Boogerd: 'Ik behoor nu tot de grote jongens' Zachtmoedige Pantani vindt Tour te licht

Als de weg omhoog leidt kan Marco Pantani als geen ander zijn collega's pijnigen, maar Olifantje heeft wel degelijk ook een zeer zachtmoedige kant....

Van onze verslaggever

Marcel van Lieshout

PLATEAU DE BEILLE

De zachtmoedige Pantani richtte zich haast fluisterend tot zijn gehoor: 'Jan Ullrich had pech en dan is het niet netjes om weg te rijden.'

Na een paar seconden stilte verzekerde de agressieve Pantani met enige stemverheffing: 'Maar ik was het wel van plan! Natuurlijk wilde ik meteen in de aanval gaan. Zoveel kansen krijg ik in deze Tour niet.'

Even later was daar plots weer de zachtmoedige. Zijn zege van gisteren droeg hij op aan zijn moeder (doen Italianen altijd) maar vooral ook aan de onfortuinlijke Silvio Martinello, de sprinter uit de concurrerende Polti-ploeg die precies een week tevoren een enorme smak maakte en de Tour noodgedwongen moest verlaten.

Wat Martinello in de etappe naar Chateauroux overkwam was vanzelfsprekend vreselijk, maar voor de Tour zou het pas écht een ramp zijn als Pantani iets ernstigs overkomt. Als er nog iemand is in deze Tour die aan het gezag van de gedoodverfde winnaar Ullrich durft te tornen dan is hij het wel. Dat moet welhaast de slotsom zijn van twee dagen in de Pyreneeën, het hooggebergte dat Ullrich net als vorig jaar dan wel als gele-trui-drager achter zich laat, maar waarin een klein kaalhoofdig Italiaantje zich aandiende als dé concurrent.

De renner die gistermiddag als eerste het Plateau de Beille bereikte behoorde te stralen en dat deed Pantani dan ook, maar bij alle jubel en gejuich (de Piraat pakte 1 minuut en 40 seconden op Ullrich terug en schoof door naar de vierde plaats in het algemeen klassement) kon de man van de dag het toch niet laten wat te somberen. De Tour is te licht vindt Pantani. De Tour telt amper bergen voor echte grimpeurs, het uitstervende ras van klimgeiten. De reuzen waarover het Giro-peloton wordt gejaagd, dat zijn pas beproevingen.

Een vergelijkbare berg kreeg het Tour-peloton woensdag niet voorgelegd, maar de elfde etappe van Luchon naar Plateau de Beille kon bezwaarlijk als een makkelijke worden afgedaan. Met een aankomst bergop en drie cols van de tweede en een van de eerste categorie kregen de renners de dag voor hun rustdag een van de zwaarste opdrachten van deze ronde voorgeschoteld.

De inspanningen van de dag tevoren toen regen en kou de renners teisterden, hadden kennelijk hun tol geëist. Heel lang hielden de kopmannen zich gisteren verscholen. Net als in de eerste Pyreneeën-rit waren het de Italianen Massi en Lelli en de dinsdag eveneens sterk rijdende Zwitser Roland Meier die hun geluk mochten beproeven.

Het echte vuurwerk kwam pas in de slotbeklimming, op een moment overigens dat de ogenschijnlijk soeverein rijdende Ullrich zich verzekerd wist van alwéér een concurrent minder. Geen Festina's, de kwelgeesten van het jaar tevoren, zijn er meer over, dinsdag stapte de gevallen Cofidis-kopman Casagrande af en gisteren moest ook Olano het voor gezien houden. Een ernstige blessure, opgelopen bij dezelfde valpartij als die van Casagrande, dwong de Spanjaard na 120 kilometer pijnlijk geploeter tot opgave.

Een pijnlijke dag bleek het plotseling ook nog voor Ullrich te worden toen de Duitser op een hoogst ongelukkig moment door een mankement in de problemen kwam. Een kilometer voor het begin van de bijna zestien kilometer lange slotklim was het alarmfase 1 bij de Telekoms toen Ullrich lek reed. Veel hulptroepen had de klassementsleider op dat moment niet meer. Alleen Riis en Totschnig waren nog in zijn buurt. Het wachten was op een tempoversnelling van de concurrenten, maar die bleef uit.

De coulance van Pantani (hij vond het niet 'netjes' om van Ullrichs malheur te profiteren) duurde maar even. Twaalf kilometer onder de top kwam alsnog de verwachte aanval. Ullrich zelf zette aanvankelijk de achtervolging in, leek bijna in die opzet te slagen, maar moest zich ten slotte toch gewonnen geven.

Terwijl Pantani naar boven danste lieten de opvolgers (onder wie wederom Rabo-kopman Michael Boogerd) Ullrich zweten in diens jacht op de Italiaan. Tijdens de klim bleven zes renners in het spoor van de Duitser - de verrassend sterke Amerikaan Bobby Julich was er ook weer bij - totdat de man in het geel plotseling steun kreeg van een van die zes. De Italiaan Piepoli wierp zich op als een Telekom-knecht, maar ook hij kon de schade voor Ullrich niet meer verkleinen.

Waar de Duitser pas weer bij het aantrekken van een verse gele trui flauwtjes kon lachen, straalde Boogerd. De etappe van gisteren (een kopie van die in de Route du Sud waarin hij tweede werd) deed de Rabo-kopman de topvijf van het algemeen klassement binnendringen. Het is heel lang geleden dat een Nederlander in dit stadium van de Tour met zo'n fraaie positie kon pronken. Boogerd: 'Na vandaag weet ik zeker dat ik tot de grote jongens behoor.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.