Een dag voor de aankomst van de Giro proberen wieleramateurs de Mont Zoncolan te beklimmen.

Wielrennen Giro d'Italia

Bestaat er een huiveringwekkender berg dan de Monte Zoncolan uit de 14de etappe?

Een dag voor de aankomst van de Giro proberen wieleramateurs de Mont Zoncolan te beklimmen. Beeld Klaas Jan van der Weij

Bestaat er een huiveringwekkender berg dan de Monte Zoncolan, de beproeving die Tom Dumoulin zaterdag in de Giro wacht? ‘Laat alle hoop varen’, meldt het waarschuwingsbord.

Het is zo’n berg die zelfs de woordenschat op de proef stelt. Damiano Cunego, een voormalige winnaar van de Giro d’Italia, moest in zijn vocabulaire op zoek toen hij naar zijn ervaringen onderweg werd gevraagd. Il Piccolo Principe, de kleine prins, stamelde. ‘Het is niet de hel. Het is geen monster. Het is veel erger dan dat.’

En dansant

De Monte Zoncolan, een doorsteek op een hoogte van 1.730 meter tussen twee valleien in de Karnische Alpen kan zaterdag een waterscheiding vormen in de Ronde van Italië. Op de steile en bochtige Strada Provinciale 123 zullen vedergewichten als Simon Yates (59 kilo), de huidige drager van de roze trui, en Domenico Pozzovivo (53 kilo) zich uit het zadel moeten verheffen om dansend op de pedalen titelverdediger Tom Dumoulin (70 kilo) achter zich te laten. Zo hopen ze voldoende marge op te bouwen voor de tijdrit van 34,2 kilometer tussen Trento en Rovereto, volgende week dinsdag. Ook Thibaut Pinot (63 kilo) moet aan de bak. Gaan de gemzen op wielen samenspannen om de beste tijdrijder ter wereld, die zich de afgelopen dagen op hun terrein vrijwel gelijkwaardig toonde, een beslissende uppercut toe te dienen? Wat kan Chris Froome (66 kilo) nog?

Ze moeten wel durven. In de competitie van zwaarste klimmen in de grote wielerronden wedijvert de Zoncolan voor de koppositie met de Alto de l’Angliru, het beest in Asturië dat soms op het toneel van de Vuelta verschijnt. De Italiaanse kwelgeest oogt op basis van de cijfers een fractie regelmatiger, maar het gemiddelde stijgingspercentage ligt hoger. Het is niet zomaar dat sommige motoren in de Girokaravaan oververhit raken en de rook van de banden slaat als ze uit stilstand weer op gang proberen te komen.

Dit zijn de feiten in de rangschikking van het steilewandklimmen op de fiets. De Zoncolan: 10,1 kilometer lang, 1.225 hoogtemeters, gemiddeld 11,9 procent stijging, steilste stuk 22 procent. De Angliru: 12,5 kilometer lang, 1.248 hoogtemeters, gemiddeld 10,1 procent stijging, steilste stuk 23,5 procent. Maar het draait niet alleen om koele getallen. Om de klim te overleven zijn factoren als weer, vorm en wedstrijdverloop zeker zo bepalend. Afgelopen week kwamen er verontrustende berichten uit Italië: het sneeuwde boven. De wedstrijdorganisatie schakelde ruimers in.

Ivan Basso boekt op de Monte Zoncolan zijn eerste zege van 2010 en komt in de buurt van de roze trui. Beeld AP

‘Niet waarom ik ben gaan fietsen’

De col figureert voor de zesde keer in de Giro. In 2003 ging de route nog vanaf de oostkant, maar in 2007, 2010, 2011 en 2014 begon de klim vanuit Ovaro in het westen. Gilberto Simoni mag zich met twee zeges (2003 en 2007) koning van de Zoncolan noemen. Ivan Basso (2010), Igór Anton (2011) en Michael Rogers (2014) waren daarna dicht bij de troon. Maar wie het over de geschiedenis heeft, moet ook vaststellen dat de tijdsverschillen tussen de favorieten op de berg doorgaans niet heel groot uitvallen, huiveringwekkende percentages en reputatie ten spijt. Dramatische omwentelingen bleven er uit.

Tot de Nederlandse deelnemers in de laatste editie behoorden Johnny Hoogerland (83ste) en Maarten Tjallingii (92ste), beiden op ruim een kwartier van de winnaar. Laatstgenoemde moet even in zijn geheugen zoeken naar het precieze jaar van zijn beklimming. ‘Het is zo’n etappe waarvoor je in je hersenen op de deletebutton drukt. Dit is niet waarom ik ooit ben gaan fietsen.’ Hij maakte nog deel uit van een kopgroep, toen hij zich aan het begin liet terugzakken. ‘Dat was niet in opdracht van mijn ploegleider of dat ik dat nodig vond. Het ging vanzelf.’ Hij noemt het een ‘vieze ervaring’. Maar erg, nee, dat vond hij de klim niet. ‘Het is een haat-liefdeverhouding. Onderweg vervloek je hem, maar als je boven bent, denk je toch: wauw, ik heb ’m toch maar gedaan.’

Hoogerland, die tegenwoordig een Bed & Breakfast heeft in Oostenrijk, op 120 kilometer van de Zoncolan, maakt een onderscheid tussen klassementsrenners en waterdragers. ‘Als je meedoet om de zege, is het een verschrikking. Maar voor mij stond er niet zoveel op het spel. Ik kon zelfs wat genieten onderweg. Klein verzet draaien, je niet al te druk maken. Het is ook gaaf om er te rijden.’

Nog een factor van belang op de Zoncolan verdient vermelding: de tifosi die samengepakt langs de weg staan of de heuvels bevolken en hartstochtelijk meeleven. Vraag het maar aan die arme Francesco Bongiorno, 23 jaar in 2014, en samen met Rogers in de race van zijn leven op kop op weg naar boven. Een meedravende fan in een shirt van de wereldkampioen duwt hem bemoedigend tegen de kont. De voet van de renner schiet meteen uit het klikpedaal, waardoor hij vrijwel tot stilstand komt. Rogers is weg. Van Bongiorno, die nog als derde over de finish komt en in tranen uitbarst, is niet veel meer vernomen. Hij is vorig jaar gestopt. In dezelfde etappe ergert Wout Poels zich zo aan opdringende supporters dat hij in het voorbijgaan iemand een zonnebril van de neus grist om die enkele pedaalslagen later minachtend in de berm te werpen.

Renners in het achterveld hebben doorgaans minder moeite met het publiek. Hoogerland: ‘Ik vond het fijn dat ze me duwden. Samen hadden we de grootste lol.’ Tjallingii: ‘Ik was alleen maar aan het roepen. Spingimi! Spingimi! Duw me!’ Wie het meest zijn best deed, ontving zijn bidon.

Laat de hoop varen

De ernst van de beklimming wordt renners meteen ingepeperd. Op een houten bord staat: Lasciate ogni speranza o voi che entrate. Kortweg: laat de hoop varen. Iets verder volgt de mededeling dat het straks nog erger wordt. Geregeld wordt een boogconstructie opgetrokken met het opschrift: de poort naar de hel, La Porta dell’Inferno. Wie toch doorzet, kan de steun inroepen van vooral Italiaanse wielerhelden die in actie op foto’s langs de weg zijn geplaatst.

De eerste 1,5 kilometer gaan nog. Na het dorpje Lariis dient het vagevuur zich aan in partjes met de beklemmende stijgingspercentages : 17,3 procent, 12,2; 13,8; 19,2; 19,7. Enzovoorts. Even is het 7. Dat voelt als tijdelijke absolutie.

Wat niet helpt, is dat de weg deels door dicht opeenstaande dennen slingert. Een renner snakt soms naar uitzicht. Dat geeft houvast. Pas na drie tunneltjes, in de laatste haarspeldbochten, ontvouwt zich het panorama van het berglandschap in volle omvang. Op de top is een monument, met een geabstraheerde fiets. Als je toch al scheel kijkt van de inspanning, doen de details er minder toe.

Gilberto Simoni wint in 2007 op de top van de Monte Zoncolan, voor zijn ploeggenoot Leonardo Piepoli. Beeld AP

Verkenning

Froome is in april op verkenning geweest. Een blik op zijn vermogensmeter leerde dat hij nergens onder de 400 watt trapte. En dan fietste hij nog maar in zijn eentje, hij hoefde nergens de diepste reserves aan te spreken. Op het eind van zijn inspectie zag Froome nog wel een mountainbiker voorbij komen. De geruststelling volgde snel: die had een elektromotor tot zijn beschikking.

Dumoulin is niet geweest, Yates evenmin. De Nederlander vindt de waarde van zo’n onderneming maar betrekkelijk. Begin deze week werd hij ernaar gevraagd. ‘Ik weet dat het lang en steil is. Dat is genoeg.’ Bergop kun je volgens hem nauwelijks worden verrast. Hij kent het profiel, hij heeft beelden op televisie gezien.

Hebben Hoogerland en Tjallingii advies? Hoogerland: ‘Eigen tempo aanhouden, maar wel op de limiet rijden, natuurlijk. Dan verlies je hooguit driekwart minuut. Als je echt gaat koersen, ga je geheid kapot.’ Tjallingii: ‘Demarreren aan de voet en vervolgens op je eigen tempo omhoog. Dan heb je de eerste morele tik uitgedeeld. Die telt.’

In vorige etappes, bekende Dumoulin, voelde de vorm niet helemaal zoals gewenst. Maar als hij een keer over ‘superbenen’ kan beschikken, dan het liefst op de Monte Zoncolan. Omhoog naar de vergezichten, maar vooral naar het het zicht op het roze. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.