HockeyBloemendaal - Almere (5-2)

Bloemendaal wint bij ouverture hockeyseizoen, zonder high fives

Na de eerste wedstrijd van het nieuwe hockeyseizoen ging het in Bloemendaal meer over de coronaregels dan over het vertoonde spel. ‘Waarom zou je risico’s nemen door elkaar op de handen te slaan?’

Arthur van Doren, hier in het shirt van België, reist maandag naar zijn geboorteland voor twee dagen met de nationale selectie.Beeld Getty Images

Corona en al zijn gevolgen, vervat in een dik regelboek, overheersen ook in de nationale hockeycompetitie. Dat valt te beluisteren op sportpark ’t Kopje in Bloemendaal, waar ze vervoersbubbels, douchebubbels en kleedkamerbubbels kennen bij ‘Heren 1’, al twintig keer de sterkste ploeg van Nederland.

Het eerste mannenteam van de 125 jaar oude traditieclub versloeg zondag, bij de opening van de hoofdklassecompetitie, de qua personeel uitgeklede uitdager Almere met 5-2, maar na de wedstrijd ging het meer over de strengheid van regels dan over het vertoonde spel. Vooral lenig gehanteerde regels waren de Bloemendalers een doorn in het oog.

Coach Rick Mathijssen, de opvolger van de gevierde Michel van den Heuvel op de bank van Bloemendaal, sprak, zonder naar de opponent te wijzen, zijn verontwaardiging uit over de manier van feliciteren na een gemaakte goal. ‘Ik zie een hoop ploegen highfiven na een treffer. Dat snap ik echt niet. Wij tikken elkaar met de sticks. Stick tegen stick. Daar ben ik heel streng op. Je doet aan kansverkleining met het oog op het coronavirus. Waarom zou je risico’s nemen door elkaar op de handen te slaan?’

De Belgische sterspeler van Bloemendaal, ’s werelds beste hockeyer Arthur van Doren, beklemtoonde in zijn nababbel het belang van regels volgen. Ook bij hem klonk het codewoord ‘kansverkleining’. Hij had eraan meegewerkt door de laatste maand voor de start van de competitie in Nederland te blijven. Tot zondag ging hij het nationale trainingskamp in Beerschot, in de periferie van Antwerpen, uit de weg.

Deze maandag zal Van Doren evenwel naar zijn geboorteland afreizen, voor twee dagen met de Belgische ploeg. Hij verkeert dan in een oranje zone en moet zich woensdag weer in Nederland melden, voor zijn clubverplichtingen. Mathijssen, assistent-bondscoach van het Nederlandse elftal, zei zondagmiddag het problematisch te vinden dat Bloemendaals oogappel naar het district Antwerpen reist. ‘Wij vinden dat ze ergens anders moeten gaan trainen.’ ‘Ze’ worden overigens getraind door zijn voorganger, Van den Heuvel.

Met de tegenwerping dat Amsterdam qua besmettingsgraad waarschijnlijk net zo ‘oranje’ is als Antwerpen had Mathijssen geen moeite. Hij erkende het volledig. De ex-coach van de Amsterdam-vrouwen is zelf maandag actief in de hoofdstad, liever gezegd in het Amsterdamse Bos, in het Wagenerstadion. ‘Dat is de nationale thuisbasis van de KNHB (hockeybond, red.).’

Verhuizing

Tot dit voorjaar werd door de nationale mannenploeg getraind op Sportcentrum Papendal, in de bossen bij Arnhem. Het is het hoofdkwartier van het Nederlands olympisch comité NOCNSF. De verhuizing naar Amsterdam komt voort uit praktische overwegingen. Mathijssen, assistent van hoofdcoach Max Caldas: ‘Driekwart van onze internationals woont in Amsterdam. Alleen voor de spelers uit het zuiden betekent het extra reistijd.’

De hockeyers, in voorbereiding op de Olympische Spelen van 2021, gaan na hun centrale trainingen elke dag naar huis. Dat is ook anders dan op Papendal, waar overnacht werd. Die maatregel lijkt dan weer haaks te staan op coronabeleid, waarin het creëren van een bubbel, met dezelfde mannen in dezelfde kring verkeren, voorrang heeft.

Bij Bloemendaal zijn de kleedkamers te klein om iedereen te huisvesten. De thuisploeg verkleedt in de videoruimte, waar wel anderhalve meter afstand gehouden kan worden. Alles buiten de lijnen van het veld hoort volgens die social distance-regel te geschieden. Voor de tegenstander staat er een zwarte tent achter het clubhuis. Op die plek staat normaliter de tractor van de maaiploeg geparkeerd.

Pijn

De trekker van het Bloemendaalse hockey, ooit Flop Bovelander en Teun de Nooijer, is nu Arthur van Doren, 25 jaar oud en al tweemaal gekozen tot de beste van de wereld. Hij is de inschuivende centrumverdediger in het elftal dat in 2019 voor de 20ste keer landskampioen werd en in 2020 op weg leek naar de prolongatie van die titel. Tot covid-19 de hoofdklasse deed stranden.

Van Doren: ‘Dat deed serieus pijn in de mooiste maanden per vier jaar. Met de play-offs, de EHL (European Hockey League, red.) en de Olympische Spelen kort achter elkaar. Inenen viel alles weg. Ik was in België en het was niet supergemakkelijk. Ons land was streng in de coronaregels. Indoor trainen was maximaal met vier. Altijd met mondkappen op training komen. Ik zag in die tijd geen mens, behalve mijn broer Loïc. Gelukkig is daarna veel versoepeld.’

Van Doren deed zijn reputatie zondag eer aan door als beste man over het veld te wervelen. Coach Mathijssen: ‘Ik zou als publiek boe roepen als Arthur de hele wedstrijd achterin zou blijven hangen. Dat zou, in mijn ogen, echt zonde zijn. Die man moet ook mee naar voren. Ik laat hem inschuiven. Het liefst loopt hij alleen nog maar rond in de aanval. Je kunt Arthur eigenlijk op alle plekken neerzetten.’

Het ging zondag soms ten koste van de verdedigende balans. Almere sloeg zondag uit twee counters succesvol toe. Dat deed het zonder coach Bart van der Wolf: noodgedwongen thuisgebleven wegens verkoudheid bij zijn kinderen. Ook zo speelde corona een hoofdrol bij de ouverture van het hockeyseizoen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden