Interview

Bikkelen op de surfplank

Deze week doet Lilian de Geus mee aan internationale wedstrijden in Medemblik. Haar doel is ambitieuzer: olympisch goud.

Lilian de Geus is niet te klein (1.65m), niet te licht (57 kilo) en sterk. 'Dat is voldoende om elk verschil op te vangen.' Beeld Klaas Jan van der Weij

Over Lilian de Geus wordt gezegd dat ze geen prototype windsurfer is. Maar wat is dat eigenlijk? Onlangs kwalificeerde De Geus zich voor de Olympische Spelen in Rio en won een wereldbekerwedstrijd in Hyeres, in Rio is ze medaillekandidaat. De Geus (23) bespreekt een aantal vooroordelen over haar sport:

Een windsurfer staat altijd op de plank

Ze had op dit moment ook zomaar in Canada kunnen zitten ter voorbereiding op het WK voetbal, in plaats van in Medemblik bij de Delta Lloyd Regatta. Tot haar 16de speelde ze in het Nederlands team. 'Maar het werd te druk en de combinatie was niet meer haalbaar. Ik moest kiezen. Windsurfen lag me. Ik deed het ook nog niet zo lang fanatiek. Ik heb nooit spijt gehad van die keuze.' Af en toe voetbalt ze nog in het zaalteam van Almere.

De Geus is echt sportgek. Wielrennen, langlaufen, mountainbiken, het zijn manieren voor De Geus om 'de fun' in het programma te houden. 'Het is belangrijk voor mij om andere prikkels te krijgen. Dat werkt.'

Zeilers hebben hun leven lang vakantie

Haar vrienden zeggen vaak: ga je weer op vakantie? Dan speelt De Geus het mee en zegt ze ja. Maar ze ervaart een trainingsstage als het tegenovergestelde van een vakantie. De Geus: 'Elke dag kneiterhard trainen, elke avond helemaal kapot naar bed.'

Ooit was windsurfen voor haar een vakantiesport. Ze was 12 en zat heel de dag op het Gardameer. Nu moet ze daar niet meer aan denken. Vakanties zijn er om bij te komen. Die les heeft ze wel geleerd. De Geus heeft er een handje van te veel te doen en raakte in het verleden wel eens overtraind.

Maar wat betreft de oorden die ze voor haar 'werk' bezoekt, klopt het vakantiegevoel. Tegenwoordig komt ze vaak in Rio ter voorbereiding op de Spelen. 'De omgeving is prachtig. Mooie gebouwen, perfecte temperatuur, varen in je bikini', zegt ze.

Tot ze een blik in het water wierp: dode vissen, plastic zakken en afval. 'Je komt er echt rare dingen tegen. Ik heb het nog nooit zó meegemaakt als daar', zegt De Geus. Zeker toen tijdens een race een zak zich wikkelde om de vin van haar plank. De Geus: 'Dat was schrikken. Dan denk je: het zal je tijdens de Spelen gebeuren.'

Windsurfers zijn nonchalant

Barbecuen met de concurrentie, in hoeveel sporten gebeurt dat nou? Dat is het leuke aan het surfen, zegt De Geus. Behalve wanneer de zeilers het water op gaan. 'Dan is het aan', zegt ze. Oftewel: dan draait het volledig om de strijd.

En reken maar dat dit voor De Geus niet anders is. Ze kan slecht tegen haar verlies. Haar coach weet dat hij haar beter even met rust kan laten na een nederlaag. Tegelijkertijd zorgt het voor een grote gedrevenheid. Haar doel is goud in Rio. 'Ik wil het hoogste niveau halen', zegt De Geus.

Een windsurfer moet lang zijn

De Geus is een 'kleintje' tussen de Nederlandse wereldtoppers in het plankzeilen. Maar zegt dat meer over de 189 centimeter lange Dorian van Rijsselberge en Kiran Badloe die nog eens 6 centimeter groter is? Of zegt dat iets over De Geus met haar 165 centimeter?

'In het begin dacht iedereen: je moet een hefboom hebben, dus lengte, maar dat valt mee', zegt De Geus. Het ideale gewicht voor een vrouwelijke surfer ligt tussen de 58 en 62 kilo. Het gewicht bepaalt hoe diep een board in het water ligt en hoeveel weerstand een surfer ervaart. Waait het hard, dan is een hoger gewicht in het voordeel.

De Geus weegt 57 kilo. 'Als de windvoorspelling iets harder is, dan eet ik iets meer en heb ik die er zo bij.'

Er is sowieso minder lengteverschil bij de mondiale vrouwentop dan bij de mannen, merkte ze. 'Als vrouw word je na je 18de snel vrij zwaar, mannen blijven magerder. Ik was rond mijn 18de veel te licht; 50 kilo.' Ze moest vijf keer per week krachttraining doen om dit omhoog te krijgen, het duurde drie jaar voordat het lukte. 'Nu blijf ik probleemloos op goed gewicht', zegt De Geus.

Haar huidige gewicht lijkt ideaal voor Rio, waar weinig wind verwacht wordt. 'Misschien ben ik iets kleiner dan mijn buitenlandse concurrenten, maar veel scheelt het niet. Ik voel me niet klein, ik ben sterk en beschik over een goede techniek. Dat is voldoende om elk verschil op te vangen.'

Windsurfers groeien op de Wadden op

Daar is in het geval van De Geus niets van waar. Zij woonde in Almere en legde haar basis op latere leeftijd op het Gardameer, in navolging van haar twee oudere broers. Altijd was ze samen met Esther, haar eeneiige tweelingzus.

Tot hun 16de bleef windsurfen een hobby, totdat ze zich aansloten bij een zeilschool. Ooit werkten de zussen samen aan een olympische droom. Maar vanaf het begin wisten ze: er zal er uiteindelijk maar één voor Nederland kunnen starten. De Geus was klaar met de havo en trainde een jaar voltijd op de surfplank, haar zusje deed vwo en het gat was geslagen.

Haar meeste concurrenten begonnen jong, zij zeilde haar eerste wedstrijden als 16-jarige. 'Soms hebben leeftijdsgenoten het dubbele aan ervaring. Dat maakt dat ik makkelijk grotere stappen zet en dat het nu zo snel gaat met mij', zegt De Geus.

Er wordt tegenwoordig anders naar haar gekeken, merkt ze. De Geus: 'Ik word vaak genoemd als grote concurrent voor Rio. Het is een goede mentale test om nu alvast met druk om te leren gaan.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden