Chinese voetbalarm reikt al maar verder

Met de overname van de Italiaanse topclub Inter Milaan laat China opnieuw zijn voetbalambities zien.

Spits Sergio Aguero van Manchester City neemt tijdens het Chinese staatsbezoek een selfie met de Chinese president Xi Jinping en de Britse premier David Cameron. Beeld PA
Spits Sergio Aguero van Manchester City neemt tijdens het Chinese staatsbezoek een selfie met de Chinese president Xi Jinping en de Britse premier David Cameron.Beeld PA

Als voetballand speelt China nog altijd een rol in de marge, maar zakelijk speelt het land in het internationale voetbal een steeds grotere rol. Het Chinese bedrijf Suning Holdings sloeg maandag de grootste slag tot nu toe door de overname van de Italiaanse topclub Inter Milaan. De retailgigant betaalt 270 miljoen euro aan de Champions Leaguewinnaar uit 2010 en bezit daarmee bijna 70 procent van de aandelen.

Naar de wereldtop

Hoewel Chinese bedrijven al een voet tussen de deur hadden bij Manchester City en Atlético Madrid is Inter de eerste Europese topclub die in Chinese handen is gevallen. 'Deze samenwerking stelt ons in staat terug te keren in de wereldtop', jubelde voorzitter Erick Thohir. De Indonesiër behoudt 31 procent van de aandelen, maar door de Chinese overname verdwijnt oud-voorzitter Massimo Moratti van het toneel. De Italiaan, bijna twintig jaar lang het vertrouwde gezicht van Inter, deed zijn laatste aandelen - 30 procent - van de hand.

Inter gleed de afgelopen jaren af op de sportieve ladder, maar een zak geld uit China moet de achttienvoudige landskampioen er weer bovenop helpen. Voor Suning Holdings betekent de overname een volgende stap in het creëren van een wereldwijd netwerk van voetbalclubs. Het bedrijf is ook eigenaar van een Chinese club op het hoogste niveau, Jiangsu Suning.

Strooien met geld

Jiangsu Suning baarde opzien door in de winterse transferperiode 78 miljoen euro voor twee spelers van Europese clubs neer te leggen: Ramires van Chelsea en Alex Teixeira, die overkwam van Sjachtar Donetsk. Jiangsu Suning was niet de enige club die in dat opzicht van zich deed spreken: alleen de Engelse competitie gaf in de winter meer uit dan de 211 miljoen euro die Chinese clubs betaalden voor spelers uit vooral Europa en Brazilië.

Het strooien met miljoenen aan transfersommen en torenhoge salarissen om topspelers naar China te lokken, maakt duidelijk hoe serieus het land is met zijn voetbalplannen. De drijvende kracht achter die sportieve expansie is niemand minder dan president Xi Jinping. China speelt als voetballand geen rol van betekenis, maar als het aan hem ligt, komt daarin snel verandering. De president, een fervent voetballiefhebber, heeft zijn ambitie duidelijk geformuleerd: China moet in 2030 het Aziatische voetbal domineren.

Sindsdien valt de ene na de andere Europese club in Chinese handen. ADO werd bijvoorbeeld vorig jaar januari gekocht door het Chinese sportmarketingbedrijf United Vansen. Die overname had meteen gevolgen voor de club. Zo stalde eigenaar Hui Wang oud-bondscoach Gao Hongbo in Den Haag om kennis op te doen. Trainers van ADO bewandelen juist de omgekeerde weg: zij moeten scholen en trainingscentra China met hun Europese voetbalkennis verrijken.

Xi Jinping. Beeld ap
Xi Jinping.Beeld ap

Schulden bij Italiaanse clubs

Bij het Franse Sochaux weten ze sinds een jaar hoe het is om door een Chinese fabrikant van led-lampen te worden gerund. Espanyol, dat uitkomt in de Spaanse Primera Division, werd voor 17,8 miljoen euro overgenomen door de Rastar Group. De leverancier van radiografisch bestuurbaar speelgoed verwierf 56 procent van de aandelen en verloste zo de club uit Barcelona van zijn financiële problemen.

Ook in Engeland, waar tal van topclubs in handen zijn van Russen (Chelsea), sjeiks (Manchester City) en Amerikaanse rijkaards (Manchester United), zijn ze inmiddels bekend met de koopkracht van China. Hoewel Aston Villa onlangs degradeerde uit de Premier League, liet zakenman Tony Jiantong Xia zich niet door die gebeurtenis afleiden.

Hij legde naar verluidt 83 miljoen euro neer voor de club waarvan hij nog maar een paar jaar geleden spontaan supporter was geworden.

De Chinese overname van InterMilaan maakt óók duidelijk hoe weinig de top van het Italiaanse voetbal nog waard is. Retailgigant Suning Holdings betaalt 270 miljoen euro voor 70 procent van de aandelen van Inter. Een ander Chinees consortium legde een half jaar geleden 340 miljoen euro neer, maar kreeg daarvoor slechts 13 procent van het Engelse Manchester City in handen.

Veel grote Italiaanse clubs kampen met torenhoge schulden. Een (buitenlandse) overname kan een reddingsboei zijn voor verbleekte grootmachten die een paar jaar geleden nog het Europese voetbal domineerden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden