Interview

Blank, schoon en toch snel

Zondag loopt Dafne Schippers haar eerste serie van de 100 meter op de WK atletiek. Een plaats in de finale op maandag lonkt. Wat is toch het geheim achter haar opmars naar de wereldtop?

Dafne Schippers leidt op de 100 meter voor Blessing Okagbare uit Nigeria tijdens de Diamond League-wedstrijd in Londen in juli. Beeld null
Dafne Schippers leidt op de 100 meter voor Blessing Okagbare uit Nigeria tijdens de Diamond League-wedstrijd in Londen in juli.

De bewondering groeit met elke toptijd, de argwaan eveneens. Mocht Dafne Schippers bij de WK atletiek in Peking medailles winnen op de 100 en 200 meter, dan zullen beide sentimenten wereldwijd weerklank vinden. De 23-jarige sprintster uit Utrecht stelt atletiekliefhebbers voor een raadsel.

Immers: hoe kan een blanke ex-zevenkampster, met slechts één serieuze sprinttraining per week, zonder doping, uitblinken in een discipline die al decennia wordt gedomineerd door zwarte atleten vanwege een verondersteld genetisch voordeel waarover zij beschikken?

Bart Bennema, bondscoach en voormalig tienkamper, begrijpt de verwondering. Hij kreeg Dafne als onstuimige 15-jarige in het vizier en is al acht jaar haar trainer en mentor. Hij loodst haar met vaderlijke kalmte langs emotionele pieken en dalen.

Over een kort antwoord hoeft de 38-jarige Bennema niet lang na te denken. 'Talent. Punt. Dat is de reden.'

Voor langere bespiegelingen deinst hij evenmin terug. Hij laat zijn geest gedurende anderhalf uur vrijuit waaien: van spiervezels tot staatsdoping, van huidskleur tot kaaklijn, van motorisch leervermogen tot plassen onder toezicht, van Caribische cultuur tot 'minder is meer'.

De slotsom is eenvoudig, indachtig het ezelsbruggetje dat hij in gedachten houdt als hij Schippers oefenvormen uitlegt. Keep it simple, stupid, oftewel kiss. Bennema: 'Sprinten, dat heb je of dat heb je niet. Dafne snapt het dondersgoed.'

Dafne Schippers en Bart Bennema. Beeld null
Dafne Schippers en Bart Bennema.

Sneller dankzij horden en speer

Zevenkamp of sprint: al acht jaar geleden stond Dafne Schippers voor die keus. Ze werd begeerd door de talentenbondscoaches van beide disciplines, ook al was ze niet de snelste 15-jarige van Nederland. Ze blonk aanvankelijk ook niet uit in 'motorisch leervermogen', ontdekte Bennema nadat haar keuze op de zeven onderdelen was gevallen.

Voor een glansrijke loopbaan vormden die eerste indrukken geen belemmering. Op de zevenkamp veroverde Schippers bij de WK atletiek van 2013 brons. Op de sprint behoort ze met persoonlijke records van 10,92 en 22,03 ook tot de wereldtop, hoewel ze aan de 100 en 200 meter minder tijd heeft besteed dan haar concurrenten. Kogel, speer, horden, hoog- en verspringen: het moest jarenlang in dezelfde krappe trainingsweek worden gepropt.

Zou de drievoudig Europees kampioene (60, 100 en 200 m) nu nog sneller zijn geweest als ze acht jaar geleden al voor de sprint had gekozen? Het is een even intrigerende als onbeantwoordbare vraag, meent Bennema. 'We zullen het nooit weten. Misschien was ze op jongere leeftijd sneller geweest, misschien was ze eerder afgebroken.'

Verspilde moeite is de jarenlange aandacht voor de zevenkamp niet geweest, denkt Bennema. Op de 800 meter na zijn alle onderdelen explosief. Op de training worden dezelfde energiesystemen aangesproken als bij de sprint. De beenspieren zijn ook bij springen en werpen cruciaal, de rug- en armspieren zijn van belang voor snelheid.

Bart Bennema. Beeld null
Bart Bennema.

De bondscoach denkt dat de motoriek van Schippers sterk is verbeterd door de gevarieerde training. De bewegingswetenschap heeft daar zelfs een term voor: differentieel leren. Die theorie gaat uit van het idee dat een spier niet sterker wordt van eindeloze herhaling, maar juist aan kracht wint door nieuwe prikkels. Zo bezien is de zevenkamp een zinvolle leerschool.

Dat Schippers de wereldtop heeft bereikt met slechts één serieuze sprinttraining per week, is volgens Bennema minder vreemd dan vaak wordt gedacht. Haar Amerikaanse en Caribische concurrenten testen hun topsnelheid ook niet dagelijks.

Tweemaal per week is vaak het maximum. Een klassiek sprintprogramma is als volgt opgebouwd: op maandag de start en acceleratie, op dinsdag topsnelheid, op woensdag tempotraining. Vervolgens wordt datzelfde schema herhaald. Bennema: 'Je kunt niet elke dag maximaal sprinten. Zo werkt het niet. Dan breek je je lijf af. Dat kan het zenuwstelsel niet aan.'

Dafne Schippers traint op Papendal met coaches Bart Bennema (zonnebril), Rana Reider en fysiotherapeut. Beeld null
Dafne Schippers traint op Papendal met coaches Bart Bennema (zonnebril), Rana Reider en fysiotherapeut.

Als zevenkampster oefende Schippers vaak op maandag op de start, de acceleratie en haar topsnelheid. Op donderdag, na allerlei andere trainingen, volgde dan de hordetraining. Dat gebeurde niet op topsnelheid, vanwege de hindernissen, maar wel met een maximaal bewegingsritme. 'Het was lastig om twee keer in de week een startbloktraining te doen, want ze was eigenlijk nooit uitgerust. Ze moest al die andere onderdelen doen.'

Toch heeft Bennema het trainingsprogramma van Schippers niet grondig herzien sinds ze twee maanden geleden koos voor de sprint. Hoogspringen is geschrapt, vooral om haar kwetsbare rechterknie te ontzien. Maar ze werpt nog steeds met kogel en speer. Ze oefent met horden.

Het grootste verschil is dat ze minder is gaan doen. Er is meer ruimte om te starten en accelereren met een fit lijf. Dat doet ze nu tweemaal per week, met een uitgerust zenuwstelsel, per sessie minimaal twee keer en maximaal acht keer. Veel meer heeft Schippers niet nodig. Ze reageert vlot op prikkels. Dat is haar natuur. Ze is meer volbloed dan werkpaard.

Bennema: 'Je doet iets en het slaat aan. Dat is ook talent. Bij sommigen slaat het niet aan. Of misschien een beetje, nadat je het honderd keer hebt herhaald. Bij Dafne gaat het bij sprinten snel.'

Hollands meisje versus zwarte hegemonie

Twijfel over haar mogelijkheden als sprintster speelde op de achtergrond een rol toen Schippers als tiener koos voor de zevenkamp. Ze associeerde snelheid met een donkere huidskleur. Bennema: 'Als we erover spraken zei ze: 'Ik ben maar zo'n Hollands meisje. Ik kan wel hard lopen, maar ben ik wel snel genoeg?' Dat was ook een beetje mijn vraag.'

Dat hoeft geen verwondering te wekken. Blanke topsprintsters zijn zeldzaam. In de Diamond League is Schippers vaak de enige blondine. Ze weet zich omringd door donkere Amerikaanse, Caribische en Afrikaanse atletes. Bij de afgelopen vijf WK's atletiek drong op de 100 en 200 meter gemiddeld één blanke loopster door tot de finale. Medailles pakten die nooit.

De overweldigende dominantie van zwarte sprinters, bij mannen en vrouwen, heeft tot allerlei theorieën over mogelijk genetisch voordeel geleid. Die berusten volgens de Schotse hoogleraar bewegingswetenschap Yannis Pitsiladis niet op wetenschappelijk bewijs. Hij verzamelt al jarenlang dna-materiaal van topsprinters voor onderzoek. Hij beschikt over een databank waarin bijvoorbeeld ook Usain Bolt voorkomt.

Volgens Pitsiladis hoeven blanke sprinters niet per definitie onder te doen voor zwarte atleten. Hij denkt dat de sportcultuur van Amerika en de Caribische eilanden de overheersing verklaart. Snelle spiervezels komen in alle windstreken voor.

Dafne Schippers traint op Papendal met coaches Bart Bennema (zonnebril), Rana Reider en fysiotherapeut. Beeld null
Dafne Schippers traint op Papendal met coaches Bart Bennema (zonnebril), Rana Reider en fysiotherapeut.

De exacte samenstelling van Schippers' spiervezels kent Bennema niet: een biopsie is nooit verricht. 'Ik ga er wel van uit dat ze veel snelle vezels heeft. Maar dat hebben goede zevenkampsters als Nadine Visser en Nadine Broersen ook.'

Dat Visser en Broersen minder hard lopen dan Schippers bewijst volgens hem hoe gecompliceerd sprinten is. Snelheid is niet terug te brengen tot een enkel gen, zoals sommige wetenschappers vermoeden. Dat Schippers kortstondig bijna 40 kilometer per uur kan lopen, is het resultaat van een nauwelijks te ontwarren samenspel van lichaamsbouw, peesstructuur, spiervezels, zenuwstelsel en training.

De bondscoach: 'Dafne liep als junior 11,19 op de 100 meter. Dat is bijna een halve seconde langzamer dan de 10,7 van de absolute wereldtop. Van 11,19 is ze naar 10,92 gegaan. Dat is nog steeds tweetiende verschil, maar ze zit dichterbij. En als ik haar zo zie, denk ik dat ze harder kan.'

De ontwikkeling van Dafne tot topsprintster heeft de denkwijze van Bennema beïnvloed. Huidskleur ziet hij tegenwoordig als irrelevant. Hij meent dat het schoolsysteem in Amerika en Jamaica verantwoordelijk is voor de vele zwarte topatleten. Dat systeem is ingericht op snelheidssporten.

Er wordt gestructureerd gezocht naar talent. Er zijn financiële prikkels om atleten te laten slagen. Vaak zijn dat zwarte sporters, omdat zij door de vele voorbeelden van sprintsucces geloven in hun carrièremogelijkheden. Ook speelt mee dat ze via de sport een beter bestaan kunnen opbouwen.

In Europa ontbreekt die structuur. In Nederland doen slechts enkele honderden meisjes en jonge vrouwen serieus aan atletiek. Geluk speelt een grote rol bij de ontdekking van een talent als Schippers. Bennema: 'De atletiek is gewoon niet groot in ons land. Ze zeggen weleens dat de grootste talenten op de bank zitten niks te doen. Zonder dat we het weten.'

Dafne Schippers. Beeld null
Dafne Schippers.

Verdachte kaaklijn of moeder natuur

Het talent van Schippers heeft een keerzijde. Hoe harder ze loopt, hoe sterker de verdenkingen van doping. Vooral omdat ze blank is. Haar huidskleur werkt tegen haar.

Van alle blanke wereldkampioenen op de sprint staat vast dat ze verboden middelen hebben gebruikt. Het betreft zes atletes: vier uit de voormalige DDR, een uit Rusland en een uit Oekraïne. In de veertien voorgaande WK-edities (sinds 1983) wonnen deze vrouwen de 100 meter viermaal, de 200 meter vijfmaal.

Van andere blanke sprintsters die sneller zijn geweest dan Schippers is eveneens bekend dat ze fraudeerden, of hun prestaties staan onder sterke verdenking. De meeste toptijden op de 100 en 200 meter zijn meer dan twintig jaar oud. Ze zijn hoofdzakelijk gelopen door atletes uit het voormalige Oostblok, waar doping een staatsaangelegenheid was.

Waarom zou een jonge vrouw uit Utrecht sneller kunnen rennen zonder steroïden als testosteron? Het is een vraag om moedeloos van te worden, vindt Bennema. Het is onmogelijk geworden scepsis weg te nemen. Te veel atleten hebben te vaak gelogen over ongeoorloofde methoden.

Dafne Schippers traint op Papendal met coaches Bart Bennema (zonnebril), Rana Reider en fysiotherapeut. Beeld null
Dafne Schippers traint op Papendal met coaches Bart Bennema (zonnebril), Rana Reider en fysiotherapeut.

Gebruikt Dafne doping? 'Dan kan ik alleen maar zeggen: nee. Je moet me op mijn bruine ogen geloven. Het lastige is: dat hebben al veel mensen gezegd, ook atleten die later gepakt zijn.'

Schippers noemt zichzelf 'honderd procent dopingvrij'. Ze plast vijftig tot zestig maal per jaar terwijl een dopingcontroleur kijkt of de urine haar blaas daadwerkelijk verlaat. Dat doet ze zonder morren, meestal kort na het ontwaken, in het belang van schone sport. Ze heeft al sinds 2010 een bloedpaspoort en is nooit positief getest.

Het is onvoldoende om het wantrouwen weg te nemen. Het is algemeen bekend dat oneerlijke sporters positieve tests kunnen ontlopen via microdoseringen.

Bij gebrek aan hard bewijs dienen uiterlijke kenmerken van atleten soms als indicaties van bedrog. Brede onderkaak? Mogelijk groeihormoon. Puistjes op gezicht en rug? Wellicht steroïden.

Bennema kent de redeneertrant. Hij weerspreekt mogelijke conclusies op grond van Schippers' uiterlijk beslist. 'Heb je haar moeder en oudere zus weleens gezien? Dezelfde brede kaak. Lijkt ze sprekend op. Haar moeder heeft ook lang last van acne gehad, tot achter in de twintig. Haar zus ook. Ik snap dat het lastig is. Het kunnen kenmerken zijn van doping. Maar het zijn ook kenmerken van een normale hormoonhuishouding.'

Dat zelfs de snelste Oostbloktijden binnen bereik van Schippers liggen, denkt Bennema te kunnen verklaren. De toenmalige coaches maakten een cruciale denkfout.

'Het leidende principe was: meer is beter. Meer doping betekende meer training. Ik heb die schema's weleens gezien. Als ze het ene jaar iets 500 keer deden, dan moest dat een jaar later vaker. De coaches hadden geen keuze, het werd van staatswege gecontroleerd. Maar met meer doen moet je ontzettend oppassen. Je krijgt een soort Rocky Balboa's.'

Bennema hanteert een andere leidraad: 'Less is more.' Hij laat Schippers nooit viermaal sprinten als een keer voldoende is. Hij mijdt de valkuil waarin veel trainers stappen: meer herhalingen voorschrijven om hun eigen onzekerheid te verbloemen. 'Het is onzin om altijd kapot te gaan. Zo af en toe moet je wel even op de baan liggen van vermoeidheid. Maar als je dat elke keer doet, word je alleen maar slechter.'

Bij Schippers is zijn werkwijze aangeslagen. Misschien maakt zij in Peking het onvoorstelbare mogelijk: blond, schoon en wereldkampioene sprint. Het zou, wat Bennema betreft, het begin van een nieuw tijdperk mogen zijn. Een tijdperk van minder argwaan over bijzondere prestaties, en meer bewondering.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden