant naast de golfbaan op het sportcentrum. Hij krijgt een bitter lemon van de bevriende kok, Seedo drinkt Fanta. Of Martina kan koken? ‘Natuurlijk. Ik kook al jaren elke dag voor mezelf.’ Wat hij maakt? ‘Van alles. Rijst, kip, aardappelen. Sowieso groenten. Vis ook. Mijn specialiteit? Nee, die heb ik niet. Wings. Ik kan hele goede wings maken. Chicken wings, ja. Ik heb geen specialiteit maar alles wat ik maak is goed. Goed genoeg.’

Seedo kookt niet. Ze woont op een kamer op Papendal en eet in het restaurant. Dat doet ze in de ochtend en middag maar ’s avonds heeft ze er vaak geen zin in. Haar moeder kookt nog veel voor haar. ‘Ik heb geen zin om elke dag pasta te eten. Dat gaat vervelen. Mijn moeder geeft vaak Surinaams eten mee. Rijst, kip, aardappelen, groenten.’

Jong en snel

Niet alleen qua culinaire voorkeuren hebben de oudste en de jongste sprinter op Papendal veel met elkaar gemeen. Martina herkent zichzelf in de jonge Seedo. ‘Ik liep ook al heel jong heel snel. Toen ik 17 was, zat ik nog op Curaçao. In die tijd liep ik hard in vergelijking met mijn leeftijdsgenoten. Ik liep altijd tegen een categorie hoger. Ik was overal de jongste.’

Churandy Martina vorige maand tijdens de Inspiration Games op Papendal. Beeld ANP

Martina komt sinds 2011 voor Nederland uit toen de Nederlandse Antillen als zelfstandig atletiekland ophield met bestaan door staatkundige hervormingen. In 2015 verruilde hij Curaçao voor Papendal. Seedo kwam vanuit Suriname naar Nederland toen ze 3 maanden was. Ze groeide op in de Utrechtse wijk Zuilen en werd opgevoed door haar alleenstaande moeder.

Seedo: ‘Ik ben wel een beetje Surinaams opgevoed, maar niet typisch Surinaams. In Suriname hoef je echt niet te denken aan een vriendje voor je 18de. Mijn moeder dacht vroeger nog wel zo, maar dat veranderde toen ze naar Nederland kwam. Als ik nu iemand leuk vind, kan ik daar gewoon met haar over praten. De Surinaamse opvoeding is wel anders. Ik denk dat Surinaamse kinderen gedisciplineerder zijn.’

Martina herkent dat uit zijn eigen jeugd op Curaçao. ‘Er is meer respect. Sowieso heb je heel veel respect voor je ouders en voor ouderen. Ik zeg altijd ‘u’. Ik ben dat gewend. Ik zeg tegen niemand meteen de naam. Mensen zeggen hier vaak tegen me: ‘je kan gewoon ‘je’ zeggen. Maar ik ben dat niet gewend. Ik doe het nog steeds zo, het zit in mij. Zo wil ik mijn kinderen ook opvoeden. Je praat met twee woorden en hebt respect voor ouderen.’

Discriminatie

De twee volgen met interesse de Black Lives Matter-beweging. Seedo deelt veel informatie daarover op haar Instagramaccount. Ze heeft in Nederland ook wel eens racisme meegemaakt. ‘Toen ik jong was, ben ik op straat wel eens voor ‘aap’ uitgemaakt. Mensen zijn raar, ik word er niet boos om en heb er weinig last van gehad. Ik heb nooit gedacht dat ik door mijn kleur iets niet kon doen. In de sport is het ook anders. Als je goed loopt, maakt het niet uit dat je een kleurtje hebt. Als je snel bent, kunnen mensen niet om je heen.’

N'Ketia Seedo tijdens de EK onder 20, vorig jaar in Zweden.Beeld Hollandse Hoogte / BELGA

Ook Martina heeft zo zijn dingen meegemaakt. Op de luchthaven wordt hij er bij veiligheidscontroles vaak uit gepikt. ‘Ze willen dan alles zien van me. Ze vragen me of ik verboden dingen bij me heb. Ik vraag dan waarom ze die vragen niet aan die andere mensen stellen. Waarom ze mij stoppen en de anderen niet. Ik kan de bordjes lezen, ik weet wat ik wel en niet mee mag nemen. Als ik verboden dingen had, zou ik niet in die rij gaan staan.’

Soms ziet Martina het beveiligingspersoneel schrikken als ze hem in de ogen kijken of zijn stem horen. Ze hebben dan ineens door dat het om de bekende atleet gaat. ‘Als ze me herkennen, zie je dat ze zich meteen slecht voelen. Heel soms krijg je excuses. Op andere momenten gaan ze ineens wel de hele rij controleren.’ Waarna zijn bekende lach klinkt.

Martina zit namens Europa in de nieuwe atletenvakbond Athletics Association van hink-stap-springer Christian Taylor. De vakbond wil zich hard maken om Rule 50 te veranderen, die regel schrijft voor dat sporters tijdens de Olympische Spelen geen politieke of religieuze uitingen mogen doen.

Martina begrijpt waarom Taylor daar verandering in wil, het raakt hem ook wat er in Amerika aan de hand is en hij begrijpt waarom er demonstraties zijn. Maar zelf wil hij zich er liever niet over uitspreken. ‘Ze willen dat veranderen en ik begrijp het. Ik sta achter ze en ik zie wat er nu gebeurt in de wereld. Maar ik heb mijn energie ook nodig voor andere dingen.’

In de herfst van zijn carrière is Martina zuinig op zijn lichaam. De jaren beginnen steeds meer te tellen. Tokio moet het slotstuk van zijn carrière zijn. Na zijn vijfde olympische missie kan Martina zijn olympische tatoeage vervolmaken. Op zijn arm staan de olympische ringen: vier zijn gevuld met een jaartal van zijn eerdere deelnames, de vijfde is nog leeg. 

Tokio 2021

Toch koestert Martina geen wrok indien de Spelen volgend jaar ook niet doorgaan door corona. ‘Ik ga niet nog vier jaar door. 2021 is mijn laatste jaar, dat heb ik gezegd en dat blijft zo. Of iemand moet met 5 miljoen aankomen. Dan blijf ik met veel plezier lopen. Anders niet.’

Seedo had haar debuut willen maken in Tokio. Ze wilde zich dit jaar kwalificeren voor het olympische estafetteteam op de 4x100 meter. Met een jaar extra kan ze zich misschien ook individueel plaatsen voor de 100 meter. Seedo werd in februari als 16-jarige de jongste Nederlands kampioene op de 60 meter indoor. ‘Voor mij was het nog niet honderd procent zeker dat ik naar Tokio zou gaan. Het zou van mijn seizoen afhangen. Als ik goed was blijven lopen had het moeten lukken. Nu heb ik een jaar extra om me ook individueel te plaatsen, dat is gunstig. In een jaar tijd kan ik weer een hoop verbeteren.’

Voor Martina is het vooral een kwestie van terugkomen op zijn oude niveau. ‘Na je 30ste zijn de blessures het ergste. Als je die krijgt, duurt het herstel veel langer dan als je jonger bent. Je hebt heel veel geduld nodig. Als mijn lichaam er nu mee ophoudt, is het ook goed. Ik heb genoten. Het is een zegen van God dat ik dit nog kan op deze leeftijd. ’

Hij heeft wel een tip voor Seedo. Wees voorzichtig. ‘Als je jong bent, wil je soms te graag. Je moet leren luisteren naar je lichaam, het leren aanvoelen. Niet te veel doen, wel de juiste dingen doen. Als je net begint, voel je soms iets tijdens een training of wedstrijd. Dan denk je vaak dat het niks is en ga je door. Later weet je pas dat je daar had moeten stoppen. Dan is het te laat. Als je ouder wordt denk je daar veel beter over na. Dan weet je precies op het moment dat het gebeurt dat het tijd is om een massage of rust te nemen of de spier sterker te maken.’

Lange carrière

Begin deze maand vierde Martina op Papendal zijn 36ste verjaardag. Toen Seedo hoorde hoe oud hij werd, wekte dat bewondering op. Ze werd geboren 2003, het jaar dat Martina debuteerde bij de WK atletiek. Ze vindt het bijzonder dat hij op deze leeftijd nog actief is en hoopt dat ze zelf ook een lange carrière krijgt.

Een van haar voorbeelden is Shelly-Ann Fraser-Pryce, de tweevoudig olympisch kampioene 100 meter. De Jamaicaanse atlete won vorig jaar op 32-jarige leeftijd haar vierde wereldtitel op de 100 meter, nadat ze terug was gekomen na de geboorte van haar zoon. ‘Ze heeft een kind gehad en wordt daarna gewoon wereldkampioen. Met 10,71, echt snel. Ik zag haar op de baan met haar zoontje van 2. Dat inspireert. Ik denk dat ze een heel goed team om zich heen heeft dat echt in haar gelooft. Als de mindset maar goed is, kun je veel bereiken.’

Persoonlijke records

N’Ketia Seedo (17)
60 meter: 7,24
100 meter: 11,37
200 meter: 23,93

Churandy Martina (36)
60 meter: 6,58
100 meter: 9,91
200 meter: 19,81

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden