Broers Coronel: ‘Vol gas de wereld in’

Tweeling hapt nu stof in Dakar Rally. ‘We vormen samen één naam en we doen alles samen.’

Van onze verslaggever Robèrt Misset

Zelden is er tijd om de magie van de Dakar Rally werkelijk te beleven, zegt Tim Coronel, die in 2007 met zijn vriendin Gaby Uljee als navigator de race door Afrika voltooide. ‘Ik stond boven op een duin en zag niemand in de wijde omgeving. Ik waande me echt alleen op de wereld.’ Zijn tweelingbroer Tom Coronel: ‘Hoorde je alleen die wind fluiten.’

De plaatjes tijdens de dit jaar naar Zuid-Amerika verhuisde woestijnrally zullen eveneens adembenemend zijn. ‘Wij sturen geen ansichtkaart, maar een complete speelfilm naar huis’, zegt Tim Coronel. ‘In het Andesgebergte rijden we op een hoogte van 4750 meter. We moeten hoogtepillen slikken, want het schijnt dat je in die ijle lucht overmoedig wordt.’

En lachend: ‘Wij nemen die pillen al op de eerste dag in. Fysiek zullen we flinke klappen moeten incasseren. Zo rijden we in Chili door de Atacama woestijn, de droogste en hoogstgelegen woestijn ter wereld. Het wordt bloedheet, want we hebben geen airco in de auto. We moeten het hebben van de rijwind. We zullen veel water drinken, op last van de organisatie nemen we vijf liter per persoon meer mee dan in Afrika. En we eten extra energierepen.’

Ook nu de 36-jarige broers samen hun Bowler Nemesis bijna 10.000 kilometer door Argentinië en Chili sturen, zal de betovering snel verbroken zijn. Tom Coronel: ‘Na elk moment van verstilling is er weer haast. We doen niet mee aan een puzzelrit. Als Tim geen gas geeft, neem ik het stuur over.’

De coureurs zijn vorige week voor het avontuur naar Buenos Aires vertrokken. ‘Elke honderd meter is nieuw’, aldus Tim. ‘Je komt jezelf twintig keer op een dag tegen, dat is het Dakarvirus. Twintig rondjes knallen, dat kennen we van de normale autoraces.

‘Nu moet je op alles voorbereid zijn. Houd ik mijn materiaal heel? Moet ik zand scheppen, kom ik op tijd aan? Heb ik de juiste snelheid? In de Dakar Rally moet je altijd op 70 procent rijden. Dat is tegen onze natuur in. Wij willen volle bak rammen, maar dat kan echt niet. Het is een uitputtingsslag.’

Tom: ‘Als circuitcoureurs zijn wij niet gewend een grindbak in te rijden, want dan dondert alles van de auto af. In het zand draait het allemaal om tractie, je hebt weinig grip. Het is een beetje glijden. Maar we hebben gevoel voor auto’s en dan maakt de ondergrond weinig uit.’

Tim: ‘Bij de vorige Dakar Rally heb ik me dankzij mijn wagenbeheersing uit benarde situaties weten te redden. Ik ben vier meter naar beneden gedoken. Ik sprong zo over een andere auto heen. Ik heb nooit een Japanner met zulke grote ogen gezien. Hij had de bocht gemist en wij volgden hem. We kwamen op een rotsblok tot stilstand. Maar in een split second maakte ik de juiste keuze. Gas erop en nemen die bocht.’

De broers Coronel eindigen zaterdag in de eerste etappe als 54ste in een veld van 160 teams en laten opgewekt weten ‘vooral veel stof te hebben gehapt’. Tom Coronel had het al voorspeld. ‘De fabrieksteams hebben hun eigen league, wij zijn veldvulling. Zo zie ik dat echt. Wij doen mee om te overleven en de finish te bereiken.’

In 2008 werd de traditionele rally door Afrika geannuleerd, omdat de organisatie na de moord op vier Franse toeristen de veiligheid in Mauritanië niet kon meer garanderen.

Directeur Lavigne vreest dat een terugkeer naar Afrika steeds lastiger wordt. Tim Coronel: ‘Afrika mist de Dakar Rally nu al. In Mauritanië vormde die race 20 procent van het bruto nationaal product.

‘We hebben het wel over een karavaan van 1100 auto’s, zeg maar 2500 man. Ik heb nooit zo duur mijn auto laten wassen. Het kostte in Mauritanië 50 euro per wasbeurt met gerecycled water, waardoor de monteurs aan de gang konden. Die jongens stonden met hun wasserette in de Quote 500 van het dorp, we hadden echt een toegevoegde waarde.’

Tom Coronel: ‘De Dakar Rally was in alle opzichten een impuls voor Afrika. In elk bivak waren dokters, die tot drie dagen na aankomst de lokale bevolking hielpen.’

Tim: ‘Er werden putten geslagen, zodat de watervoorziening op peil bleef. Zeker voor Mauritanië was het schrappen van de Dakar Rally een enorme klap.’

Ze waren voorbestemd ooit samen een auto te besturen. Bij hun geboorte verbond vader en autocoureur Tom Coronel sr. de tweeling ook met hun namen: Tim Alfa en Tom Romeo. Tim was er negen minuten eerder dan zijn broer. ‘Toen was ik al de snelste’, zegt Tim, die zich zelfs op zijn voicemail als ‘de snelste man van Nederland’ presenteert.

Tom Coronel: ‘We hebben hetzelfde dna, we vormen samen één naam en we doen alles samen. Ik kan Tim verrot schelden en hem een minuut later iets te drinken aanbieden. Met een vriend heb je dan een jaar ruzie. Maar we hebben niet eerder zo op elkaars lip gezeten als nu in de Dakar Rally.’

Tim: ‘Tijdens de verbindingsroutes doe ik lekker mijn iPod in en zoek ik mijn rust. Net als twee jaar geleden met mijn vriendin hanteren we de een-minuut-stilte-regel als er even herrie in de tent is.’

En wie corrigeert wie? Tim: ‘Ik ben iets introverter, Tom is de extroverte van de tweeling.’ Tom: ‘Nee joh, precies andersom.’ Tim: ‘Meen je dat nou?’ Tom: ‘Het grappige is dat we een ander beeld van elkaar hebben. Als ik Tim zie, zie ik niet mezelf. Hij is wat kaler en grijzer dan ik.’ Tim: ‘Tom maakt het graag iets mooier dan het is.’

Ze voerden als kind competitie met en tegen elkaar. Tom Coronel: ‘We hebben even bij elkaar in de klas gezeten. Mijn moeder zei tegen de rector dat ze het geen goed idee vond. We deden alles in de overtreffende trap. Als Tim een krijtje gooide, pakte ik de borstel, tot uiteindelijk de tafel het raam uit ging. Na de Kerst werden we uit elkaar gehaald. Nu is er geen ruimte voor competitie, we hebben elkaar nodig.’

Tim: ‘Ik vul Tom onbewust aan, heel maf.’ Tom: ‘We begrijpen elkaar zonder te praten. Het is een aura, ik voel het als Tim zich klote voelt. Ik merk het ook meteen aan zijn gedrag. Je kunt het niet uitleggen. Het kan ook een gevaar zijn.

‘Ik ken in de autosport twee Duitse broers die niets meer met elkaar te maken willen hebben. Wij zijn een tweeling, dat maakt het anders. We hebben mét en tegen elkaar gebokst, we hebben elkaar altijd scherp gehouden.’

Twee Coronels op één vierkante meter, dat zie je niet vaak, roept een bezoeker verrukt. En hij maakt meteen een foto. Tim en Tom Coronel zijn immers constant in beweging. Tom: ‘Ik ben de man van 100 procent en anders niet. Ik leef altijd vol gas. Mijn moeder is 57 jaar geworden, maar ze heeft geleefd als een vrouw van 120. Dat is de manier. Ik moet dus extra gas geven, want misschien word ik ook maar 57.

‘Mijn dochter van tweeënhalf is net zo. Andere meisjes klemmen zich vast aan het been van hun vader als er bezoek is. Mijn kind loopt op je af en zegt: hallo, ik ben Carmen. Dat is het verschil. Die meid gaat vol gas de wereld in. Er valt nog zoveel te ontdekken. Als mensen tegen Tim en mij zeggen: zou je dat nou wel doen? Dan hebben wij het al gedaan.’

Hun partners komen ook uit de autosport. Tim: ‘Anders snappen ze je niet.’ Tom: ‘De vader van mijn vriendin is eigenaar van een circuit en financiert een raceauto. Autosport is voor ons een levensstijl. Die willen we ook op onze kartbaan in Huizen overbrengen. Je gaat hier met een glimlach de deur uit.’

En ja, hun tempo is moordend. Tom Coronel racet in Japan en Macao, doet een rondje Venetië, ‘vliegt in Hongkong even de stad in’, doet daarna mee aan een botenrace op Curaçao en stuurt een dag na zijn terugkeer in Nederland een sms uit Oostenrijk, waar hij een sponsor bezoekt.

Tim: ‘Mensen kunnen ons niet bijbenen.’ Tom: ‘Ik heb echt geen ADHD, maar ik barst van de energie. Ik ben enthousiast en ik heb succes. Dan schakel ik weer op.’ Tim: ‘Hup, in die overdrive. Ik word soms gek van mezelf. Een dagje op het strand houd ik al niet vol. Dan moet ik jetskiën of windsurfen, ik moet bezig blijven.’

Tom: ‘Als ik een mooi boek heb gelezen, pak ik het nooit meer uit de kast. Dan wil ik naar het volgende boek. Veel mensen zijn niet hard genoeg, wij kunnen een tandje bijzetten. We gaan steeds gekkere dingen doen, we kunnen niet zonder dat adrenalineshot. Die botenrace op Curaçao was extreem. Maar we zijn geen avonturiers.’

Tim: ‘We zijn ondernemers die gecalculeerde risico’s nemen.’ Tom: ‘Ik zou weleens van een flat willen vliegen, omdat ik weet hoe het afloopt als ik spring.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden