China wil voetbalmiljoenen investeren in eigen kweek

Toen president Xi het Chinese voetbal bombardeerde tot landsbelang, gooiden Chinese rijken alle remmen los. Miljoenen vloeiden naar het buitenland. Dat was ook niet zijn bedoeling, vandaar dat Xi nu maatregelen neemt.

Chinese voetballertjes op een training in een buitenwijk van GuangzhouBeeld AFP/Getty Images

De Chinese overheid legt de geldsmijterij waarmee de eredivisie buitenlandse voetbalspelers naar China lokt aan banden. Daags nadat clubs uit de Chinese Superleague met absurd hoge salarissen de internationale transfermarkt op stelten zetten, trok het Chinese Sportbestuur, het hoogste staatsorgaan voor sportzaken, van leer tegen deze 'uitwassen'.

105 miljoen dollar voor Ronaldo - die het aanbod afsloeg -, het sponsoren van Europese topvoetbalteams of het aankopen van hele clubs, zoals ADO Den Haag: Chinees geld stroomt alle kanten uit als het om voetbal gaat. Maar deze 'irrationele bestedingen' schaden het Chinees voetbal, aldus de sportautoriteiten vorige week in een persconferentie.

Ze komen met een keur aan maatregelen. Voor de salarissen van topspelers komt een soort Balkenende-norm. Clubs die kapitalen uitgeven aan buitenlandse spelers, moeten een percentage van die bedragen voor vedettes in jeugdopleidingen te investeren. En het kopen van Europese clubs zien de Chinese sportautoriteiten ronduit als 'een probleem'.

President Xi Jinping heeft in 2015 verordonneerd dat het Chinees voetbal, dat van belabberde kwaliteit is, dusdanig moet worden opgekrikt dat China in 2050 in staat moet zijn de wereldcup te winnen. Door zijn commando is China een machtsfactor in het internationale voetbal geworden, omdat de ene na de andere veelbelovende speler wordt weggekocht.

Vorig jaar sloeg de Chinese Superliga voor 300 miljoen dollar aan voetbaltalent in. Voordat de sportautoriteien toesloegen met hun crackdown op het 'verbranden van geld', waren Chinese clubs dit transferseizoen ook weer goed op dreef: de Shanghaiese club SIPG kocht voor 60 miljoen euro een Braziliaanse middenveldspeler weg bij Chelsea, waarop de concurrent Shanghai Shenhua daar overheen ging met de Argentijn Tevez voor 84 miljoen euro.

Politieke taak

Dat aan die absurd hoge bedragen voor buitenlandse spelers paal en perk zou worden gesteld was te voorzien. Eind vorig jaar trok partijkrant het Volksdagblad fel van leer: 'Zestien clubs hebben vorig jaar in totaal 561,6 miljoen euro geinvesteerd. Daarvan ging 80 procent naar buitenlandse trainers en spelers. Dat betekent dat de jeugdcompetitie die gericht is op de ontwikkeling van de sport op de lange termijn niet genoeg financiele middelen krijgt.'

Xi heeft verheffing van het voetbal dan wel uitgeroepen tot 'politieke taak', hij heeft nooit gezegd dat dit door middel van het uitgeven van onvoorstelbare bedragen zou moeten gebeuren. Clubs en Chinese multimiljonairs zagen er echter een goede gelegenheid in alle remmen los te gooien met investeringen in luxe voetbalscholen, buitenlandse trainers en buitenlandse spelers.

Vandaar de aanwezigheid van Chinese miljonairs zoals Jack Ma van e-commercegigant Alibaba en Wang Jianlin, topman van vastgoedbedrijf Wanda, in de voetballerij: met investeringen in korte termijnsuccessen, zoals het verlevendigen van de competitie met buitenlandse spelers, wordt hun uitpuilende bankrekening gebruikt voor een politiek correct doel. Het zakenleven gebruikt voetbal als een bruggetje naar de overheid; dit soort politiek kapitaal is zelfs voor de machtigste captains of industry in China interessant. Vandaar dat alles en iedereen zich met alle mogelijke middelen op voetbal stort.

Braziliaanse Oscar bij zijn aankomst in ShanghaiBeeld reuters

'Afhankelijkheidssyndroom'

Het jagen op kortetermijnsucces door het 'opeenstapelen van bergen goud' veroorzaakt echter een overspannen voetbalmarkt vol bubbels, die geld en mankracht wegzuigen van de jeugdopleidingen, waar China op lange termijn eigen kampioenen kan opkweken. "Dat duurt lang: zes tot tien jaar. Iedereen is op korte termijn-succes gericht met dure buitenlandse spelers. Aan de onderbetaalde sportleraren en de noodlijdende amateurclubs in armere provincies denkt niemand, en daar moet juist het geld naartoe," aldus Bai Qiang, oprichter van Sport 8, een onderneming die bemiddelt tussen voetbaltrainers en scholen.

Als eerste stap moeten er nu meer eigen jonge spelers het veld op: de overheid verplicht de eredivisieclubs ertoe. Volgens het Volksdagblad hebben de dure buitenlandse spelers namelijk nadelige effect op de Chinese teamgenoten. Die lijden onder een 'afhankelijkheidssyndroom'. "Ze kijken op naar de hoge salarissen en de technische vaardigheden van de buitenlandse 'hulp'. Maar ze vinden ook dat die buitenlander het zware werk dan maar moet doen; die wordt daar immers goed voor betaald. Dat ondermijnt hun motivatie zelf hard te trainen."

Toptransfers naar China

De Braziliaanse spelverdeler Oscar (25) werd in december door Chelsea voor 69 miljoen euro verkocht aan de Chinese club Shanghai SIPG. Een flink aantal anders spelers viel ook voor de forse salarissen die in China worden betaald. De Italiaanse ex-Feyenoorder Graziano Pelle werd voor 14 miljoen verkocht door Southampton aan Shandong. De Argentijn Carlos Tevez (32) ging, naar verluidt, voor 84 miljoen euro aan Boca Juniors naar Shanghai Shenhua. Ajacied Nemanja Gudelj verhuisde voor circa 5 miljoen van Ajax naar Tianjin Teda. De Belgische international Axel Witsel verkaste voor 20 miljoen van Zenit St. Petersburg naar Tianjin. 'De Chinese markt is een gevaar voor alle clubs', zei Chelsea-coach Antonio Conte over de verkoop de spelers.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden