Sport WK baanwielrennen

Broedermoord beslist sprintfinale bij WK baanwielrennen, Lavreysen klopt Hoogland

Baanwielrenner Harrie Lavreysen werd zondag wereldkampioen sprint in Polen. Daarvoor moest hij wel afrekenen met teamgenoot, kamergenoot, vriend en landgenoot Jeffrey Hoogland.

Jeffrey Hoogland en Harrie Lavreysen. Beeld AFP

Vrienden zijn het, de baansprinters Harrie Lavreysen (21) en Jeffrey Hoogland (25). Ze wonen bij elkaar in de buurt in Apeldoorn, waar het velodroom van Omnisport staat. Ze gaan samen uit. Ze trainen met elkaar. Ze jutten elkaar op om wat squats extra te doen om de beenspieren te teisteren. Ze dagen elkaar uit om een honderdste van een seconde harder te rijden. Wie de weddenschap verliest, betaalt de koffie.

Op de wereldkampioenschappen baanwielrennen in het Poolse Prusków slapen ze bij elkaar, op kamer 607 van hotel Okecie, vlak bij de luchthaven van Warschau. In de BGZ Arena, plaats van handeling van de wedstrijden, gaan ze zelfs gelijktijdig naar het toilet.

Maar zie ze deze zondag nu naast elkaar zitten, vlak voor de beslissende finale op het koningsnummer, de individuele sprint. Ze kijken elkaar niet aan. Ze blazen de wangen bol. Ze stoten de longen leeg. Lavreysen heeft de zwarte helm al op, zijn ogen gaan schuil achter het vizier. Hoogland staart naar de grond, zijn witte helm nog in de hand. Ze weten dat ze de komende minuten elkaar geen duimbreed zullen toegeven.

Na drie ronden van 250 meter op de baan is het pleit beslecht. In een unieke, want volledig oranje gekleurde eindstrijd, is de jonge Lavreysen, geboren in Luyksgestel, Hoogland, geboren in Nijverdal, te snel af. Het is zijn eerste wereldtitel op het onderdeel na de zilveren medaille in 2017. Het is de eerste wereldtitel op de sprint sinds 2004, toen Theo Bos de snelste was.

Er is een broedermoord voor nodig gebleken om te beslissen wie zich het kroonjuweel van deze sport mocht toe-eigenen. Winnaar Lavreysen: ‘Op een dag als vandaag moet je egoïstisch zijn.’ Hoogland slikt nog even. ‘Ik kan.. er…vrede mee hebben. Ik ben wel degelijk verdrietig.’ Maar het was lastiger te verteren geweest, denkt hij, als hij van een ander dan zijn maat had verloren.

Het goud en zilver vormen het daverende sluitstuk van een voor Nederland ongekende medailleoogst. Vooraf was de verwachting dat het resultaat van de WK van vorig jaar in Apeldoorn - vijf wereldtitels, vijf keer zilver en twee keer brons - niet te evenaren zou zijn. In Polen stopt de teller na zes wereldtitels, vier zilveren en één bronzen plak.

Wie vraagt naar de verklaring van het succes krijgt uit de baanploeg telkens dezelfde antwoorden. Keihard trainen, elkaar inspireren. Amy Pieters, die zaterdag op de koppelkoers goud pakte met Kirsten Wild, zei dat het verblijf tussen al die regenboogtruien haar het gevoel gaf dat het behalen van een medaille eigenlijk al niet meer genoeg is. Bos, de 35-jarige routinier die op de tijdrit van één kilometer het zilver greep, gelooft dat hij misschien wel beter rijdt dan in zijn gloriejaren tussen 2004 en 2007. ‘Ik trek me op aan die jongens.’ Sam Ligtlee, de broer van de intussen gestopt olympische kampioen Elis: ‘We zijn concurrenten. Maar we zijn ook vrienden.’

Lavreysen voelde al bij het ontwaken in het hotel dat hij supergoed was. Hij informeerde de staf. ‘Vandaag gaat het gebeuren.’ Nee, dat had hij niet tegen kamergenoot Hoogland gezegd, zoals hij later voor hem verborgen zou houden dat hij ’s middags kampte met een krampaanval. Onderling was een mogelijke confrontatie in de eindstrijd als gespreksonderwerp vermeden. Voorzichtigheid was het devies: in Apeldoorn hadden beiden de sprint al in de achtste finales verprutst na onderschatting en misrekening.

Hoogland ging zondag licht favoriet de finale in. Hij had de snelste kwalificatietijd gereden – een honderdste sneller dan Lavreysen – en zondag genoeg aan twee heats om de regerend wereldkampioen Matthew Glaetzer van het lijf te houden. Lavreysen had een extra inspanning nodig om de thuisrijder Mateusz Rudyk terug te wijzen. Hij liet zich in de eerste rit verrassen toen de Pool onder hem door dook.

Lavreysen won de eerste rit in de finale door al vroeg te openen, waarna zijn tegenstander niet meer langszij kon komen. Hoogland baalde. ‘Ik zag hem versnellen, maar ik dacht heel lang dat de afstand gelijk bleef, dat het misschien geen echte aanval was. Dat was een stomme fout.’ Lavreysen had voorzien waar Hoogland in de daaropvolgende race zijn aanval zou plaatsen om in de uitslag gelijk te komen. Dat gebeurde in de tweede ronde. ‘Ik ben beter in het zittende werk. In de laatste bocht ben ik sneller. Ik wist zeker dat ik hem daar ging inhalen.’

Hoogland: ‘Ik dacht: ik moet initiatief nemen en echt hard rijden, dan komt hij er niet omheen. Misschien heb ik het onderschat. Harrie is ook gewoon sterk. Het is niet gek dat we één en twee worden. Het is alleen zuur dat er maar één kan winnen. Als we ’m hadden kunnen delen, hadden we het gedaan.’

Maar zondagmiddag rijdt Lavreysen met in zijn handen de Nederlandse vlag. Hoogland volgt, het hoofd gebogen. Vlak voordat ze de baan verlaten, vallen ze elkaar in de armen. Dat hier meer speelt dan sporters die elkaar op het scherp van de snede hebben bestreden, beseft ook premier Mark Rutte. Als hij Lavreysen telefonisch de felicitaties heeft overgebracht, vraagt hij of hij Jeffrey ook nog even mag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden