InterviewGraeme Fish (22)

Canadees Graeme Fish schaatst de 10 kilometer uit roeping

Hoe je een wereldrecord schaatst op de 10 km? ‘Diep zitten, ontspannen rijden, bochten goed lopen.’ Aldus de Canadees Graeme Fish, sinds de WK afstanden de eerste niet-Nederlander met de titel en record op de langste schaatsafstand.

Graeme Fish (22) is de wereldrecordhouder op de 10 kilometer.Beeld Klaas Jan van der Weij

In het restaurant van schaatsstadion Thialf schuifelt Graeme Fish heen en weer op zijn stoel. Zo lang stilzitten is voor hem een opgave. ‘Ik ben een energiek persoon’, vertelt hij. Het is een familiekwaal. ‘Mijn oma háátte de zondag. Al die visites…, ze wilde bewegen.’ 

Zo is het voor hemzelf ook. In zijn jeugd deed Fish aan basketbal, badminton, mountainbike, cross country, voetbal, volleybal en zwemmen – allemaal om zijn overtollige energie kwijt te kunnen. Nee, aan ijshockey, de nationale sport van Canada, heeft hij nooit gedaan. Tamelijk gevaarlijk en duur, vonden zijn ouders. 

Van al die sporten bleek schaatsen zijn grootste liefde. Een succesvolle bovendien: drie weken geleden, op de WK afstanden in Salt Lake City, won hij de 10 kilometer, en dan ook nog eens in een wereldrecord. Het was voor de eerste keer in de 20 edities dat er geen Nederlander wereldkampioen werd op die afstand. Er verschijnt een voorzichtige glimlach op het jongensachtige gezicht. ‘Sorry dat ik jullie feestje heb verstoord.’

Denk niet dat zijn leven nu ingrijpend veranderd is. Bij CBC, de publieke omroep in Canada, werden alleen de laatste drie ronden van zijn gouden race uitgezonden. Het aantal volgers op zijn Twitteraccount bedraagt 250. Schaatsen, schat hij in, is de twaalfde of dertiende sport in Canada. Mensen lopen er eerder warm voor ijshockey, honkbal of lacrosse.

Alleen in zijn eigen bubbel, de schaatswereld, is zijn aanzien gegroeid. Hij is niet meer ‘just a kid in the backround’, maar telt mee. Verder is alles nog precies hetzelfde als voor de dag dat hij 12.33,86 noteerde. ‘En dat is precies wat ik wil. Ik zou er niet aan moeten denken dat iedereen omkijkt als ik hier het restaurant binnenkom.’

 395

Dit jaar hebben wereldwijd 395 mannen een 10 kilometer gereden, van wie 174 binnen een kwartier. De langzaamste was de Noor Arne Inge Naess, een 65-plusser met een tijd van 41.53,79.

Wat bezielt een Canadees om zich te specialiseren op een afstand die al zijn gehele leven (hij werd geboren in augustus 1997, de WK afstanden stammen uit 1996) het domein is van Nederlanders en ook nog eens in de verdrukking zit, omdat die te lang en te saai zou zijn. Fish zwaait sierlijk met zijn handen van links en naar rechts. ‘Je ritme vinden, in de juiste cadans komen. Het gevoel krijgen met het ijs. Dat vind ik zo mooi op de 10 kilometer.’

Fish is 22 jaar en komt uit Moose Jaw, een 35.000 inwoners tellend stadje aan de Saskatchewan Highway 1, die van Oost naar West-Canada loopt. Aan de rand van de stad ligt de Moose Jaw Speed Skating Oval; een 400 meterbaan van asfalt die in de koude wintermaanden met water ondergespoten, zodat er natuurijs op ligt. Hij was er altijd te vinden met zijn vader en moeder, respectievelijk fietsenmaker en lerares.

Op zijn derde stond hij voor het eerst op schaatsen, op zijn vijfde reed hij zijn eerste wedstrijd, op zijn vijftiende noteerde hij zijn eerste 3 kilometer en een jaar later stond hij voor de start van een 5 kilometer. Hoe langer de afstand, hoe meer lol hij er in had, merkte hij. ‘En toen raakte ik steeds meer benieuwd naar hoe het zou zijn om de 10 kilometer te rijden. Het werd een roeping.’

Het was Ted-Jan Bloemen, de Nederlander met een Canadees paspoort, die hem het laatste zetje in de goede richting gaf. Bloemen was in Nederland het spoor bijster geraakt en wilde in 2014 in Canada zijn carrière nieuw leven inblazen. Een jaar later verbrak hij het wereldrecord van Sven Kramer op de 10 kilometer. Fish was toen 17 jaar. ‘Ineens was een Canadees de snelste ter wereld op de 10 kilometer. Diep van binnen voelde ik al dat dit mijn afstand was, maar na het wereldrecord van Bloemen wist ik het zeker: dit wil ik ook.’

Een jaar later, tijdens een selectiewedstrijd voor de wereldbeker in Calgary, stond hij tegenover Bloemen. De debutant tegenover de wereldrecordhouder. Het ongelofelijke gebeurde: Fish won. Hij lacht: ‘Nu het eerlijke verhaal: Ted-Jan reed me op een ronde. Maar bij het inhalen ging het mis. Hij koos er voor om buitenom te gaan, terwijl ik had verwacht dat hij binnendoor zou komen. We raakten elkaar en Ted-Jan werd gediskwalificeerd. Zo won ik, in een tijd van 14.53, van de wereldrecordhouder. Funny story. Ik heb er thuis nog foto’s van. Het was, met terugwerkende kracht, alsof in die race heden en verleden samenkwamen.’

Veertien 10 kilometers had Fish nodig om tot zijn wereldtitel en wereldrecord te komen. Bijna elke keer rit was hij sneller dan de vorige, een enkele keer uitgezonderd. Zo leerde hij op 9 januari 2018, tijdens een selectiemoment voor de Olympisch Spelen, een belangrijke les. Hij werd opnieuw op een ronde gezet door Bloemen, die hem dit keer wel juist passeerde. ‘Ik was veel te veel bezig met mijn tijd in plaats van technisch te blijven rijden.’

Vanuit zijn ooghoeken zag hij op het grote scorebord in Calgary zijn rondetijden steeds langzamer worden. ‘Natuurlijk moet je van een tijd uitgaan, maar het belangrijkste is dat je eerst in de juiste cadans komt. Als dat lukt, hoef je niet eens meer te kijken naar je rondetijden, want je voelt al: dit zit goed.’

Onlangs keek hij de beelden terug van zijn wereldrecordrit. Niet zozeer om die te analyseren, maar wel om te kijken wat er om hem heen allemaal gebeurde, want hij kreeg er niets van mee. ‘Het enige dat ik me kan herinneren is dat Ted-Jan me toeschreeuwde. En ik hoorde Bart (Schouten, zijn coach, red.) op een gegeven moment roepen: ‘wereldrecord!’ Voor de rest zat ik in een tunnel. Ik was alleen maar lijstjes aan het afwerken in mijn hoofd: diep zitten, ontspannen rijden, bochten goed lopen. Ik wist: als ik dat blijf doen, komt de rest vanzelf.’

Twee jaar geleden nog ingehaald door Bloemen, nu wereldrecordhouder; ja, het is snel gegaan, beseft Fish. Hij prijst zijn Nederlandse coach Bart Schouten, wiens trainingsprogramma’s perfect voor hem werken. ‘Dit is het tweede jaar dat hij mijn schema’s maakt. Ik reageer er steeds beter op.’ Bovendien snapt hij de Canadese inborst, zegt Fish. ‘Kritiek zal hij altijd vooraf laten gaan door een compliment. We zijn een aardig, sympathiek volk, misschien wel iets te aardig. Zelfs als iets niet onze schuld is, zeggen we sorry. Dat zit in onze cultuur, het is wie we zijn. Bart houdt daar rekening mee.’

Bloemen transformeerde van idool naar mentor. Hij juichte net zo hard mee toen Fish zijn wereldtitel afsnoepte. Hij deelt ook zijn ervaringen met de jongere rijders. Zijn belangrijkste advies? ‘Hij zei: je moet na twaalf rondes al zo moe zijn dat je eigenlijk het idee hebt dat je de finish niet meer haalt. Ik begon vaak te voorzichtig. En verder: efficiënt rijden, nergens energie morsen. Je schaatsen moeten het werk doen, niet jij.’

Heel soms vertelt Bloemen hem wel eens iets over de oranje gekleurde historie van de 10 kilometer. Maar Fish heeft nauwelijks interesse, zegt hij eerlijk. Hilbert van der Duim en zijn vogelpoep? ‘Doen’t ring a bell. ‘Hij haalt zijn schouders op. ‘Misschien als ik ben gestopt, dat ik er wat meer over wil weten, maar nu ben ik vooral met het schaatsen zelf bezig. Zelfs in dit gesprek denk ik al aan komend weekend.’

Na zijn wereldtitel opende hij nog wel de Wikipedia-pagina waarop alle andere wereldkampioenen 10 kilometer staan vermeld. De meeste kende hij alleen van naam. ‘Zoveel verschillende winnaars zijn er niet. Het verbaasde me überhaupt dat de afstandskampioenschappen relatief kort bestaan. Het is leuk dat ik de eerste niet-Nederlander ben die wint, maar eerlijk gezegd ben ik er op die manier helemaal niet mee bezig. Het gaat om de volgende rit. En daarna weer om de volgende. Daar bestaat mijn leven uit.’

Hij is volgens zijn coach Bart Schouten getrouwd met schaatsen. Het is niet overdreven, zegt Fish. ‘Mijn familie staat op één, maar het schaatsen komt op de tweede plaats in mijn leven. Het is het enige waar ik aan denk. Nee, ook niet aan een vriendin of het geld dat ik met schaatsen kan verdienen. Ik schaats niet voor het geld en voor een vriendin heb ik geen tijd. Als ik ’s morgens opsta, schiet er maar één vraag door mijn hoofd: hoe laat mag ik het ijs op?’

Wereldkampioenen 10 kilometer

Gianni Romme 4x: 1996,1997, 1998, 2000

Bob de Jong 5x: 1999, 2003, 2005, 2010, 2011

Carl Verheijen 2x: 2001, 2004

Sven Kramer 5x: 2007, 2008, 2009. 2016, 2017

Jorrit Bergsma 2x: 2013, 2019

Graeme Fish 1x: 2020

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden