Tour de France

Bijzondere mix tussen klassieker en Touretappe levert boeiende koers op

Mathieu van der Poel viel aan, niet om te winnen, maar om het geel te behouden. Met meer dan 200 kilometer voor de boeg. Dat zou in een klassieker nooit gebeuren. Maar in de Tour spelen allerlei belangen.

Mathieu van der Poel in de gele trui met Hugo Hoele van Astana en Wout van Aert van Jumbo-Visma in zijn spoor. Beeld Klaas Jan van der Weij
Mathieu van der Poel in de gele trui met Hugo Hoele van Astana en Wout van Aert van Jumbo-Visma in zijn spoor.Beeld Klaas Jan van der Weij

De zevende etappe in de Tour de France was een wedstrijd als een klassieker: bijna 250 kilometer lang en met een zware heuvelachtige finale. En toch was het wezenlijk anders. Het is niet uitgesloten dat Matej Mohoric ook had gewonnen als Vierzon - Le Creusot een eendaagse wedstrijd was geweest, maar nooit op de manier waarop hij dat vrijdag deed.

De langste etappe van deze Tour was een bijzondere cocktail van koersingrediënten. Dat bleek meteen in het eerste uur, toen onder meer Mathieu van der Poel en Wout van Aert, de leider en nummer drie in het algemeen klassement, een ontsnapping van 29 man op poten zetten. Met nog meer dan 200 kilometer voor de boeg.

Het was niet zozeer de zucht naar nog een zege, maar de gele trui die Van der Poel in de openingsfase voortjoeg. Zo wilde hij voorkomen dat hij de trui aan Van Aert zou verliezen. Zijn eeuwige rivaal stond in het klassement op slechts 30 seconden achterstand.

‘Je zal Van der Poel in een klassieker echt niet na 50 kilometer al in de kopgroep zien’, zegt Erik Dekker, die in zijn loopbaan vier Tourritten en onder meer de Amstel Gold Race en Parijs-Tours op zijn naam schreef. In de Ronde van Vlaanderen of de Amstel Gold Race zou het gekkenwerk zijn. ‘Gerrie Knetemann zei altijd dat je als favoriet de eerste vier tot vijf uur moest stofwisselen. Pas daarna, in de finale, moest je ‘aan’ gaan.’

Verschroeiend tempo

Van rustig eten, drinken en de tijd weg peddelen was geen sprake voor de vluchters, waaronder klassiekerspecialisten als Jasper Stuyven (dit jaar winnaar van Milaan-San Remo) Kasper Asgreen (winnaar Ronde van Vlaanderen) en Dylan van Baarle (winnaar Dwars door Vlaanderen). De eerste uren werden er met een verschroeiend tempo van meer dan 50 kilometer per uur doorheen gejast.

Dat is ongebruikelijk. Als iets een grote ronde kenmerkt, is het de neiging van de renners om de benen te ontzien. Meestal volgt na een snel eerste uur, waarin een kopgroep ontstaat, een rustig tussenstuk. Pas in de finale wordt het weer afzien voor de renners, die daarbij altijd wat reserve proberen houden. ‘In een klassieker is het alles of niets’, zegt Dekker. ‘In de Tour heb je drie weken lang een morgen om aan te denken.’

Om die reden zat Tadej Pogacar, de Sloveense winnaar van Luik-Bastenaken-Luik, goed door ploeggenoten omringd in het peloton, net als de meeste klassementsrenners. Het zou sportieve zelfmoord zijn geweest als de 22-jarige Tourwinnaar van vorig jaar eenzelfde stunt had willen uithalen als Van der Poel en consorten. Als het hem al gelukt zou zijn, want geen ploeg laat een kanshebber voor de eindzege zomaar wegrijden.

Lange adem van Mohoric

Zijn 26-jarige landgenoot Mohoric hoefde niet aan morgen te denken. Die had vastgesteld dat de rit van vrijdag de enige was in deze Tour die hem echt paste. Hij is sterk in de heuvels en heeft een indrukwekkend duurvermogen. In 2017 won hij de langste rit in de Ronde van Spanje van dat jaar (207 kilometer) en in 2018 de langste in de Ronde van Italië (244 kilometer).

‘Die bereidheid moet je hebben als je een rit wil winnen’, zegt Dekker. ‘Je moet niet denken aan de zware dingen die nog komen. Je moet alleen maar denken aan de finish om vijf uur die middag. Dat is je doel.’

Mohoric profiteerde optimaal van de complexe belangen in een etappekoers. Bij de eerste gecategoriseerde klim van de dag, de Côte de Château-Chinon, sprintte hij voor de bergpunten. Hij kreeg, toen nog samen met de Belg Brent Van Moer, de ruimte van zijn medevluchters. Zij gunden hem de bergtrui, die hij overnam van Ide Schelling.

In een eendagswedstrijd zou dat niet gebeuren. Niet alleen omdat er geen bergpunten te verdienen zijn, maar ook omdat bijna elke demarrage vanuit een kopgroep daar beantwoord wordt. Alleen als de benen protesteren blijft het stil.

Allerlei belangen

Dekker: ‘In een klassieker is het duidelijk. Degene die wint, wint. Bij een ritzege is dat toch anders. Daarmee win je niet de Tour. Er spelen allerlei belangen mee.’ En dus ontspon zich een finale die in een eendagswedstrijd nooit zou voorkomen.

Van der Poel, die normaal het woord defensief niet lijkt te kennen, ging in de verdediging. Hij ondernam geen enkele poging om Mohoric te achterhalen en voor een tweede ritzege te gaan. Hij stemde zijn koers af op Van Aert en op Asgreen, die op 1.49 minuut 11de stond in het klassement. Die beide renners deden het omgekeerde en reden om Van der Poel te lossen.

Asgreen kwam in de slotkilometers los, maar tot elkaar veroordeeld wisten Van Aert en Van der Poel de Deen op de finish weer bij te halen. Ze bezetten de top-3 in het klassement, de onderlinge tijdsverschillen ongewijzigd. De Belg en de Deen wisten: morgen weer een kans.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden