‘Blijkbaar ben ik tot meer in staat dan ik zelf dacht’

George Hincapie (32) wil Parijs-Roubaix winnen. Maar liever nog staat de Amerikaan dit jaar op het podium van de Tour de France....

Van onze verslaggeefster Marije Randewijk

Negen maanden geleden wilde George Hincapie er niet over praten. Boven op Pla d’Adet liet hij zich knuffelen door ploegmaat Lance Armstrong en genoot hij van de verbazing van de wereld. Hincapie, een kasseienspecialist, had zojuist de zwaarste bergrit van de Tour de France gewonnen.

Dat bestond niet. Dat kon niet.

‘Ik heb het ongeveer drieduizend keer teruggezien, ik realiseer me nu wel wat ik heb gedaan’, zegt de Amerikaan driekwart jaar later in Kortrijk. Ofwel, over zijn ambities in de Tour de France mag openlijk worden gesproken.

Direct na zijn schokkende overwinning was dat onderwerp nog taboe geweest. Eerst wilde hij zijn vriend Armstrong voor de laatste keer heelhuids naar Parijs brengen, daarna zou hij wel verder zien.

Nu klinkt het als volgt: ‘Ik heb een geweldige Tour gehad, maar ik denk dat het nog beter kan. Blijkbaar ben ik tot meer in staat dan ik zelf dacht. Hoeveel meer? Dat weet ik niet. Maar ik zou niet weten waarom ik het niet kan opnemen tegen de beste klassementsrenners. Ik heb van dichtbij gezien hoe het moet.’

Normaal gesproken praatte in het voorjaar iedereen met Hincapie over de klassiekers, over de Ronde van Vlaanderen of Parijs-Roubaix, zijn favoriete wedstrijd. Sinds 1999 eindigde hij daar altijd in de toptien. Ooit zou hij winnen. Maar de werkelijkheid lijkt het anders met hem voor te hebben.

In zijn training ligt het accent tegenwoordig op klimmen en tijdrijden. ‘Ik heb in de winter waarschijnlijk meer aan de Tour dan aan Roubaix gedacht’, zegt hij.

Laat hem kiezen tussen winst in het Velodrome of het podium staan op de Champs Elysées en hij kiest het laatste. ‘Veel mensen dachten daarom dat ik de klassiekers zou overslaan, maar dat kan ik niet. Ik zou me verloren voelen. Parijs-Roubaix blijft de mooiste wedstrijd van het jaar.’

De Amerikaan is bezeten van zijn sport. Het is daarom dat hij en Armstrong zulke goede vrienden zijn geworden. Ze leerden elkaar als pubers kennen in de nationale juniorenselectie. Samen hingen ze de beest uit: meisjes, bier, sporen trekken met de Chevrolet Camaro van Armstrong. Van alles hebben ze gedaan. Zelfs identiteitskaarten vervalst, lacht hij.

Sinds die tijd is er veel veranderd. ‘Maar toen al lagen we elkaar goed, hoewel we totaal verschillend waren. Onze vriendschap is gegroeid vanaf 1999, na de eerste Tourzege van Lance. Sindsdien zijn we echte vrienden. Hij weet dat ik er voor hem zal zijn, ik weet dat hij er voor mij is.’

Ook nu Armstrong is gestopt, spreken ze elkaar geregeld. Ze hebben het onder meer over de dopingaffaire waarbij de zevenvoudige Tourwinnaar betrokken is geraakt. Hincapie wil er niet over praten. ‘Lance fietst op dit moment weinig, hij loopt hard en geniet van de rust. Hij heeft het voortdurend over vakantie vieren.’

Armstrong is deels eigenaar van de wielerploeg en betrokken bij de campagne The Race to Replace, waarin de opvolgers van Armstrong worden voorgesteld aan het Amerikaanse publiek. Daartoe behoort ook Hincapie, hoewel zijn bekendheid is toegenomen na zijn etappezege in de Tour. ‘Ik had nooit gedacht dat die overwinning zoveel impact zou hebben.’

In Greenville, South Carolina, de woonplaats van de geboren New Yorker, werd na het succes een George Hincapie Day georganiseerd. Hij is er nog van ondersteboven. ‘Ze zagen me als een held, zo had ik mezelf nog nooit bekeken.’

Tot de wielerwereld was al langer doorgedrongen dat Hincapie aan een verbluffend seizoen bezig was. Hij won in Kuurne, in de Dauphiné Libéré, in de Tour en sloot het jaar af met een zege in Plouay. Er zat lijn noch logica in. Was hij nu klassiekerspecialist, tijdrijder, klimmer of waterdrager?

In de Tour finishte hij als veertiende, ondanks het krachtenverslindende werk voor zijn kopman. Vooral de progressie die Hincapie als klimmer boekte, baarde opzien.

‘Nadat Lance een rol ging spelen in de Tour was de regel bij ons: wie niet kan klimmen, gaat niet mee. En ik wilde mee. Ik was het zat af te moeten haken als het er bergop echt om ging.’

Hincapie raakte tien kilo kwijt. De 1.90 meter lange Amerikaan weegt nu 75 kilo en zegt dat zijn streefgewicht voor de komende Tour 72 kilo is. Met honger trainen is de normaalste zaak van de wereld. ‘Ik rijd misschien minder koersen dan Europese renners. Maar een groot deel van mijn trainingen is mentaal zwaarder dan een wedstrijd.’

Hij volgt daarmee de Armstrong-methode en krijgt daarbij sinds vorig jaar hulp van een mentale trainer. Die samenwerking heeft ertoe geleid dat hij meer in zichzelf is gaan geloven, vooral als klimmer. ‘Je kunt jezelf meer aanleren dan veel mensen denken.’

Het was eigenlijk een toevallige ontmoeting. In Amerika raakte hij aan de praat met zijn buurvrouw. ‘Ik moest een lezing geven. Zij heeft me geholpen meer zelfvertrouwen te krijgen in het spreken in het openbaar. Later leerde ze mij bepaalde denkpatronen te doorbreken die mijn rijden beïnvloedden.’

Hincapie geloofde altijd dat hij geen goede klimmer kon zijn. Te lang en te zwaar, oordeelde hij zelf. ‘Dus dreef ik mezelf in de bergen nooit tot het uiterste. Maar als ik het werk doe en ik heb de ervaring, waarom zou ik dan niet kunnen klimmen?’

Hij is dit jaar het gezicht van zijn ploeg Discovery Channel. Hincapie krijgt meer vertrouwen en verantwoordelijkheid, vertelt hij. In ruil daarvoor moet hij meer interviews geven, opdraven bij sponsorbijeenkomsten en lezingen geven bij grote bedrijven.

Van hem wordt verwacht dat hij uit de schaduw van Armstrong treedt. Zelf ziet Hincapie, die inmiddels ook een eigen kledinglijn heeft, het anders. ‘Ik heb nooit het gevoel gehad in zijn schaduw te staan. Het heeft me ook nooit gefrustreerd dat eerst zijn naam en dan pas die van mij werd genoemd.

‘Wat Lance heeft gedaan, is fantastisch. Ik was erbij en heb mede geschiedenis geschreven in de sport. Ik zou die zeven Tourzeges voor niets willen ruilen. Misschien onderschat ik mezelf daarmee. Maar ik heb meer gekregen dan ik had verwacht. De rest is bonus.’

Met Armstrong moet niemand hem vergelijken. Hun karakter verschilt daarvoor te veel. Zelfs zijn vriend heeft hem vaak genoeg gezegd dat hij eigenlijk te braaf is om een grote winnaar te zijn.

‘Maar ik denk dat ik wel het karakter heb om kopman te zijn in de Tour. Ik weet het niet zeker, ik ben nooit in die positie geweest. Maar ik geloof dat ik het kan.

‘Het is juist mijn kwaliteit om kalm te blijven in stress-situaties. Als Lance iets van mij heeft geleerd, is het dat wel. Vooral in 2003 heb ik hem er doorheen gesleept. Toen heb ik hem voortdurend gezegd dat we in hem geloofden. Daar praat hij nu nog over.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden