interview Nicol David

Beste squasher ooit Nicol David speelt nog één keer in Nederland

De beste squasher ooit speelt haar laatste toernooi in Nederland. Nicol David is geen favoriet meer, en daarom eindelijk gelukkig.

Nicol David dinsdag tegen de Egyptische Rowan Elaraby. Ze wint met 3-1. Beeld Klaas Jan van der Weij

In een glazen kooi in het distributiecentrum van DPD in Oirschot demonstreert squasher Nicol David deze week bij de Dutch Open nog één keer haar complete slagenarsenaal en briljante reflexen. Tussen 2006 en 2015 was de 35-jarige Maleisische onafgebroken de nummer 1 van de wereld. Sinds ze in februari haar afscheid aankondigde, is een last van haar afgevallen. ‘Het voelt alsof ik een nieuwe vrijheid heb gevonden.’

Voor transportdeur 109 is David aan het uitfietsen, met uitzicht op de eindeloze rij pakketjes die hun weg vinden naar de uitgang. Ze giechelt en filmt met haar telefoon het sobere decor voor haar afscheidstournee in Nederland. ‘Ik moet ontdekken wie Nicol David zonder squash is.

‘Bijna twintig jaar heeft mijn leven in dienst gestaan van winnen of verliezen, van een volgend toernooi waarop ik me moest voorbereiden. De US Open in 2018 was een kantelpunt. Ik speelde slecht en mijn coach Liz Irving zei: je moet bepalen of je zo nog verder wilt.’

The New York Times noemde David de ‘Serena Williams van het squash’ en door haar collega’s wordt ze uitgezwaaid als de beste squasher aller tijden. David omschreef squash tien jaar geleden in de Volkskrant als ‘schaken met levende stukken’. In haar zwarte rokje heeft ze de gratie in haar spel behouden, maar David kon de intensiteit van het ‘kooigevecht’ steeds moeilijker verdragen.

‘Toptennissers als Serena Williams en Roger Federer kunnen geregeld pauzes inlassen en gaan daarom langer mee. Squash is een slopende sport. Ik heb in 2018 voor het eerst twee maanden rust genomen, ook de agenda is moordend.’

David verhuisde al op haar zeventiende van het Maleisische eiland ­Penang naar Amsterdam om de gekte in haar vaderland te ontvluchten. Ze vond er ook betere trainingsfaciliteiten. Nederland bleek de perfecte uitvalbasis, waar ook wereldtoppers als Sarah Fitz-Gerald, de Nederlandse ­Vanessa Atkinson en coach Liz Irving verbleven.

Op de fiets of met de bus ging ze naar het Frans Otten stadion, niemand herkende de icoon van het squash. Alsof Serena Williams in New York de metro neemt naar de US Open op Flushing Meadows. ‘Amsterdam heeft mijn hart veroverd’, zegt David. ‘Ik zal er altijd blijven terugkomen. Daarom vind ik het speciaal om nog één keer in Nederland te spelen.’

Als nummer 19 van de wereld behoort David niet langer tot de elite. Ze treft vanavond in de tweede ronde van de Dutch Open de Egyptische Nour El Sherbini, die vorige maand in Chicago wereldkampioen werd. Op haar laatste WK werd David al in de derde ronde uitgeschakeld. De neergang was al eerder ingezet, nadat ze negen jaar onafgebroken de ranking had aangevoerd.

David: ‘Plotseling stond ik tweede op de wereldranglijst. Het was mijn grootste worsteling om te accepteren dat iemand anders beter was. Het voelde als een schok.’

Nicol David Beeld Ivo van der Bent

Transitie

David moest eerst van de rots worden geduwd om te beseffen hoe mooi het uitzicht al die tijd was geweest. In 2000 behaalde ze als 16-jarige qualifier haar eerste titel bij de profs. Negentien jaar en acht wereldtitels later is ze nog altijd een attractie bij de Dutch Open. ‘Nadat ik niet langer nummer 1 van de wereld was, moest ik mezelf dwingen om tijd te nemen voor zelfreflectie.

‘Toen leerde ik mijn prestaties pas te waarderen. Ik ben veel te streng voor mezelf geweest. Ik heb veel gewonnen, maar gaf mezelf te weinig krediet. Het moest altijd beter, na een toernooizege dacht ik alweer aan de volgende titel. Het hield nooit op.’

Juist door die transitie vindt ze nieuw geluk. David: ‘Het is een moeizaam proces geweest, ik moest mezelf opnieuw uitvinden. Waarom zou ik niet kunnen genieten van mijn sport als nummer 2, 3 of nu 19? Natuurlijk stort mijn wereld niet in omdat anderen nu beter zijn. Ik waardeer mezelf nu meer dan toen ik nummer 1 was.

‘Nu ben ik de complete Nicol David en niet alleen de squasher die nooit mocht verslappen. Nog drie toernooien en mijn carrière is voorbij. Ik heb vrede met mezelf gesloten en kijk uit naar de volgende fase in mijn leven. Dan wil ik als ambassadeur iets teruggeven aan de sport.’

Indirect illustreert de grauwe ambiance bij de Dutch Open de huidige status van het squash. Niet meer dan honderd toeschouwers volgen dinsdagavond de partij van David tegen de Egyptische Rowan Elaraby. Na de eerste dag zijn alle Nederlandse vrouwen uitgeschakeld. In de jaren negentig was squash de ‘yuppensport’ die de wereld zou veroveren. Maar David verloor haar belangrijkste gevecht; zelfs met steun van Roger Federer kreeg ze squash niet op het olympische programma.

Voorrang

Bij de campagne in 2009 moest squash voorrang verlenen aan golf en rugby sevens op de Spelen van Rio de Janeiro in 2016. David verwijt het Internationaal Olympisch Comité (IOC) ‘onduidelijke criteria’ te hanteren. David: ‘Het was mijn droom om in Rio nog een gouden medaille te winnen.

‘Misschien hebben we te veel ingezet op deelname aan de Spelen. Het IOC veranderde telkens de richtlijnen, waardoor wij onze focus verloren. We wisten niet welke sport we moesten zijn. De aantrekkingskracht is weg, het IOC heeft nu andere prioriteiten.’

Bij de Spelen van 2024 in Parijs lijkt breakdance zijn olympische debuut te maken. Ervaart David het als een klap in haar gezicht dat squash wederom wordt genegeerd? ‘Nee, wij hebben geen controle op de besluitvorming bij het IOC. Breakdance is een extreme sport, die tot de verbeelding spreekt en veel sponsors heeft.

‘Als een kind een sport van de straat straks op olympisch niveau kan beoefenen, zal de jeugd meer betrokken raken bij de Spelen. Dat is de filosofie van het IOC. Wij moeten ons richten op de kernwaarden van onze sport. Squash groeit over de gehele wereld, ook ik heb de Spelen niet nodig om mensen te inspireren.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.