Chef de mission Jeroen Bijl staat bij de Winterspelen pal voor zijn sporters

'Jeroen is van de inhoud, wars van egotripperij en bobogedrag'

Nu hij chef de mission is bij de Winterspelen, treedt oud-volleyballer Jeroen Bijl uit de coulissen. Niet voor de show, maar omdat hij staat voor zijn ploeg. 'Echt een topsporter. Als hij iets moet halen, is hij doelgericht.'

Chef de mission Jeroen Bijl tijdens de teamoverdracht van Olympic en Paralympic TeamNL voor de Olympische Spelen van Pyeongchang. Foto Robin van Lonkhuijsen / ANP

Lichte spot past onder vrienden. Toen Jeroen Bijls kameraad Gaston Sporre hem bij de overdracht van de olympische ploeg, op Nationaal Sportcentrum Papendal, met een vlag zag zwaaien, was het tijd voor plagen. 'Want dat opzichtig zwaaien met die driekleur is, mild uitgedrukt, niet Jeroens grootste hobby. Hij is er niet goed in. Jeroen is van de inhoud, wars van egotripperij en bobogedrag.'

Bijl, de chef de mission voor de Spelen van Pyeongchang, stond - met vlag en al - wel pontificaal voor zijn sportploeg opgesteld. Dat was dan weer wel overeenkomstig zijn inhoudelijke opvatting. Kort gezegd: Bijl staat pal voor zijn sporters.

De kwestie-Eurlings

Want toen de kwestie-Eurlings zijn olympische ploeg onlangs danig voor de voeten begon te lopen, acht van de tien vragen gingen bij de voorstelling van het Korea-team over het - inmiddels voormalige - Nederlandse IOC-lid, greep Bijl in. 'Hij zegt dan bij een praatprogramma, waarvoor niemand anders van NOCNSF blijkbaar beschikbaar is, dat de afloop van die zaak voor het begin van de Olympische Winterspelen duidelijk moet zijn. Een paar dagen later is de beslissing dan gevallen. Dat is het instinct van Jeroen', zegt zijn vriend en oud-coach, PSV-directeur Toon Gerbrands.

Bijl is volgens Gerbrands 'een pragmatische realist'. Iemand die dienstbaar is aan de sport, die zichzelf kan wegcijferen, die, dat was op Papendal te zien, de sporter voorop zet en zeker geen politicus. 'Ook daarom wilde Jeroen die kwestie-Eurlings opgelost zien.'

'Jeroen is naast al zijn aardigheid in de omgang iemand die goed beslissingen kan nemen', vult Charles van Commenée aan, zijn collega bij olympisch comité NOCNSF. Talmen past niet bij Bijl; een paar dagen bedenktijd nemen wel.

CV

1966 Geboren in Rotterdam, 5 september
1980 Studie Academia Lichamelijke Opvoeding Calo Zwolle afgerond, wordt gymleraar
1990 Bestuurskunde (UvA), opleiding organisatiekunde
1994 Algemeen manager eerstedevisieclub FC Zwolle
1999 Algemeen directeur FC Zwolle
2003 Coach Piet Zoomers Dynamo
2005 Hoofd topsportontwikkeling NOCNSF
2008 Assistent chef de mission bij Olympische Spelen Peking (daarna ook Vancouver, Londen, Sotsji, Rio).
2015 Chef de mission Europese Spelen Bakoe
2016 Aanwijzing als chef de mission Winterspelen Pyeongchang
2017 Sollicitatie naar positie technisch directeur NOCNSF, verloren van Maurits Hendriks
2018 Chef de mission Pyeongchang. Afscheid van NOCNSF

Toen de jonge Jeroen uit Eerbeek zijn opleiding tot gymnastiekleraar achter de rug had, hij trad in de voetsporen van zijn vader, wist hij na twee jaar dat dit zijn leven niet zou zijn. 'Mijn bestaan is dit niet, zei hij. Leerlingen vogelnestjes laten maken. Hij wilde dieper, hij koos voor de inhoud, voor het besturen van de sport', zegt Gaston Sporre, de voorzitter van het toenmalige FC Zwolle die de volleyballer een kans gaf diens studie bestuurskunde in de praktijk te testen. De stage werd een baan als directeur van de eerstedivisieclub die na acht jaar (in 2002) door hem als eredivisieclub werd afgeleverd.

In die voetbaljaren moest Bijl, 'een vent met het juiste sport-dna', aldus Sporre, al snel een grote, persoonlijke beslissing nemen. Hij werd eind 1992 de tweede spelverdeler van de nationale volleybalploeg. De eerste keuze was, onomstreden, Peter Blangé. De bondscoach was Joop Alberda. Hij zette Bijl 52 keer op het opstellingsformulier.

Jeroen Bijl (links) in 1993 in de nationale ploeg. Foto Hans Steinmeier / ANP

Geen combinatie

In aanloop naar de Olympische Spelen van Atlanta (1996) wilde Bijl zijn werk bij FC Zwolle blijven combineren met topvolleybal. 'Maar dat mocht niet van mij. Ik wilde slechts spelers die honderd procent beschikbaar waren. We hebben het er in 1995 nog een keer over gehad. Zwolle wilde meewerken. Ik niet', aldus Alberda die zijn ploeg in 1996 olympisch kampioen zag worden. Zonder Bijl.

Als Jeroen Bijl topvolleyballer had willen zijn, had hij de stap van de Nederlands kampioen Piet Zoomers Dynamo (Apeldoorn) naar het buitenland moeten maken. 'Maar bij Jeroen is zijn maatschappelijke carrière altijd om de hoek komen kijken', zegt zijn vriend Bas van de Goor. Van de Goor en Bijl, vijf jaar teamgenoten, zijn vrienden. 'In Apeldoorn deelden ze het volleybalhuis. We dartten wie die dag de afwas moest doen.'

Een andere studievriend, Rien-Willem Zandee, wijst graag op de onvermoeibaarheid van Bijl. 'Als Jeroen iets moest halen, dan ging hij er ook voor. Echt een topsporter, doelgericht. Dan bleef hij een nacht op, met een krat bier en een pot koffie. Hij deed wat-ie moest doen.'

Na een tussenstap van twee jaar coaching, bij Dynamo, waagde hij de stap naar een topfunctie bij NOCNSF. Het was een logische overgang. Training geven vond hij saai. Sporre: 'Jeroen is altijd geïnteresseerd in het echte bestaan in plaats van het wisselvallige tumult van de sportwereld. Hij wilde in de machinekamer van de sport.'

Bij NOCNSF waren ze gewend aan volleyballers met bestuurlijke ambities. Marcel Sturkenboom, de man die Bijl haalde: 'Er was ook kritiek. Te veel hockeyers, te veel volleyballers op Papendal. Alberda, Bijl, mijn persoon, Johan van der Haar. Jeroen was snel ingewerkt. Hij deed de financiering. Hij had verstand van de centen, zonder een boekhouder te zijn.'

Gezag

In sport is soms meer nodig dan een sterk nummer te zijn achter je bureau. Bijl kon meer. Hij deed dat, bij FC Zwolle bijvoorbeeld, door ook zijn kwaliteit op het sportveld te tonen. Sporre was erbij. 'De selectie ging op trainingskamp. Er werd een partijtje tennis gespeeld. Er waren grote bekken. Jeroen was de volleyballer. Hij daagde de voetballers uit tegen hem te tennissen. Ze kregen vijf punten voorsprong. Hij sloeg ze met 7-5 van de baan. Dan heb je, in de sport, vanaf dag één gezag.'

Jeroen Bijl was een spelverdeler, niet de beste, wel een heel goede. Spelverdelers zijn leiders. Vraag het Alberda, vraag het Selinger of Blangé. Zij zijn mannen die de troepen aanvoeren. Bijl was meer de informele leider, zeker op het kantoor van NOCNSF op Papendal. Collega Van Commenée, die tussen 2005 en 2008 zijn chef was, gaat als prestatiemanager mee naar Pyeongchang. Hij kan zich erop verheugen. 'Jeroen was vaak de man die onzichtbaar achter mij stond. Nu mag ik onzichtbaar zijn, achter hem. Mooi hoor.'

Studiegenoot Rien-Willem Zandee verhaalt van de dagen dat Bijl niet onzichtbaar mocht zijn. 'Ik kon als tweedejaars ALO een vakantiebaan krijgen op Kreta, bij Club Diana, een soort ClubMed. We waren sportanimators voor Duitse gasten. Het was sportlessen geven, maar 's avonds ook het toneel op stappen. Om te zingen, te entertainen, soms verkleed als Griekse goden. Dat kon hij hoor.'

Bas van de Goor kan hoog opgeven van zijn vriend. 'Want ik heb dan altijd mijn roze bril op.' Als Kuifje, zijn Italiaanse bijnaam, dan een enkel kritisch puntje mag opvoeren over zijn vriend, dan is dat de houding van Bijl in het veld. 'Jeroen kan een heel vervelende tegenstander zijn. Die wil je het liefst aan jouw kant hebben. Hij kan babbels hebben: als jij oorlog wilt, dan kun je die krijgen. Een lekker potje volleybal kan stekelig worden.'

Vier 'wijsneuzen'

Aan tafel is dat snel weg. Bijl maakt met Gerbrands, Van de Goor en Van Commenée deel uit van het SMO. Een zelfverzonnen naam voor vier 'wijsneuzen'. Gerbrands: 'Een keer per drie maanden eten we met elkaar. Praten we over de ontwikkelingen in het sportmanagement.'

Drie van de vier komen uit het volleybal. Gerbrands, groot geworden bij AZ en PSV: 'Ik noem dat de succesformule van het volleybal. Daarin verdien je in Nederland verschrikkelijk weinig. Van 15 mille per jaar kun je niet bestaan, dus moet je er een baantje bij nemen. Daarom ontwikkelen wij ons breder dan anderen. Ons nadeel wordt later ons voordeel.'

Zuinig met de portemonnee omspringen komt ook uit de sport volleybal. Joop Alberda kan ervan getuigen. Over het feit dat de ene chef de mission (Maurits Hendriks) businessclass vliegt en de ander (Bijl) economy is de voormalige technisch directeur van NOCNSF uitgesproken. Hij heeft het Bijl zelf voorgedaan. 'Ik dacht altijd, als ik die ticketprijzen zag: van dat geld kan ik voor een bokser nog een trainingskamp bekostigen.'

Bijl hoor je niet over zulke zaken. Hij is een man die de sport sportief benadert. Het is ook eerder zijn vlakke profiel geweest dat hem in de sollicitatie naar de functie van technisch directeur bij NOCNSF in de weg heeft gezeten. Hij is niet, zoals winnaar Hendriks, een bobo, het scheldwoord voor een official. Bijl is, ondanks pak en gepoetste schoenen, een sportman.

'Hij houdt van gezelligheid', zegt Zandee. 'Je kunt met hem lachen', meldt Van Commenee. 'Jeroen heeft geen vijanden', meent Sporre. 'Hij is geen type om een conflict aan te wakkeren.'

Nul vijanden

Als je aan Bijl vraagt of dat waar is van die nul vijanden, grapt hij: 'Nou, één dan.'

Hij legde het in mei af tegen Hendriks in de strijd om het technischdirecteurschap. Hij verwerkte het in stilte. Sporre: 'Dan is hij de sportman van na de verloren wedstrijd. Die de volgende dag manmoedig denkt: nu weer verder.' Gerbrands: 'Jeroen denkt na. Er is gekozen voor Hendriks. Dus ze kiezen niet voor mij. Dan stop ik. Daar doet hij niet moeilijk over. Of hij in het voetbal terugkeert? Het zou kunnen. PSV? Altijd eerst een tussenstap, dat past bij hem. Dus AZ of Twente.'

Wat doe je als chef de mission?

Jeroen Bijl werd in 2016 al aangewezen voor de leidinggevende functie van chef de mission voor de Olympische Winterspelen van Pyeongchang. Samen met Maurits Hendriks voerde hij tot 1 mei jongstleden samen de leiding over de afdeling topsport. Bijl was vooral de man achter de schermen. Als chef de mission treedt hij, kort voor zijn definitieve vertrek bij het NOC, uit de coulissen.

Een chef de mission leidt de olympische operatie. Hij onderhoudt contacten met de sporters en de coaches.In de Nederlandse verhoudingen is het van belang dat de chef de mission een goede relatie opbouwt met de merkenteams in het schaatsen. In het verleden was er veel naijver. Pas in 2014 lukte het Hendriks, mede onder invloed van de royale oogst (24 medailles), het gebruikelijke rumoer te onderdrukken.

Bijl, sinds vrijdag 26 januari in Zuid-Korea, heeft zich nooit prominent willen uitdrukken over de doelstelling van zijn ploeg. Eén beter, '24 plus 1', zou hem te parmantig hebben geklonken. Bijl vond dat een eerdere topverrichting van Nederland de 11 plakken van Nagano 1998 plus één een passende ambitie zou zijn: 12. Op de voorspelling van de statistici van Gracenote, 19 medailles (waarvan 6 gouden), reageerde de chef de mission eind vorig jaar met het ophalen van de schouders.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.