Reportage BMX

BMX-freestylers willen stunten, de Spelen zijn bijzaak

Anderhalf jaar geleden zette het IOC BMX-freestyle op het olympisch programma voor de Spelen van Tokio in 2020. De beoefenaars van de extreme sport  stelregel: alles mag, als het maar spectaculair is  zijn gematigd enthousiast over de professionalisering die daarmee gepaard gaat.

Nederlands kampioen Tom van den Bogaard in actie tijdens het NK BMX freestyle 2018 Beeld Jiri Büller

Zeg tegen Shanice Silva Cruz nooit dat iets onmogelijk is. Toen ze als 12-jarige voor het eerst op een BMX-fiets stapte, werd haar aangeraden toch maar op ballet te gaan. BMX’en was meer iets voor jongens. Veertien jaar later is de Rotterdamse de beste BMX-freestyler van Nederland, met een arsenaal vol ‘tricks’.

Zo was ze de eerste vrouw ter wereld die de ‘frontflip’ deed, oftewel een voorwaartse salto. Afgelopen weekeinde werd ze de allereerste Nederlands kampioen in haar sport, die draait om het uitvoeren van zoveel mogelijk halsbrekende stunts op een crossfiets binnen één minuut.

Het toernooi was voor haar ongewoon. Niet omdat ze won, wel omdat er een aparte vrouwencategorie was. Normaliter wordt ze bij wedstrijden in Nederland in het mannenveld ingedeeld. Dat ze in Eindhoven slechts twee tegenstanders had, maakte haar niet uit. ‘Er is nu eindelijk een platform voor vrouwen, waardoor het niveau omhoog kan’, zegt ze.

De ontwikkeling past binnen de professionalisering van BMX-freestyle sinds het IOC anderhalf jaar geleden de sport op het olympisch programma zette voor de Spelen van Tokio in 2020. Bij Cruz ging toen de vlag uit. Ze droomt al van de Spelen sinds ze zwemster Inge de Bruijn drie keer goud zag winnen op de Spelen van Sydney 2000. Cruz: ‘Ik ga er alles aan doen om daar te vlammen’.

Een stuk serieuzer

Bij Tom van den Bogaard (22), die Nederlands kampioen werd bij de mannen, was afgelopen weekeinde een stuk minder olympisch enthousiasme te bespeuren. Ja, de olympische status heeft zijn voordelen. ‘We worden wat meer gezien als sporters en wat minder als hobbyisten of hangjeugd’, zegt hij.

Aan de andere kant mist Van den Bogaard vooral bij de belangrijke wedstrijden die vallen onder de internationale wielerunie UCI de ongebonden sfeer waar hij van houdt. De regels zijn bijvoorbeeld strenger. ‘Ze willen dat in Tokio ook een leek begrijpt waarom iemand eerste wordt’, legt hij uit. ‘Dus als je aan het einde van je beste run valt, gaat er een streep door je naam. Vroeger waren ze wat relaxter. Ook merk je dat jongens bij die wedstrijden opeens een stuk serieuzer zijn dan voorheen.’

Daar is een Nederlander verantwoordelijk voor. Zonder de inspanningen van Bart de Jong (49) was BMX-freestyle mogelijk niet olympisch geworden. Het is iets wat zijn broer Paul hem nog altijd kwalijk neemt, zegt De Jong met een glimlach.

Als het maar spectaculair is

Samen pionierden de broers-De Jong eind jaren zeventig in de Nederlandse BMX-wereld. Om specifieker te zijn in de fietscross, de BMX-tak die sinds 2008 olympisch is en waarbij rijders zo snel mogelijk over een parcours vol springbulten razen. ‘Daarmee zijn we gestopt toen er volgens ons te veel regels kwamen’, zegt De Jong.

De broers vonden hun heil in BMX-freestyle, waarbij binnen de grenzen van het skatepark alles mag op de schansen en heuvels. De stelregel: als het maar spectaculair is. En ze waren er goed in. Bart de Jong werd in 1992 wereldkampioen en de sport kwam in zijn hart. Hij organiseerde wedstrijden, was jurylid en bouwde een breed netwerk op als BMX-persman bij de UCI.

Daniel Wedemeijer in actie tijdens het NK BMX freestyle 2018 Beeld Jiri Büller

Hij kreeg zo vroeg in de gaten dat het IOC een oogje had op BMX-freestyle. De internationale sportkoepel zag de sport als het perfecte middel om een jong publiek te trekken en spectaculairdere tv-beelden te krijgen. ‘In principe wilden ze het al in 2008, maar de UCI had nog niets met freestyle opgezet. Dus ze kregen fietscross’, zegt De Jong.

De ziel van de sport bewaken

Die eerste flirt was voor hem wel het signaal dat zijn sport vroeg of laat op de olympische kalender zou komen. ‘Om de ziel van de sport te bewaken, kun je het dan maar beter zelf doen’, zegt De Jong. Hij besloot daarom alvast een raamwerk te maken, voordat de sport van bovenaf in een mal zou worden geduwd.

Samen met de UCI schreef hij onder meer een regelboek, hielp mee aan een jureringssysteem en zette een antidopingprogramma op. In een wereld vol eigenzinnige vrijbuiters zoals zijn broer, die al decennia een BMX-winkel runt, was dat geen sinecure.

‘Op het NK hing het logo van mijn broers winkel naast dat van wielerbond KNWU. Dat heb ik hem meteen even geappt. Vond hij niet leuk’, zegt De Jong met een brede glimlach. ‘Hij voelt er gewoon niks voor en valt ook niet te overtuigen. Ik zie de Spelen als een kans om de sport breed neer te zetten, zodat uiteindelijk misschien wel meer mensen een fiets kopen bij mijn broer.’

Op achterstand

Namens internationale wielerbond UCI overziet hij tot de Spelen de ontwikkeling van de sport. Hij reist de gehele wereld over en heeft een goed idee van wat er in de freestylewereld gaande is. Over waar Nederland mondiaal staat met het oog op Tokio is hij helder: op achterstand.

Zo is er nog geen bondscoach, terwijl de Britse freestylers recent 1,8 miljoen pond op hun rekening gestort gekregen. In China is zelfs een Amerikaanse oud-toprijder aangetrokken om zijn kennis over te brengen. De Jong: ‘Die woont daar op de achtste verdieping van een hotel met een dokter en 22 jongens en meisjes van 13 tot 18 jaar. Zij fietsen de hele dag en in de avond kijken ze video’s.’

Volgens De Jong zou het voor Nederland al een prestatie zijn om een rijder op de Spelen te krijgen. Slechts negen mannen en vrouwen mogen naar Tokio. Een plek is al vergeven aan het gastland. Twee zijn er voor het hoogstgeplaatste land op de wereldranglijst. Vier startbewijzen gaan naar de nummers twee tot en met vijf op die landenranking. De laatste twee olympische tickets zijn te verdienen op het WK, volgend jaar.

Daniel Wedemeijer komt zwaar ten van in de finale en kan niet meer verder. Beeld Jiri Buller

Geen ondersteuning

Shanice Silva Cruz krijgt onderweg naar dat cruciale toernooi geen ondersteuning van NOC*NSF. Ze verkocht de afgelopen jaren onder meer zelfgemaakte armbandjes om reizen naar toernooien te financieren en poogt zoveel mogelijk volgers te krijgen op sociale media, om zo geldschieters te interesseren.

Vorig jaar werd ze nog zevende op het WK. Afgelopen jaar zag ze het niveau in de breedte met elk toernooi stijgen. Vorige maand werd ze 26ste op het WK. ‘Soms is dat wel frustrerend’, zegt ze. ‘In Nederland moet je eerst iets laten zien. Dan wordt er pas in je geïnvesteerd. Terwijl een Spaanse alleen al 30 duizend euro krijgt aan loon.’

Het doet niets af aan haar motivatie. Ze kijkt alweer uit naar volgend seizoen. Ze wil dan als eerste vrouw de ‘flipwhip’ – een achterwaartse salto en ondertussen het frame 360 graden draaien – onder de knie krijgen. Voor Cruz is niets onmogelijk. Zelfs de Spelen niet. ‘Ik ben gewoon een strebertje.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.