Biatleet houdt bij het schieten vooral de adem in

Ooit geprobeerd met een overslaand hart iets anders te doen dan naar adem happen?..

Van onze verslaggeefster Marije Randewijk

Dat gaat niet.

Dat weten biatleten ook. Dus houden die tijdens het schieten hun adem in. Een zucht en de kogels vliegen je om de oren.

In het schietstadion van San Sicario Cesena duurt de routine dinsdag na een rondje van 3,3 kilometer gemiddeld dertig tot veertig seconden. De skiërs komen met een hartstlag van 180 per minuut aangegleden, grijpen naar hun 3,5 kilogram zware wapen, maken zich klaar om aan te leggen, halen vijf keer de trekker over en voor je het weet is het alweer voorbij. Schiet, schiet, puf, schiet, schiet, puf, schiet.

Vier ritmes zijn er, het luistert nauw. Het kan ook schiet, puf, schiet, puf, schiet, puf, schiet, puf, schiet zijn. En diegene die de routine nog niet zo goed beheersen, doen schiet, pufpuf, schiet, pufpuf, schiet, pufpuf, schiet, pufpuf, schiet, pufpuf, schiet. De allerbeste halen een keer adem, schieten vijf keer achter elkaar. Raak.

Hoe Sven Fischer dat doet? Dat ligt eraan hoe hij zich voelt. Hoe hij het heeft gedaan tijdens zijn olympische triomf? Als we het niet erg vinden, weet hij dat even niet meer.

Schieten is een routine. Het gaat het beste als je er niet bij na hoeft te denken. Dat is een kwestie van ervaring en herhaling.

Ricco Gross, landgenoot van Fischer, oefent thuis in de huiskamer ‘droog’ op de schouw. Dat is niet zo vreemd. Bij iedere biatleet zijn er door het hele huis vijf stippen op de muur getekend. Het vreemde is dat Gross zich voor de droogtraining ook nog eens volledig omkleedt, zodat hij in vol ornaat op de muur kan richten.

Dat is niet gebruikelijk. Gross is een buitenbeentje. Maar als je een percentage van bijna 90 procent schiet, wie is er dan gek?

Het langlaufen kun je trainen zonder dat je hoofd er helemaal bij is, zegt Gross. Maar met een geweer in je hand wil je liever niet dat de gedachten afdwalen.

Je kunt in de training nog zo accuraat zijn, in de wedstrijd spelen andere factoren een rol. Het is als penalty’s oefenen. De adrenaline van de competitie kun je niet op commando door je lijf laten gieren.

Biatleten vinden zichzelf daarom de meest complete sporters van de Winterspelen. Ze zijn de tienkampers van de sneeuw. Wie wil schitteren, moet technisch begaafd zijn, sterk, een enorm uithoudingsvermogen hebben en zich onder extreme omstandigheden kunnen concentreren.

Slechts elf van de negentig deelnemers zijn dinsdag feilloos tijdens de 10 kilometer sprint. Dat is veel. In de sprint komt het erop aan zo snel mogelijk te schieten. Het is een seconden- en een zenuwenspel ineen. Tien schijven, en een misser betekent het einde van de illusie. De strafronde van 150 meter neemt ongeveer een halve minuut in beslag. Die is nooit meer volledig goed te maken op de concurrentie.

Als Frode Andresen het vizier van zijn Anschütz, een .22 kaliber geweer scherper had afgesteld, was hij en niet Fischer de olympische kampioen. Nu is de Noor pas derde, op negentien seconden achter de feilloze Duitser en elf achter landgenoot Halvard Hanevold.

Andresen kan er niet om treuren. Hij heeft in zijn carrière al zo vaak het doelwit gemist. ‘Als je durft te schieten, betekent dat ook dat je kunt missen. Daar moet je achteraf niet verbaasd over zijn.’

Fischer staat bekend als een excellent schutter. Zijn gemiddelde schotpercentage ligt rond 90 procent. In augustus vorig jaar blesseerde hij zijn duim ernstig bij een val tijdens de training. Geen wonder dat iedereen in zijn omgeving in paniek was. Hij zelf niet het minst. De dokters en fysiotherapeuten verrichten fantastisch werk, zei de 34-jarige na zijn eerste individuele olympische titel.

Die titel was eigenlijk gereserveerd voor Bjørndalen. Maar de Noor is al dagen van slag zodra hij zijn geweer van de rug laat glijden. Lang was het schieten een spel voor hem, maar afgelopen zomer leerde Bjørndalen zichzelf een andere routine aan. Hij probeerde sneller te schieten, omdat daar volgens de vijfvoudige olympische kampioen nog winst te boeken viel. Het moest hem aan de ontbrekende drie gouden medailles helpen waarmee hij de acht olympische titels van landgenoot Bjørn Daehlie kon evenaren.

Het sorteerde niet het gewenste effect. Want de gewonnen tijd in het schietstadion gaat voor Bjorndalen verloren door de strafronden die hij moet lopen na zijn missers. Zaterdag schoot hij twee van de twintig keer mis. Dinsdag zat hij er tijdens de sprint drie keer naast: het was een ongewone en historische reeks van de Noor.

Biatleten weten wat dat betekent. Bjørndalen heeft problemen met zijn ademhaling. Daar is geen remedie tegen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden