Beter in lobbyen dan in fietsen

Nadat de Ronde van Italië eerder dit jaar werd weggeschoten in Venetië en die van Frankrijk in het Monaco, fungeert Assen nu als startplaats van de Ronde van Spanje.

Als ze in de Drentse hoofdstad aan chronologie doen, en dat doen ze, dan ziet dat rijtje er anders uit. Eerst komt Assen, daarna Amsterdam en de rij wordt gesloten door Rotterdam. In een tijdsbestek van elf maanden beginnen de grootste drie wielerwedstrijden in Nederland.

Vandaag opent de Vuelta dus het bal met een proloog op het TT-circuit om na een paar dagen in oostelijk Nederland en een stukje België het vliegtuig naar Spanje te nemen. Op zaterdag 8 mei 2010 vormt Amsterdam het startpodium van de Giro d’Italia en op zaterdag 3 juli is Ahoy in Rotterdam het decor van de Grand Départ, zoals de Fransen graag dik doen over de start van hun Tour de France.

‘En dan kun je maar het beste de eerste zijn’, zegt Jaap Kuin. Hij is de wethouder van Sportzaken in Assen en een PvdA’er van het formaat waarbij sociaal-democraten altijd heimwee krijgen naar Jan Schaefer, robuust bestuurder in de jaren zeventig van de vorige eeuw.

Op de vraag of dat wel verstandig is, drie grote evenementen zo kort achter elkaar, antwoorden alle betrokkenen: het is goed voor de wielersport. Jaap Kuin zegt: ‘Zien sporten doet sporten.’

De komst van de Vuelta is voor hem niet alleen een praatje over citymarketing, maar ook een pleidooi om de bevolking in beweging te krijgen. Hij prijst zich gelukkig met de Vuelta, want dat is wielrennen zoals hij het wil: laagdrempelig. ‘Bij ons staat het volk voor de vips.’

Verder wil Kuin niet te veel zeggen over deze annexatie van de internationale wielersport. Qua citymarketing is het gevoelige materie die de goede verhoudingen op het spel kan zetten. ‘Maar als wij niet de eerste waren, zou ik er vermoedelijk anders over denken.’ Jos Vaessen, de man die de organisatie leidt in Drenthe, zegt na enig peinzen: ‘Is het verstandig? Nee, ik denk niet dat het verstandig is.’

De meeste pijn van dit drievoudige startschot wordt geleden in Rotterdam, de nummer laatst. Toch houdt Hans den Oudendammer, hier de grote man van de Tourorganisatie, zich ook op de vlakte. Hij spreekt van vermijdbaar toeval. Bedenkingen zijn er vooral over Amsterdam dat zich als laatste in de strijd mengde. Maar wat doe je er aan? De organisatie van een etappekoers is een zakelijke onderneming en dus een kwestie van vraag en aanbod. Den Oudendammer: ‘Maar slim is het niet. Een partner als Rabo betaalt zich nu blauw aan hospitality.’

De Rabobank, die al zolang gezichtsbepalend is in het Nederlandse wielrennen, laat zich echter het hoofd niet op hol jagen. Volgens Heleen Crielaard, hoofd sponsoring, opereert het hoofdkantoor in deze slechts vraaggericht. Lokale kantoren kunnen een beroep doen op een landelijk budget. Voor Assen en Rotterdam is dat toegezegd, Amsterdam is nog een vraagteken.

Crielaard: ‘Het budget is wel gelimiteerd. In die zin bijten dergelijke evenementen elkaar.’ Vanuit nationaal perspectief heeft Rabo ze ook niet nodig. ‘Met negen rijdende billboards is onze aanwezigheid in het peloton al tamelijk duidelijk.’

Voor de drie steden wordt het nu passen en meten. Vaessen: ‘Je levert meer voor minder.’ Volgens hem heeft dat overigens meer met de crisis te maken, dan met de onderlinge concurrentie. ‘Maar bij ons in Drenthe ziet het er prima uit.’

Rotterdam kan er prat op gaan in alles de grootste te zijn. Den Oudendammer: ‘De Vuelta en de Giro hadden wij ook kunnen krijgen, maar we wilden per se de Tour.’ Daarvoor is 15 miljoen begroot. Den Oudendammer: ‘Maar daarvoor gaan we ook een jaar lang het Tourgevoel uitdragen.’

De Vuelta wordt in Drenthe geraamd op vier miljoen euro, in de begroting van Amsterdam is dat een half miljoen meer. Caroline Gehrels: ‘Maar dat bedrag levert ook werkgelegenheid op, dus dat is nu al deels goed besteed.’

De Amsterdamse wethouder van Sportzaken is buitengewoon in haar nopjes met haar Italiaanse prooi. ‘De eigenzinnigheid van de Italianen past helemaal bij Amsterdam. Het wordt een mooi feest, sportief en cultureel. En die Italiaanse renners zijn een feest om naar te kijken, kan ik u zeggen.’

Gehrels rekent op 25 miljoen aan baten. ‘De opening van de Hermitage heeft ons geleerd wat een geweldig rendement zo’n snelle investering oplevert. De start van de Giro geeft Amsterdam in economisch opzicht een geweldige impuls.’

Dat laatste is voor Gehrels ook de reden zich niet al te veel aan te trekken van de kritiek dat Amsterdam de spoeling dun maakt. De plaatselijke belangen zijn groter. ‘Maar ik kan me voorstellen dat de Rabobank zijn bedenkingen heeft bij deze overdaad.’

Voor de naaste toekomst hoopt ze op een betere coördinatie, zeker nu Nederland zich natiebreed heeft geschaard achter het Olympisch Plan van 2028. Zwemmen moet gewoon van Eindhoven zijn en schaatsen van Heerenveen. ‘Daar moet je niet overheen willen.’ Maar nu ziet Gehrels vooral de zonnige kant van haar gooi naar de Giro. En die zonnige kant is dat Nederland goed is in lobbyen.

‘We kunnen beter lobbyen dan fietsen’, zegt oud-sportjournalist Dick Heuvelman daarover. Heuvelman schreef jaren over wielrennen in het Dagblad van het Noorden en als rechtgeaarde noordeling leek het hem een mooie stunt dat wielrennen een keer naar Groningen te halen.

Dat lukte in 2002 met de Ronde van Italië en de woordspeling die daaruit voortvloeide, Gironingen, rolt nu nog enthousiast uit zijn mond. ‘Het was een onvergetelijk feest.’ Vervolgens richtte op Heuvelman het vizier op de Tour en de Vuelta. Hij had Groningen eeuwigheidswaarde willen geven als startplaats van alle grote wielerronden. Maar Groningen vond het wel mooi geweest. Het onvergetelijke feest had een hoop gekost.

Vervolgens kwam Assen in beeld en dat is voor Heuvelman een pijnlijk verhaal. In de publiciteit rond de start gaat alle eer naar Relus ter Beek, tot zijn overlijden in 2008 commissaris van de koningin in Drenthe.

Ter Beek wilde zijn provincie, die toch vooral te boek staat als het domein van gepensioneerde peddelaars, een impuls geven met serieus wielrennen. En dus, zo wil nu het verhaal, gooide hij zijn bestuurlijke gewicht en menselijke charme in de strijd om de Vuelta binnen te halen.

Dick Heuvelman vindt dat hij daarmee tekort wordt gedaan en hij heeft de correspondentie meegenomen, die dat volgens hem bewijzen. Ter Beek had aanvankelijk de Tour op het oog, maar Heuvelman maakte hem duidelijk dat dat onbegonnen werk was. ‘Rotterdam en Utrecht waren daarmee al bezig en als dat zou lukken, dan moest Assen zeker nog een jaar of twintig in de wachtkamer. Bovendien is de stad eigenlijk te klein daarvoor.’

Heuvelman, die al een paar jaar bezig was de Vuelta naar Nederland te lobbyen, wist dat daar kansen lagen. De Spaanse koers kwam nooit verder dan Lissabon en de nieuwe leiding wilde de vleugels uitslaan om de internationale sponsors te bedienen.

Dick Heuvelman wil best toegeven dat Ter Beek een hoop goodwill kweekte, maar hij claimt geestelijk vader van het idee te zijn. Heuvelman laat de brief zijn waarmee directie van de Vuelta werd gelokt. Daarin gaat het over de warme banden tussen beide landen en wordt gerefereerd aan de ‘vijftig miljoenste toerist’ die in 2010 Spanje zal bezoeken.

Heuvelman: ‘Ik had wat cijfers van het Bureau voor Toerisme opgeteld en ben hierop uitgekomen. Ik heb geen idee of het klopt, maar je moet die mensen een aanleiding geven naar Nederland te komen. Zo werkt het nu eenmaal bij het lobbyen.’ Dat lobbyen moet Nederlanders in het bloed zitten. Meer dan waar ook in Europa begonnen de drie grote ronden, elk een uithangbord van de eigen natie, in een Nederlandse stad. Toen de Tour in 1954 een stap buiten de deur deed, was dat in Amsterdam.

Daarover verscheen vijf jaar geleden een boekje waarin werd onthuld hoe dat tot stand kwam. Een concurrent had plannen voor een Europese wielerronde en Tourbaas Goddet sneed hem de pas af door zelf met zijn karavaan Europa in te trekken. ‘Te oordelen naar de warme ontvangst door de Nederlandse bevolking’, schreef de Franse krant Le Parisien, ‘zullen de organisatoren er trots op zijn Amsterdam als startplaats te hebben uitgekozen.’

Via het Belgische Brasschaat was de Tour weer snel in eigen land en dat geografische voordeel werd vaker uitgespeeld. In 1973 en 1978 begon de Ronde van Frankrijk respectievelijk in Scheveningen en Leiden. Beide keren werd het geen succes. De organisatie was matig, het parcours beviel de Fransen niet en de commerciële kant liet te wensen over.

In 1996 was Den Bosch aan de beurt en opnieuw waren er klachten over de uitbating. De Tourdirectie hanteert strenge regels voor uitingen van reclame en Nederlandse ondernemers houden zich daaraan kennelijk slecht. Ambush marketing heet dat in reclametaal en dat is nu ook de grote schrik van Rotterdam en Assen. Den Oudendammer: ‘Dat mag ons echt niet weer gebeuren.’

Woensdagmiddag is het TT-circuit al grotendeels in Spaanse handen. De kleurencombinatie is rood-wit en de perszaal heet salle de prensa. Nederlands is hier niet langer de voertaal.

Helemaal bovenin het gebouw, met uitzicht op de start- en eindstreep, zetelt Jos Vaessen in zijn directeurskamer. Hij oogt ontspannen en is dat ook naar eigen zeggen. De organisatie is achter de rug, het improviseren moet nog beginnen.

Hij prijst zich gelukkig met het voorspoedige verloop en de amicale sfeer. Op hun beurt prijzen de Spanjaarden zich nu al gelukkig met hun uitstapje naar Drenthe. Meer dan ooit heeft de Vuelta de aandacht van de internationale media en het idee van een proloog op het TT-circuit verzoent het motorgekke Spanje met Assen.

Zondag belooft volgens Jos Vaessen helemaal een spektakel te worden als de ronde van Assen naar Emmen trekt. Alle dorpen onderweg zijn al weken in de weer voor het meest feestelijke onthaal. Een paar dagen geleden zat Vaessen met koersdirecteur Guillén in Westerbork op straat aan een lange tafel waar paella werd geserveerd. ‘Hij belde direct alle mensen van zijn organisatie. Ze moesten hun werk neerleggen en zo snel mogelijk naar Westerbork komen.’

Het zijn dergelijke initiatieven die Hans den Oudendammer van de Tourorganisatie in Rotterdam verleiden een beetje smalend te spreken van topsport als braderie. Je kunt wethouder Jaap Kuin van Assen geen mooier compliment maken. Een wielerwedstrijd is voor hem ook een sociale gebeurtenis. ‘Dus wat is er mis met een braderie?’

Vuelta (Raymond Rutting / de Volkskrant)
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden