Column Peters leest voetbal

Bij winnen gaat het om details: controleer altijd het elastiek in je broekje

 Arjan Peters volgt het WK Voetbal en doet daar dagelijks verslag van. Hij kijkt alle wedstrijden en in de rust leest hij een boek. Vandaag aflevering 22: Voor het winnen van een wedstrijd kunnen details van groot gewicht zijn, neem nu het elastiek in de broek.

Foto Chris Rovroy

Voordat Abe Lenstra een stadion werd, was hij topscorer. Uit zijn lesboek Voetballen doe je zó (1956) pluk ik een valreeptip voor de teams van Frankrijk, België, Engeland en Kroatië: ‘Controleer het elastiek in je broekje.’ Abe is er ver mee gekomen.

Andere overweging, uit Leo Horn fluit (1964): ‘Dacht u werkelijk dat de wedstrijd begint als de scheidsrechter op zijn fluitje blaast?’ (Allen: Ja, werkelijk! Hoezo?) Horn: ‘De wedstrijd begint pas nadat de bal een omwenteling heeft gemaakt. Dat weten vele toeschouwers niet. Ik twijfel eraan of alle verslaggevers met die bepaling op de hoogte zijn. Maar hiermede is reeds een verschil van vijf tot tien seconden verklaard tussen mijn tijd en hun tijd.’ Goeie hemel, er zijn twéé tijden, en die lopen na het eerste fluitsignaal al uiteen.

De systeemfanatici wijs ik op Nou wij, boys! (1950) van Ton van Beers en Ad van Emmenes: ‘De kanthalfs dekken dus de binnenspelers, die soms teruggetrokken spelen, maar ook wel naar voren kunnen oprukken. Speelt de tegenpartij ook stopperspil, dan zullen de binnenspelers vaak teruggetrokken spelen, want dan vormen zij een W-formatie, zoals de verdediging een M vormt. ‘Hersens gebruiken,’ zei Harm ad rem. Ja, gemakkelijk was het niet, dat begreep het hele elftal nu wel.’

Kon ik vroeger al slecht tegen, trainers met schoolborden. Ben nu weer prompt de draad kwijt. Harm is ad remmer dan ik.

Nog een wanhoopsadvies van Theo Aalbers, oud-voorzitter van FC Utrecht, in Oorlog in de 16 van Rob van Scheers: ‘Alle ballen voor de pot en de ambulance bij de poort.’

Tot slot: de roman die de puber Cruijff leende bij boekhandel P. Nuis, verderop in de Akkerstraat, Betondorp: Klop maar op ’n deur, van William Motley. Een jongen uit Chicago komt in de misdaad terecht, en eindigt op de elektrische stoel. Dat nooit, denkt de lezer. Hollen!

 En ook dan is het elastiek in je broekje cruciaal.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.