Boeren, burgers en buitenspelers

In veel kleine plaatsen is de voetbalclub niet alleen een sportvereniging, maar ook spil van het sociale leven en ontmoetingsplaats van verschillende geloven en generaties....

Het hek, waarop de twaalf clubletters trots roesten, staat al open. Later zal blijken dat het hek altijd openstaat. Zo'n club is Veensche Boys namelijk.

Schotsman heeft zijn auto pal voor de kantine geparkeerd en zoekt in de achterbak nog eventjes naar geschikt gereedschap. Kats en Berculo sr. staan aan de andere kant van het veld naar hem te schreeuwen. Schiet toch eens op, Schotsman! Het bord van een nieuwe sponsor moet worden opgehangen. Ze hebben Schotsmans hulp hard nodig en zijn gereedschap nog meer.

Het is 27 maart en de maandagmorgenploeg treedt aan. Het is klusjesmorgen bij Veensche Boys. Chris Drent mopt de kantinevloer, Abrie Schuurman boent de koffiekan en de rest is op het veld bezig. 'In principe doen we hier alles zelf', zal Henk Berculo zeggen nadat sportwinkel Time Out een plek heeft gevonden langs het hoofdveld.

Dan is het koffietijd in de commissiekamer. Op weg erheen wijst Berculo naar iets denkbeeldigs achter de dug-outs en zegt: 'Daar moet de overdekte tribune komen.' Die tribune staat al vele jaren bovenaan het verlanglijstje van de vereniging. Het bestuur had bedacht eronder een jeugdhonk in te richten. Dat zou dan op doordeweekse dagen kunnen dienen als hangplek voor jongeren. Dick Schouten: 'Dat zouden dan mooi twee vliegen in één klap zijn.'

Zo ziet de voorzitter zijn voetbalclub het liefst: als de spil van het sociale leven. 'Alleen met voetbal red je het niet', zegt Schouten. Nu al fungeert de kantine als een dorpshuis waar eens in de twee weken op vrijdagavond bingo is.

De voortschrijdende privatisering dwingt Veensche Boys ertoe het centrum van activiteiten te willen zijn in Nijkerkerveen. 'Het is toch te gek dat de kantine in de zomer acht weken dicht is. Dat zijn acht verloren weken.'

Vanwege die spilfunctie in het Nijkerkerveense leven was Schouten op het idee van het jeugdhonk gekomen. In ruil daarvoor zou de gemeente 75 duizend gulden bijdragen aan de tribunebouw. Prachtig plan, iedereen blij. Maar toekenning van de subsidie laat nu al jarenlang op zich wachten, en bij Veensche Boys zijn ze het zo langzamerhand beu. 'We lossen het zelf wel op', had Berculo al gezegd op die maandagmorgen.

Een Veensche Boy van het eerste uur heeft ooit een embleem voor de club gemaakt. De hamer en de nijptang staan voor de zelfwerkzaamheid. De lauwerkrans symboliseert het succes dat Veensche Boys nastreeft. De klomp verbeeldt de agrarische achtergrond van Nijkerkerveen.

In de voetbalwereld ben je dan onmiddellijk een boer. Vooral in het naburige Nijkerk wordt de clubleden dat flink ingepeperd. Edwin van Meerveld, leider van de C1: 'Vroeger werd ik altijd uitgelachen op school. Ik was het boertje dat bij Veensche Boys voetbalde. En moet je nou eens kijken. Nou speelt Japie de Feijter zelf bij Veensche Boys.'

Jaap de Feijter komt uit Spakenburg, is van oorsprong een IJsselmeervogel, maar als zodanig niet goed genoeg voor het eerste elftal. Na omzwervingen door de regio is hij bij Veensche Boys terechtgekomen. Jaap de Feijter is niet de enige. Om op niveau mee te doen moet je wel spelers halen, zeggen ze bij Veensche Boys.

Het eerste zaterdagelftal telt op dit moment slechts vier Veners. Cees van Domselaar is een van hen. Hij speelt al zijn hele leven bij Veensche Boys. Vorig seizoen had hoofdklasser Hilversum nog naar zijn diensten gedongen. Cees van Domselaar besloot er een kijkje te nemen en trainer Harry Hamstra besloot een oog je in het zeil te houden. Na één helft had hij het al gezien. Niet voor niets wordt Cees van Domselaar Mister Veensche Boys genoemd.

Na afloop van de thuiswedstrijd tegen Zwaluwen zit hij in de kantine als man of the match. Op tafel ligt het bijbehorende bosje bloemen van Ome Arie Ham, de plaatselijke bloemist. Flesjes bier staan in de rij om soldaat te worden gemaakt. Cees van Domselaar heeft op deze 18de maart zijn laatste voetbalwedstrijd als vrijgezel gespeeld.

Harry Hamstra had er in zijn peptalk al naar verwezen. 'Jongens, laten we er een feestje van maken', had hij gezegd over de aanstaande wedstrijd. Maar wel oppassen, had hij er meteen aan toegevoegd. Zwaluwen is een echte luizenploeg, hoop routine ook.

Hamstra is goud waard, zeggen ze bij Veensche Boys. Vorig seizoen was het elftal te gast geweest in zo'n doordeweekse uitzending van Studio Sport. Had Harry geregeld. Waren ze komen aanzetten met een taart zo groot als een wagenwiel. De naam van de club stond er bovenop gespoten. Was een wereldactie geweest. Had Harry ook geregeld.

Oké, tactisch is Harry Hamstra misschien niet zo sterk, zegt Henry van Ramshorst. 'Maar het is toch knap dat hij van dit zootje een team heeft gemaakt.'

Van Ramshorst voetbalde tot voor kort bij hoofdklasser Sparta Nijkerk, maar dat was de laatste tijd vooral bankzitten geblazen. Daarom had Harry Henry gebeld: of hij misschien iets voor Veensche Boys voelde. Dat deed hij.

'En nou ben ik de enige boer in de selectie', zal Henry van Ramshorst later vertellen op het huwelijksfeest van Cees van Domselaar. Hij vertelt dan ook van die keer dat hij zich had afgemeld voor een training omdat er 70 duizend kippen moesten worden gevangen.

Harry Hamstra was die dinsdagavond daarom met de complete selectie naar Henry's kippenschuur afgereisd. De training bestond uit het vangen van kippen en duurde tot ver na middernacht. Er werd die avond flink gescholden op Harry Hamstra. 'Maar zolang ze kankeren, weet ik dat het goed zit.'

De volgende dag ontving hij op zijn werk een e-mail. Vier pagina's en maar één woord: toktok. 'Toen wist ik zeker dat het goed zat.' De daaropvolgende zaterdag werd met 3-1 van csw gewonnen. 'Qua teambuilding is er geen betere dan Harry', zegt Cees van Domselaar.

Het is hard gegaan met het zaterdagelftal van Veensche Boys. Decennialang in de laagste regionen rondgesukkeld en in een periode van nog geen tien jaar doorgedrongen tot de op één na hoogste klasse in het zaterdagvoetbal.

Bestuurslid Jan van Leuveren stond dertien jaar geleden aan de basis van die opmars. Hij wist een aantal poeliersbedrijven (Nijkerkerveen ligt in een kippenstreek) warm te maken voor Veensche Boys. 'En moet je nou eens kijken.'

Op de bestuurstafel ligt de presentatiegids die aan het begin van dit seizoen werd uitgebracht. Voorop poseert de selectie en daarboven staat: Boys, Business & Balls. De foto is genomen in de Glamourzaal van Dance Palace Starlight en de shirtjes fonkelen ook. Hamstra: 'Voetballers zijn gevoelig voor mooie spulletjes.'

Die spulletjes worden financieel mogelijk gemaakt door Doornhof Verzekeringen. Directeur Gert Doornhof staat, als altijd, langs de lijn tijdens de wedstrijd tegen Zwaluwen. Het is 0-0 en bitter koud. Doornhof is shirtsponsor sinds dat door de knvb werd toegestaan. Dat zal nu een jaar of vijftien zijn. Maar met een shirtje en een broekje ben je er tegenwoordig niet meer, zegt hij. Volgend seizoen kan de selectie rekenen op een set jassen, speciaal voor de uitwedstrijden. Staat chic. Doornhof denkt dit seizoen zo'n acht- ... tienduizend gulden kwijt te zijn aan Veensche Boys, maar hij weet wel zeker dat anderen nog veel genereuzer zijn. 'Ga maar eens praten met Bert Veer.'

De eigenaar van Dance Palace Starlight staat aan de andere kant van het veld, op z'n vaste stekkie, niet ver van de kantine. Het staat 1-0 en hij zegt dat er blauw bloed door zijn aderen stroomt. Bij thuiswedstrijden kun je hem hier altijd aantreffen. Hoort bij het zaterdagritme. Eerst een potje schelden langs de lijn, daarna lekker in bad, op z'n gemak een visje verorberen, en dan doorhalen tot zes uur zondagmorgen. Starlight is een van de grootste plattelandsdisco's van Nederland.

Zijn vader had op dezelfde plek vroeger een truckerscafé. Toen was de Amersfoortseweg nog de doorgaande weg naar het noorden. Met de aanleg van de A28 verloor het café zijn bestaansrecht. Bert Veer bedacht iets anders en zal nu de succesvolste ondernemer van Nijkerkerveen zijn. Veensche Boys mag in zijn succes delen en doet dat volop. Als de club iets organiseert, zoals onlangs de oprichting van een businessclub, dan gebeurt het in Starlight.

De businessclub is in het leven geroepen voor de bestuurlijke zuiverheid, zegt Jan van Leuveren. Sponsor werving was altijd een zaak van het zaterdagbestuur geweest, maar nu er zo veel geld mee is gemoeid, leek een aparte stichting hem wel zo wijs.

Han Mast is Van Leuverens buurman en de eerste voorzitter. Mast, afkomstig uit de Randstad, woont nog niet zolang in Nijkerkerveen, maar voelde zich er snel thuis. Het devies is hier: niet lullen maar poetsen, zegt Mast. In Rotterdam hebben ze de naam, maar hier doen ze het.

Op 18 april vergadert de businessclub om zijn plannen te concretiseren. Globaal gezegd komt het hierop neer: saamhorigheid kweken, een keertje naar Beursplein 5 of zo, een hapje, een drankje. Daarmee wordt het geld verdiend om de zaterdagselectie te ondersteunen. Van Leuveren wil niet zeggen om hoeveel het precies gaat, maar als we uitgaan van vijftig leden mogen de secundaire speelvoorwaarden voor de beste zaterdagvoetballers op een paar tienduizend gulden worden geschat.

De zondagafdeling vraagt zich weleens af of de zaterdagafdeling niet een beetje te hard van stapel loopt. Ze doet dat bij monde van Henk Berculo jr., neef van Henk Berculo sr. Regionale cracks, die net niet goed genoeg zijn voor naburige hoofdklassers als IJsselmeervogels en Sparta Nijkerk, worden steeds vaker naar Nijkerkerveen gelokt.

Krijgen de jongens van het eigen dorp nog wel een kans? Wordt het karakter van de vereniging niet aangetast? Moet de zaterdagtak niet een toontje lager zingen?

De verhoudingen liggen nogal gevoelig. Wie bijvoorbeeld beweert dat Veensche Boys met zijn zaterdagelftal een mooi vlaggenschip in huis heeft, wordt onmiddellijk gecorrigeerd door Dick Schouten. 'Bij een vlaggenschip denk ik toch eerder aan iets wat de gemeenschap bindt.'

De voorzitter van het algemeen bestuur zit in een lastig parket. Hij moet het evenwicht bewaren op poten die niet allemaal evenveel kracht hebben. Daarom formuleert hij soms als een politicus. Gevraagd naar de wenselijkheid van een businessclub antwoordt hij: 'Mijn hart zegt nee, mijn verstand zegt ja.'

Ook de werving van talent van buiten het Veen heeft niet zijn onmiddellijke instemming, maar Schouten heeft er niet zo veel over te zeggen. Een paar jaar geleden werden zaterdag, zondag en jeugd officieel van elkaar gescheiden. Elke afdeling heeft nu haar eigen bestuur.

Gelukkig gaan de spelers goed met elkaar om, zeggen ze bij Veensche Boys. Daarop wordt ook gelet bij de werving, benadrukt Van Leuveren. 'Het moeten jongens zijn die gevoel hebben voor de sfeer.' En dat lukt behoorlijk, vindt Schouten. 'Je treft die jongens vaak in de kantine aan.'

De wrevel zit vooral bij oudere leden. Jan van Leuveren vertelt dat sommigen van de zondag zijn bloed wel kunnen drinken. Op zijn beurt kan hij zich flink ergeren aan het 'vrijblijvende amateurisme' van de zondagse tak. Elke ambitie, of het nu gaat om de businessclub of om de bouw van een tribune, wordt bij voorbaat de grond ingeboord.

Merkwaardig genoeg is Veensche Boys, toch geworteld in een gelovige regio, van oorsprong een zondagclub. Kon niet anders in die tijd. De arme Veners hadden de zaterdag hard nodig om het hoofd boven water te houden.

De 79-jarige Arie van Hussel is lid van het eerste uur. Zelf heeft hij nooit gevoetbald. 'Ik zat met dat verkeerde been.' Maar hij kan, net als andere Veensche Boys op leeftijd, wel mooi verhalen over hoe het toen ging in die tijd: voetballen op de Dag des Heren.

Neem Wout Bakker die zich stiekem bij de buren moest omkleden. Op een zondag zag zijn zus hem voetballen en ze verklapte het aan haar moeder. Maar wat zei mevrouw Bakker tegen Wout? Als je zo graag wil voetballen, dan moet je daarmee niet de buren lastig vallen. Zij waste zijn plunje voortaan wel. Of neem de vader van Henk Berculo jr., die ook stiekem voetbalde. Daarmee was het afgelopen toen zijn prestaties de lokale krant haalden. Zo kwam Berculo's grootvader erachter.

Omdat er toch ook Veense jongens om principiële redenen waren uitgeweken naar zaterdagclub Sparta Nijkerk, werd halverwege de jaren vijftig een zaterdagtak opgericht. Zo konden de Hammen en de gebroeders Landman ook terecht bij Veensche Boys.

De christelijke verschillen in Nijkerkerveen worden gesymboliseerd door de kleine en de grote kerk, vertelt Henk Berculo jr.. Hij is zelf een man van de kleine kerk, waar de leer wat vrijzinniger is. 'Niet in de zin van de vpro, maar met een Veluwse inslag', zegt Jan van Leuveren, wiens eigen godsdienstige leven zich afspeelt in de grote kerk.

Van Leuveren is altijd een zaterdagvoetballer geweest en is ook nu nog nooit op zondag aan te treffen bij Veensche Boys. 'Voor iemand van Gereformeerde Bond-signatuur is voetbal op zondag ondenkbaar. De mensen van zaterdag zijn anders, ja. Maar let op wat ik zeg: anders, niet beter.'

Toch zijn de verschillende gemeenschappen in de loop der jaren wel naar elkaar toegegroeid en dat is voor een belangrijk deel aan Veensche Boys te danken. Van Leuveren: 'Dit is een centrale plek in het dorp, waar de geloven elkaar ontmoeten.'

Maar is het verstandig dat een kleine club zijn geringe krachten zo versplintert? Zou Veensche Boys er niet beter aan doen om een van de twee afdelingen op te heffen?

Natuurlijk, zegt Van Leuveren, en je hoeft niet te vragen welke. 'Dit is de Veluwe, hier leeft het zaterdagvoetbal.' En als er toch op zondag moet worden gevoetbald, kan dat puur recreatief? 'Het is toch zonde om daarvoor een betaalde trainer te hebben.'

Fred de Smalen was dit seizoen de trainer van het eerste zondagelftal, dat in de op één na laagste klasse speelt. Het is een frustrerende ervaring geweest, zegt hij. De opkomst bij de trainingen liet te wensen over, en Starlight bleek op zaterdagavond een grote verlokking voor veel van zijn voetballers. Hij is het eigenlijk wel eens met Van Leuveren: zondagvoetbal heeft op deze manier weinig zin. 'Als je echt wilt presteren, zul je zeker vijf spelers moeten halen.' Fred de Smalen wijkt volgend seizoen uit naar het Amersfoortse Amsvorde.

Dick Schouten vindt, uit sociaal oogpunt, dat zondagvoetbal zeker zin heeft. Zolang 56 leden dat willen, moet de vereniging daartoe gelegenheid bieden. Bovendien zou opheffing van de zondagtak geen recht doen aan de geschiedenis van Veensche Boys. 'En laten we ook niet vergeten dat Ceesje van Domselaar het op zondag heeft geleerd.'

Op 3 april komt het hoofdbestuur bijeen, zoals op elke eerste maandagavond van de maand. De tribune is het heetste hangijzer. De gemeenteraad heeft het subsidievoorstel inmiddels besproken en de stemmen staakten, zodat de subsidie op de eerstvolgende vergadering weer in stemming zal komen. Wat te doen?

Hugo Doornhof, zoon van sponsor Doornhof en raadslid namens het cda, licht als gastspreker toe: het is een politiek machtsspelletje geworden. De kans dat het nog goed komt, is hoogst onzeker. Het is heel wel denkbaar dat de stemmen straks weer staken.

'Dit werkt verlammend', concludeert voorzitter Schou ten. Hij is het nu echt zat en als de andere bestuursleden dat ook blijken te zijn, kan hij bij unanimiteit vaststellen: 'We steken geen energie meer in die 75 duizend gulden. We herbevestigen ons besluit om een tribune te bouwen. We roepen de daartoe in het leven geroepen commissie zo gauw mogelijk bij elkaar.'

Op 24 maart had Mister Veensche Boys zijn huwelijk met Joyce in de Glamourzaal van Starlight gevierd. De Blauwtjes zingen over de vele flesjes bier die Cees van Domselaar soldaat heeft gemaakt, een imitator van Tina Turner zingt You're simply the best, en het eerste zaterdagelftal drinkt alles wat slecht is voor de sportman.

Harry Hamstra kijkt goedkeurend toe. Dankzij de 3-0 overwinning op Zwaluwen is klassebehoud verzekerd en dat was ook het streven bij de start van het seizoen. Vraagje aan Beert Blankesteijn, voorzitter van de zaterdagsectie: kan het eerste zaterdagelftal het vlaggenschip van de vereniging worden genoemd? 'Hoe zou je het anders willen noemen?'

Op 29 april levert Veensche Boys zijn aandeel aan Koninginnedag. Er worden Oud-hollandse spelletjes gespeeld, Bertus van Essen bakt hamburgers en Abrie Schuurman ruimt de scherven op van een bierflesje dat uit het vlaggenschip is gevallen.

Henk Berculo jr. staat met een koe op het oefenveld. Het zogenoemde 'koeschijten' sluit volgens de clubtraditie het verjaardagsfeest van de koningin bij de Veensche Boys af. Op het oefenveld zijn vakken gekalkt en verkocht. Het vak waarin de koe haar behoefte doet is duizend gulden waard.

Op 8 april had het clubblad geschreven: 'Veensche Boys is heel bijzonder en dat moeten we zo houden.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden