ColumnPeter Winnen

Bevrijdende dichtregels van Lodeizen gaven Peter Winnen het laatste zetje naar het wielrennen

Stel, ik was coureur in deze schrale coronatijd, hoe zou ik me verhouden tot de detentie? Het is een vraag die ik me dagelijks stel wanneer ik me buig over het steeds dunner wordende sportkatern van mijn ochtendkrant.

Ik zou de redelijkheid zelve zijn, denk ik. Detentie is de sportmens niet vreemd. Een blessure, een schorsing, een dopingschorsing, een sportieve black-out, het noodlot is er in vele vormen. Je zou kunnen zeggen dat in sport het noodlot zich aan de spelregels houdt.

Soms speelt het noodlot vals. Ik noem een paar namen: Wouter Weylandt en Fabio Casartelli. Als de echte dood zich met sport bemoeit rouwen zelfs de dieren in het woud.

Mister Corona is een personage apart. Of hij van sport houdt is niet eens de vraag. Hij houdt nergens van. Maar dat hij de beste wil zijn, staat buiten kijf.

En hij is de beste, voorlopig toch.

Het is duidelijk dat de industrie van de topsport, oog in oog met mister Corona, moet inbinden (zoals haast elke andere industrie). Het gehannes met evenementenagenda’s neemt pathetische vormen aan. Alles moet in uitgestelde vorm doorgaan, maar alles zit alles in de weg. Dat topsport over constipatie gaat, wist iedereen voordat het virus kwam.

Abstract hoor, bovenstaande alinea, maar plastischer is het niet te brengen.

Als ik ’s ochtends boven het gekrompen sportkatern van mijn krantje hang, dalen vaak spontaan een paar, telkens dezelfde, dichtregels in me neer:

ik heb mij met moeite alleen gemaakt./ je zou niet zeggen: je zou niet zeggen dat/ het zoveel moeite kost alleen te zijn als/ een zon rollende over het grasveld

Ergens eind jaren zeventig van de vorige eeuw, op het craquelé tussen adolescentie en volwassenheid, waren het onder andere deze bevrijdende regels van Hans Lodeizen die me het laatste zetje gaven naar het riskante maar rollende bestaan op twee wielen. Onzekere zon versus burgerlijke zekerheid. Eenzaamheid geborgd, topsport als escapisme.

Ik lees dat klinisch psycholoog Jan Derksen zich zorgen maakt over het ontbreken van een emotionele uitlaatklep bij de sportliefhebber – escapisme blijkt twee kanten op te gaan. In mijn ochtendkrant spreekt hij van ‘een gevaarlijke ontwikkeling’. Want als de afleiding wegvalt, beginnen allerlei ‘nare gevoelens op te borrelen’.

Mensen zijn stofzuigers, zegt hij. ‘Gedurende de werkweek worden ervaringen als krenkingen of stress allemaal opgezogen.’ En die ervaringen hopen zich op ‘in een binnenwereld die bij veel mensen beroerd is ingericht’. Zolang er afleiding is, is een leven in pais en vree niet uitgesloten. Maar wat als de afleiding er niet meer is? De gevolgen ondervindt hij in zijn dagelijkse praktijk. Ja, hij krijgt het steeds drukker.

En zo wordt duidelijk dat niet alleen het coronavirus heldhaftig bestreden moet worden, maar vooral het leven van vóór corona. Onze topsporters kunnen niet anders dan schaapachtig toekijken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden