Brief werpt nieuw licht op IOC-strijd

Het was 1994. Wouter Huibregtsen was als voorzitter van sportkoepel NOC*NSF bezig zijn organisatie op te tuigen met hoogwaardige bestuurders. De topman van McKinsey zocht contact met het Koninklijk Huis. Hij wilde de kroonprins, een sportliefhebber, graag in zijn bestuur.

1995: Willem-Alexander, Terpstra en Huibregtsen bij Ajax. Beeld VI Images
1995: Willem-Alexander, Terpstra en Huibregtsen bij Ajax.Beeld VI Images

Willem-Alexander, de Prins van Oranje, kreeg een rol als beschermheer. De correspondentie over diens aantreden leek onschuldig. Er werden wat afspraken gemaakt over zijn erefunctie. Het beschermheerschap gaf de kroonprins de mogelijkheid vergaderingen bij te wonen en 'zijn aanwezigheid bij grote internationale sportevenementen werd gelegitimeerd', schreef de particulier secretaris van de prins, Jurriaan Kraak, aan 'de Weledelgestrenge Heer Ir. F.W. Huibregtsen, voorzitter NOC*NSF'.

In de brief van 4 november 1994, opgedoken in het archief van judolegende Anton Geesink, zat een opvallende clausule. Het was het antwoord van Kraak, namens de prins, op vragen die Huibregtsen hem een week eerder telefonisch had voorgelegd. Punt twee: 'Het is niet de ambitie van de Prins van Oranje om lid van het Internationaal Olympisch Comité te worden.'

Tijdens zijn contact met het Koninklijk Huis, dan wel met de prins zelf, heeft Huibregtsen dus willen vastleggen dat Willem-Alexander niet zou opteren voor een plaats in het IOC. Daar wilde Huibregtsen namelijk zelf in.

Op dat moment telde het IOC één Nederlandse vertegenwoordiger, de olympisch kampioen judo van 1964, Anton Geesink. Het nieuws dat er een tweede IOC-lid uit Nederland bij zou komen, zong al sinds 1992 rond.

Strijd

De strijd barstte los in september 1997. In Amsterdam vond een Europese sportconferentie plaats en IOC-voorzitter Juan Antonio Samaranch deed daar waarvoor hij was uitgenodigd. 'Waarom niet?' was zijn reactie toen het ging over een tweede IOC-positie voor Nederland.

Daarna meldden zich Wouter Huibregtsen, schaatslegende Ard Schenk en de toenmalige staatssecretaris van Sport Erica Terpstra. Ook roeiofficial Marc Top, hockeyvoorzitter Els van Breda en journalist Wim Jesse schreven een brief aan het IOC.

Huibregtsens campagne werd door de verdeeldheid verstoord. Hij mobiliseerde de Nederlandse olympische bonden om te kiezen tussen Schenk en hem. Het werd 28-2 voor de voorzitter.

Geesink wilde Huibregtsen niet steunen, onder het mom dat hij neutraal diende te blijven.

Maar toen de echte verkiezingstijd was aangebroken, eind januari 1998, rond de Winterspelen van Nagano, stond Terpstra plots de kroonprins op Schiphol uit te wuiven.

Die was naar eigen zeggen 'van zijn stoel gevallen', toen hij werd benaderd door het IOC. Huibregtsen, al gearriveerd in Nagano was volkomen uit het veld geslagen door de verrassende keus. Hij koos in een interview van negen minuten met Volkskrant-verslaggever Hans van Wissen voor de later ingetrokken kwalificaties 'judas', 'saboteur' en 'lafaard' en schermde met de op papier gedane belofte van secretaris Kraak en de Prins van Oranje. Die brief, met deels de verklaring voor zijn opwellende woede, is nu opgedoken in het archief van zijn erfvijand Geesink.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden