AnalyseWielrennen

Botsende alleskunners Van der Poel en Van Aert mogen het uitvechten in Ronde van Vlaanderen

Mathieu van der Poel, de Nederlander en Wout van Aert, de Belg. Wielrenners, generatiegenoten en rivalen. Als sinds hun jeugd. Eerst in het veld, nu op de weg. Zondag is Vlaanderen hun toernooiveld. Wie dendert het snelst over de met kasseien geplaveide kuitenbijters van de Vlaamse Ardennen? 

Mathieu Van Der Poel wint in september een etappe in de Tirreno-Adriatico.Beeld Getty Images

Dit zegt veel over hun status: Wout van Aert en Mathieu van der Poel kwamen afgelopen zondag in Gent-Wevelgem als achtste en negende over de finish in de Vanackerestraat (de Belg met het gezicht op onweer, de Nederlander wat sip ogend), maar trokken alle aandacht naar zich toe. Zelfs winnaar Mads Pedersen moest het na de wedstrijd over die twee hebben.

Het daarop volgende gekissebis droeg eraan bij. Van Aert schamperde dat zijn rivaal ‘blijkbaar’ liever had dat hij verloor in plaats van zelf voor de winst te rijden. Van der Poel noemde die bewering ‘raar’ en ‘laag’. Maar ook zonder dat robbertje verbaal boksen, tekenden zich ‘in Flanders fields’ onontkoombaar de contouren af van een tweestrijd die het wielrennen de komende jaren zal kleuren.

Zondag wacht de apotheose van beider wielerseizoen in de Ronde van Vlaanderen, waar ze, met de Franse wereldkampioen Julian Alaphilippe, als topfavorieten aan de start verschijnen. Na het schrappen van Parijs-Roubaix vormen de met kasseien geplaveide kuitenbijters in de Vlaamse Ardennen het decor van hun laatste krachtmeting op de weg. De Nederlander weet zich in zijn ploeg gesteund door vier Belgen, de Belg door vier Nederlanders. De liefhebber zet zich alvast schrap in de zetel voor de tv. Publiek, blijf vooral thuis, maant koersorganisatie Flanders Classics, uit angst voor covid-19.

Gezamenlijk hebben ze een bijzondere route afgelegd. Ze zijn 10 en 11 als ze in veldritjes voor de jeugd wel eens tegen elkaar rijden. Als snotapen van amper 20 rijden ze in de modder en het bos de gevestigde orde overhoop. Als mid-twintigers fietsen ze op de weg een klinkende erelijst bij elkaar. Het is een duel vol grillige wendingen, tussen verschillende karakters en waarin de ambities nog niet geheel parallel lopen.

De tegenwoordige tijd

In deze volgepakte wielermaanden maakt Van Aert de meeste indruk. Hij ontpopt zich op de weg als een alleskunner, zoals zijn rivaal dat is door het koersen op de weg te combineren met veldrijden en mountainbiken. Hij wint de Strade Bianche en Milaan-San Remo, wedstrijden waarin Van der Poel buiten de top-10 blijft. In de Tour de France boekt hij twee sprintzeges, sleurt kilometers lang bergop aan kop van de groep met klassementsrenners en rijdt op de WK in Imola naar het zilver op zowel de tijdrit als op de weg.

Van der Poel manifesteert zich weer vanaf september, met ritwinst in de Tirreno-Adriatico, het Nederlands kampioenschap, zijn zege in de BinckBank Tour na een lange solo, een sterk optreden in Luik-Bastenaken-Luik en een tweede plek in de Brabantse Pijl.

Het optreden van Van Aert heeft zijn ploeg niet verrast, zegt het hoofd van de trainingsstaf Mathieu Heijboer. ‘Wout heeft nu eenmaal van moeder natuur een enorm potentieel meegekregen. Zet hem op de baan en hij zal ook daar een topper worden.’ 

Toen hij anderhalf jaar geleden bij de ploeg kwam, was het de bedoeling hem vooral voor klassiekers en tijdritten klaar te stomen. Zijn personal coach, Marc Lamberts, overtuigde hem ervan dat hij zich maar eens in de sprint moest mengen – de explosiviteit en het vermogen had hij al, slechts het vertrouwen ontbrak. Wat de ploeg niet had voorzien, bekent Heijboer, was dat hij er in de Tour in slaagde dag in dag uit op de cols voorin te blijven. ‘We wisten dat hij bergop sterk was. Voordat hij bij ons kwam, was hij al een keer derde geworden in de Strade Bianche. Dan kun je wel wat. Maar zo lang, zo sterk, dat kwam als een verrassing.’

Er is niet één verklaring voor het succes. Individuele trainings- en voedingsprogramma’s dragen eraan bij dat Van Aert telkens ‘scherp’ aan de start verschijnt, zo’n 3 tot 4 kilo lichter dan in de winterperiode. ‘Wout reageert heel snel op aanpassingen in schema’s. Als je inzet op de sprint, zie je meteen dat hij explosiever wordt. Het gaat ook nog eens nauwelijks ten koste van zijn andere capaciteiten.’ 

Nog een factor van belang: de aanwezigheid van andere wereldtoppers in het team, zoals Primoz Roglic en Tom Dumoulin. Heijboer: ‘Het is bewezen dat zoiets werkt: trainen, voorbereiden en koersen met grote jongens leidt tot een hoger niveau. Ze trekken zich aan elkaar op.’

Dat Van der Poel dit seizoen aanvankelijk de boot miste, schrijft hij zelf toe aan de lange wedstrijdloze periode. Om het gebrek aan competitie te compenseren, heeft hij mogelijk te veel getraind. Zijn vader had hem nog gewaarschuwd. Adrie tegen Humo: ‘Maar wat moest hij doen? Je kunt niet iemand z’n plezier afnemen.’ Hij wijst er op dat het wegvallen van de Olympische Spelen in Tokio, waar zijn zoon aasde op goud in het mountainbiken, een ‘gigantische klap’ is geweest.

In een interview met de Vlaamse krant Het Laatste Nieuws vertellen de managers van zijn ploeg, de broers Christoph en Philip Roodhooft, dat hun kopman ontgoocheld was over zijn eerste weken. ‘Mathieu is niet bijzonder goed uit de lockdown gekomen. Zijn mindere presteren viel natuurlijk samen met twee knalprestaties van Wout van Aert. Die werden heel dik in de verf gezet. Wat normaal was en meer dan terecht.’ 

Op de vraag of hij geprikkeld is geraakt door de prestaties van zijn grote concurrent, antwoordt Christoph: ‘Het was voor hem niet aangenaam. En voor ons ook niet. Niet zozeer omdat Van Aert het zo goed deed. Maar wel omdat het voor hem niet liep zoals verwacht.’

In tegenstelling tot Van Aert, kan hij zich in zijn ploeg, waar alles om hem draait, niet optrekken aan teamgenoten. Maar zijn management twijfelt er niet aan dat hij blijft. Het contract loopt tot 2023. Waar anders krijgt hij de mogelijkheid in drie uiteenlopende disciplines te rijden? Ze zijn al samen sinds 2009, dan is er meer dan een zakelijke verbintenis. Philip: ‘Het moet onze ambitie zijn dat Mathieu al zijn dagen op een koersfiets in onze ploeg rijdt.’

Wout van Aert boekt in september een dagsucces in de Tour de France.Beeld AFP

De verleden tijd

Als tiener was Mathieu jarenlang het sterkst. Hij was behendiger, explosiever. Wout was lang klein voor zijn leeftijd. Maar na een groeispurt begon hij het ‘Matje’ steeds moeilijker te maken. In 2012, op de WK in Koksijde, pakte hij het zilver bij de junioren, op 8 seconden van zijn tegenstrever. In 2014, op de WK in Hoogerheide, waar ze allebei uitkwamen in de categorie van de beloften (tot 23 jaar), was er goud. Van der Poel eindigde als derde, geplaagd door keelpijn. Een jaar later maakten ze allebei de overstap naar de elite. De Nederlander, nog geen twee weken 20, werd er de jongste wereldkampioen ooit. Het zilver was voor Van Aert.

Het was de ouverture voor een reeks beklijvende wedstrijden. De lefgozer tegen de krachtpatser. Show versus introversie. De drieste aanval in plaats van onverzettelijkheid. De voorlopige eindstand: beiden drie keer wereldkampioen. Het gelijkspel vertekent wat: Van der Poel had de laatste jaren de overhand. Van Aert bleef nog wat verder achter toen hij zich met ruzie had losgemaakt van zijn ploeg Verandas Willems-Crelan. Na zijn gruwelijke val in de Tour van 2019, waar hij een zware bovenbeenblessure opliep, haalde hij, intussen in het zwart-geel van Jumbo-Visma, bij terugkeer in de modder nog niet het gewenste niveau.

Wie terugkijkt, kan vaststellen dat hun fittie na Gent-Wevelgem niet op zichzelf staat. Vrienden zijn het niet, ze praten niet veel met elkaar. Wel is er onderling respect. In het veldrijden deelden ze al plaagstoten uit. Van der Poel plaatste in 2017 zijn dopingcontroleformulier online, nadat er wat vragen waren gerezen over het herstel van Van Aert na een knieblessure. Had hij soms toestemming gekregen voor het gebruik van cortisol? Dan zou een attest zichtbaar moeten zijn. De Belg ging er niet op in. ‘Dat is privé.’ Dat Van Aert na een veldrit de tijd nam om uit te rijden op de rollers alvorens zich naar het podium te begeven, ergerde Van der Poel. De ceremonie moest op tijd beginnen, zo niet, dan vertrok hij voortaan. Er kwam een aftelklokje.

Van Aert gaf een jaar eerder toe aan druk zich meer op de weg te richten. In een blubberige versie van de Strade Bianche reed hij in 2018, bedekt door laagjes gruis, naar een derde plek. In de Ronde van Vlaanderen debuteerde hij met een negende plaats. De gevolgtrekking was snel gemaakt: dit is een klassiekerkoning in wording.

Het seizoen daarop was het eerst aan Van der Poel, die op de weg al kon bogen op een wereldtitel in de categorie tot 23 jaar: als 19-jarige belofte won hij in 2013 goud in Florence. In de lente van 2019 bouwde hij een indrukwekkende serie op: winst in Grand Prix de Denain, Dwars door Vlaanderen, de Brabantse Pijl en de Amstel Gold Race. Later zou hij nog de Tour of Britain op zijn naam schrijven. Vervolgens ving Van Aert weer de blikken: tijdritwinst en een etappe in het Critérium du Dauphiné, heel hard rijden voor de ploeg en een rit in de Tour de France.

Waar was Van der Poel toen? Die zat op zijn mountainbike en verbaasde vriend en vijand. Hij versloeg olympisch kampioen Nino Schurter twee keer in een wereldbekerwedstrijd. Later verklaarde hij dat de Zwitser, en niet Van Aert, tot dan toe zijn misschien wel lastigste tegenstander is geweest. Het kostte vier jaar om hem te kloppen.

De toekomstige tijd

Het behoort tot de meest gestelde vragen aan beide renners: gaan ze ergens in de nog komende jaren een keer voor de heilige graal in het fietsen, de eindzege in de Tour de France? Hoofd performance Heijboer van Jumbo-Visma is stellig. ‘Ik weet dat veel Vlamingen dagdromen dat Wout een keer de Tour gaat winnen. Laat ik ze uit die droom helpen: dat gaat niet gebeuren. Hij zal zoveel aan gewicht moeten verliezen dat hij op explosiviteit en vermogen gaat inboeten. Veel vet zit er niet op, hij zal spiermassa moeten inleveren. Zeker zo belangrijk is wat hij zelf wil. We hebben het er pas nog over gehad. Er was geen misverstand over: hij wil de klassiekers rijden, de Ronde, Parijs-Roubaix.’ Wel een optie is het groen in Parijs, de trui voor het puntenklassement.

Van der Poel moet zijn debuut in Frankrijk nog maken. Dit jaar kreeg zijn ploeg geen wildcard van de organisatie, maar intussen heeft Alpecin-Fenix zoveel punten bijeen gereden dat ze op basis daarvan startrecht kunnen opeisen. Niet zeker is of hij er in de Tour al bij zal zijn in 2021, als al kort daarop het goud op het mountainbiken op de Spelen in Tokio lonkt. Hij zal als klassementsrenner precies hetzelfde probleem tegenkomen als Van Aert: enkele kilootjes te veel, in combinatie met een laag vetpercentage. Vader Adrie heeft het hem al meer voorgehouden: er zijn genoeg koersen buiten de Tour om een prachtige palmares op te bouwen.

Het komt vooralsnog nog aan op zondag. Mathieu van der Poel aan de vooravond van de Ronde: ‘Ik denk dat Wout mijn belangrijkste concurrent zal zijn. Maar er zijn ook veel andere renners in vorm.’ Wout van Aert: ‘Ik koers niet tégen Mathieu, ik koers om te winnen. En daarvoor zal ik hem nog veel moeten passeren. Dat is altijd zo geweest en dat zal ook zo blijven.’ 

Rivaliteit in cijfers

Wout van Aert (26), 1.90 meter, 76 kilo, Jumbo-Visma. Prof sinds 2013.

Op de weg: 17 overwinningen.

In het veld: 40 overwinningen, drie keer wereldkampioen.

Mathieu van der Poel (25): 1.84 meter, 74 kilo, Alpecin-Fenix. Prof sinds 2014.

Op de weg: 26 overwinningen.

In het veld: 134 overwinningen, drie keer wereldkampioen, drie keer Europees kampioen.

In de 23 wegwedstrijden tegen elkaar eindigde Van der Poel 14 keer voor Van Aert. In de laatste vijf confrontaties was Van Aert beter, met onder meer drie zeges.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden