Besmette sporten: atletiek versus wielrennen

En weer is er een vernietigend rapport over de mondiale atletiek. Doping, afpersing, smeergeld: de misstanden stapelen zich op. De belangrijkste olympische sport lijkt nog rotter dan de wielersport enkele jaren geleden. Is dat ook zo? Een tussenbalans.

Usain Bolt.

Lamine Diack versus Hein Verbruggen

Zelden is een prominent sportbestuurder zo hard en snel van zijn voetstuk gevallen als Lamine Diack. Bij zijn afscheid als voorzitter van de IAAF, afgelopen augustus, werd hij door opvolger Sebastian Coe nog geprezen als 'spirituele leidsman'. Nu is hij verdachte in een Franse strafzaak en de paria van de atletiek.

De corruptie van de 82-jarige Diack, die de IAAF zestien jaar leidde, is een belangrijke oorzaak van de crisis waarin de sport is beland. Doping is al decennia een probleem in de atletiek, net als in het wielrennen. Maar met het afpersen van Russische atleten heeft de Senegalees de integriteit van de federatie te grabbel gegooid.

Wie gelooft nog dat de IAAF de dopingjacht serieus neemt als positieve dopingtests tegen betaling van de voorzitter kunnen worden afgekocht?

Hein Verbruggen. Beeld anp

Ruim 1 miljoen euro heeft Diack volgens de Franse justitie van de Russische atletiekfederatie bedongen, in ruil voor het wegmoffelen van positieve tests. Ook werden atleten met verdachte bloedwaarden aangezocht met de bedoeling ze te chanteren. Tot de belangrijke handlangers van Diack behoorden behalve zijn twee zoons ook de Fransman Gabriel Dollé, het voormalige hoofd antidoping. Dollé is sinds vorige week voor vijf jaar geschorst door de ethische commissie van de bond.

De IAAF heeft lang getracht de corruptie af te doen als een geïsoleerde kwestie, die niet representatief is voor de organisatie. Medewerkers zouden de verdachte omgang met Russische dopingresultaten hebben gemeld bij de ethische commissie en het sporttribunaal CAS om te voorkomen dat ze in de doofpot zouden verdwijnen.

Lamine Diack. Beeld anp

Dick Pound, voorzitter van de WADA-onderzoekscommissie, was niettemin stellig in zijn oordeel over de federatie. Anderen moeten hebben geweten van het wangedrag van Diack. 'Natuurlijk was er sprake van een doofpot.'

Oprecht of niet: voorlopig wordt elke ongewone, onhandige of ondoordachte beslissing van de IAAF, hoe integer die mogelijk ook is bedoeld, met argusogen bekeken. Van de toewijzing van de WK's atletiek aan Moskou (2013), Qatar (2019) en Eugene (2021) tot het spaarzame aantal controles in Kenia en Jamaica, van de mediastrategie rondom de bekendmaking van positieve tests tot de omgang met klokkenluiders: dankzij Diack duikt het spook van de corruptie overal op.

Twee voorzitters heeft de wielrenunie UCI al benoemd sinds Hein Verbruggen aftrad in 2005, maar nog steeds valt de schaduw van diens veertienjarige bewind over de sport.

Vorig voorjaar concludeerde de onderzoekscommissie CIRC, door de UCI aangesteld om de structurele dopingproblemen in de wielersport onafhankelijk te bestuderen, streng over de bestuurders, met name over de 74-jarige Verbruggen. Onder zijn autoritaire leiding werd doping niet streng bestreden. Er werd slechts getracht het probleem beheersbaar te houden.

Wegkijken was het devies tijdens de pogingen van Verbruggen om de West-Europese wielersport te veranderen in een mondiaal evenement met talloze live-uitzendingen. Positieve tests zouden de commerciële waarde van de sport enkel schaden. Renners werden soms gewaarschuwd als ze het risico liepen betrapt te worden.

Donkere tijden

Sebastian Coe, de voorzitter van de internationale atletiekfederatie IAAF, ziet zijn sport in diepdonkere tijden beland. 'De weg naar verlossing zal lang zijn.' Lees hier het artikel van de Volkskrant.

Door die lankmoedige houding werden prominente renners ontzien, vooral Lance Armstrong. Van de Amerikaan accepteerde de UCI twee giften, ter waarde van circa 125 duizend euro. Dat geld was niet direct bedoeld om een dopingonderzoek af te kopen, maar de UCI stelde Armstrong wel in staat zichzelf via een doktersattest vrij te pleiten na een positieve controle in 1999. Bovendien mochten zijn advocaten meeschrijven aan een rapport waarin zijn onschuld werd betoogd.

Toch er is een essentieel verschil met IAAF-voorzitter Diack. Het CIRC vond geen bewijzen van omkoping of corruptie bij de Nederlander. Onder Verbruggen werd het spel subtieler gespeeld. 'Er was een stilzwijgende afspraak tussen de UCI-top en Armstrong. Ze hebben een gemeenschappelijk front gevormd tegen iedereen die hen aanviel.'

Wie is rotter?  De slotbalans

- De IAAF is rotter dan de UCI. De bewezen corruptie van de voorzitter is erger dan een lankmoedige houding ten opzichte van doping. Nederlandse renners zijn de afgelopen decennia rotter geweest dan Nederlandse atleten: ze hebben zich vaker en met meer financieel gewin schuldig gemaakt aan doping.

- Hoe zit het in mondiaal opzicht? Een zuiver oordeel is lastig te geven door de grote verschillen tussen beide sporten, in omvang, in culturen, in organisatievormen en in beloning. De rotste sport? Het is kwestie van affiniteit.

Volgens Verbruggen is het CIRC-rapport een politieke afrekening. Lang dreigde hij met gerechtelijke stappen, maar inmiddels verdedigt hij zichzelf op een site: Verbruggen.ch.

Voor de UCI lijkt het zelf gefinancierde CIRC-onderzoek (kosten: 2 miljoen euro) gunstig geweest. De openheid heeft iets van het wantrouwen tegen de federatie weggenomen, al blijven de affaires uit de afgelopen decennia een drukkende last.

Usain Bolt versus Lance Armstrong

Ruim driehonderd atleten zitten volgens de laatste opgave van de IAAF een dopingschorsing uit. Een exact aantal per decennium, of over een nog langere periode, verstrekt de geplaagde federatie niet. Een incomplete verzameling op Wikipedia, grofweg vanaf de jaren tachtig, bevat al ruim achthonderd namen.

Wie niet tot de positief bevonden atleten behoort: Usain Bolt.

Dat is zegen voor de atletiek, een sport die de afgelopen decennia aan populariteit heeft ingeboet. De enige superster doorstaat al een decennium zijn dopingtests. (Voor wat dat waard is, kan de cynicus inbrengen: Jamaica laat de controles vrijwel volledig over aan de IAAF. Zowel het land als de federatie weet dat er veel te verliezen valt met een positieve plas.)

(Tekst gaat verder onder foto).

Usain Bolt. Beeld anp

De aard van de atletiek maakt het uitvoeren van een antidopingprogramma lastig. De sport telt ruim tweehonderd aangesloten federaties, aan de Olympische Spelen doen circa tweeduizend atleten mee in ruim twintig totaal verschillende disciplines. De verscheidenheid komt tot uiting in de schorsingen: op dit moment komen 64 nationaliteiten voor op de IAAF-lijst, die wordt aangevoerd door de Russen (52), India (35), Kenia (21), Marokko (17) en Turkije (16).

Veel culturen hebben moeite met de spagaat die inherent is aan de dopingjacht. Onder het mom van eerlijke competitie moeten investeringen in sporttalent vergezeld gaan van georganiseerd wantrouwen. Elke kampioen is een potentiële bedrieger. Dat is tegen de zin van naties die sport als propaganda inzetten, zoals Rusland en Turkije. Minder welvarende landen, zoals Kenia, vinden het geldverspilling.

De overgrote meerderheid van de landen voldoet dan ook niet aan de WADA-code, waarin de regels van de dopingbestrijding zijn vastgelegd. Dat zal niet snel veranderen.

Zelfs als dat wel zou gebeuren, is de vraag of de atletiek schoner wordt. Ingewijden zien doping als een IQ-test: alleen domoren worden betrapt. Uit de meest recente WADA-cijfers, over 2013, blijkt dat bijna 25 duizend controles leidden tot 235 schorsingen: circa 1 procent. Het werkelijke dopinggebruik wordt in diverse onderzoeken, zoals vragenlijsten onder WK-deelnemers, geschat op 10 tot 30 procent.

In de hoop meer atleten af te schrikken heeft de IAAF onlangs een verdubbeling van het antidopingbudget aangekondigd: van 4 naar 8 miljoen dollar (7,3 miljoen euro) per jaar. De zogeheten testing pool van atleten met een bloedpaspoort wordt verdubbeld tot duizend.

De wielrenunie UCI heeft volgens de laatste cijfers te maken met beduidend minder fraudeurs dan de atletiek: 53 (versus 300). De website Dopeology.org registreert het aantal schorsingen, bekentenissen en justitiële veroordelingen. De teller staat op meer dan 1.056 sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw. Sommige ploegleiders en medici zijn meegerekend.

Volgens de WADA-cijfers (uit 2013) is het percentage geschorste wielrenners lager dan in de atletiek: circa 0,7 procent (153 op 22.252 controles in alle fietsdisciplines). Maar het CIRC-rapport, dat vooral over wegrenners gaat, kwam vorig jaar met zeer uiteenlopende dopingschattingen van anonieme bronnen: 20 tot 90 procent zou ondanks de Armstrong-affaire, het Fuentes-schandaal en de Rabo-zaak nog altijd verboden middelen gebruiken.

Die extreem hoge percentages lijken te behoren tot het verleden, tenminste als de Tour de France als maatstaf wordt gebruikt. Onderzoek van de Volkskrant, uit 2007, wees uit dat de ronde in de veertig voorafgaande jaren slechts een schone Tourwinnaar voortbracht: de Vlaming Lucien van Impe (1976). Maar nadien komt slechts een van de zes winnaars voor in de database van Dopeology: Alberto Contador.

Wegwielrennen voor mannen, de belangrijkste en controversieelste discipline binnen de UCI, is aanzienlijk kleiner dan de atletiek. Aan de Tour de France deden vorig jaar 198 renners mee, circa 10 procent van de 2.000 atleten bij de Spelen. Die renners hadden 32 nationaliteiten. Ook op de lijst met geschorste renners staan 32 nationaliteiten (de helft van het aantal in de atletiek). Het antidopingbudget is lager dan dat van de IAAF: 1 miljoen per jaar in 2015.

Lance Armstrong. Beeld Dan Winters

De geringere omvang van wielersport maakt dopingcontroles logistiek minder ingewikkeld dan in de atletiek: zo hebben alle renners uit de World Tour een bloedpaspoort. De meeste coureurs komen uit westerse landen met een behoorlijk functionerende dopingautoriteit. De controleurs hebben minder afgelegen landen te bezoeken dan die van de IAAF. Dat zou in theorie tot betere opsporing kunnen leiden.

Ook de organisatiestructuur is simpeler. Waar de atletiek te maken heeft met tweehonderd landen die de sport elk op hun manier ondersteunen, of dat juist nalaten, is de structuur van de World Tour met sponsorploegen relatief simpel. Er gaat verhoudingsgewijs meer geld in om. Toprenners verdienen meer dan topatleten, Armtrong kreeg meer dan Bolt. Dat is in dopingzaken een deel van het probleem gebleken. De moraal legde het af tegen de miljoenen.

Ria Stalman versus Michael Boogerd

Al voor haar biecht gold Ria Stalman als de Nederlandse representant van de dopingcultuur in de mondiale atletiek. Gecontroleerd werd er weinig in de jaren zeventig, tachtig en negentig van de vorige eeuw. En al helemaal niet op moment dat het zin had: onaangekondigd in zware trainingsperioden. De atletiek doet pas sinds 1989 aan out-of-competitioncontroles.

Door dat het gebrek aan controles werden bijvoorbeeld gedrogeerde Oostblok-atleten zelden ontmaskerd. Hetzelfde gold voor de Amerikanen. Zij hoefden zich lange tijd nauwelijks zorgen te maken over hun experimenten met verboden middelen. De wereldranglijsten, vooral bij vrouwen, staan nog steeds boordevol verdachte topprestaties.

De bekentenis van Stalman maakte ook duidelijk dat Nederland in de atletiek weinig voorstelde. Slechts drie vrouwen (en nul mannen) veroverden olympisch goud, de laatste maal in 1992. Bij de WK's atletiek, sinds 1983, staat de teller sinds afgelopen zomer twee: goud voor polsstokhoogspringer Rens Blom en Dafne Schippers.

Ria Stalman. Beeld anp

Ook het bewezen bedrog is beperkt. Het is nauwelijks mogelijk om tot tien veroordeelde topatleten te komen. Dat er decennia geleden door meer atleten is gebruikt, is waarschijnlijk gezien de heersende denkbeelden in die tijd. Maar tot topprestaties heeft het niet geleid.

Geldgebrek is daarvoor een belangrijke verklaring. Atletiek is lange tijd amateuristisch gebleven. Betaalde, voltijds bondscoaches kent de sport nog geen decennium. Aan faciliteiten ontbrak het. Er viel weinig te verdienen. Het goud heeft Stalman niet rijk gemaakt. Het heeft haar hooguit geholpen aan een journalistieke baan.

(Tekst gaat verder onder foto).

Michael Boogerd. Beeld anp

Voor het geld hoeven atleten nog steeds niet af te wijken van het rechte pad. Op Churandy Martina en Dafne Schippers na komen de meesten rond van een bescheiden stipendium van NOC*NSF, aangevuld met wat sponsorgeld.

Belangrijker is dat de dopingcultuur uit de dagen van Stalman tegenwoordig ontbreekt, zeker op sportcentrum Papendal. Coaches en atleten ontlenen trots aan hun streven om schoon tot de wereldtop te behoren. De beste atleten behoren bovendien tot de testingpool van de IAAF. Ze beschikken over een bloedpaspoort, wat inhoudt dat ze veel beter in de gaten worden gehouden dan hun verre voorgangers.

Is de dopingschorsing van Michael Boogerd, twee weken geleden, het sluitstuk van de donkerste jaren uit de Nederlandse wielersport? Het is allerminst zeker, gezien de aanhoudende zwijgzaamheid van enkele prominente renners uit het epo-tijdperk.

Voorlopig staat de teller van Dopeology op 27 bekentenissen of positieve tests sinds 1980. Tot die groep behoren grootheden uit de wielersport: Joop Zoetemelk, Peter Winnen, Steven Rooks, Jeroen Blijlevens, Adri van der Poel.

Het jarenlange bedrog heeft enkelen, zoals Boogerd, multimiljonair gemaakt. Doping was voor veel renners een onmisbaar ingrediënt in hun carrière: soms een voorwaarde om deel te kunnen uitmaken van het profpeloton, soms noodzakelijk om te kunnen strijden om ereplaatsen. Menig winnaar van een Touretappe of klassieker, misschien zelfs de meerderheid, heeft vals spel erkend of is betrapt. Waarschijnlijk zal altijd een raadsel blijven hoeveel toprenners met bedrog zijn weggekomen.

De huidige coureurs en ploegleiders bezweren dat de tijd zijn veranderd. Dat blijkt in elk geval uit de uitslagen. Zeges zijn schaars: in 2014 werd de eerste klassieker in dertien jaar gewonnen. De winst van een Touretappe in datzelfde jaar kwam na een droogte van negen jaar. De cynicus kan concluderen: geen beter bewijs dat de renners schoon zijn dan een gebrek aan succes (atleten winnen tegenwoordig meer dan renners).

Michael Boogerd. Beeld anp

Is permanente scepsis over topprestaties de enige grondhouding na alle onthullingen? In de wedloop tegen doping loopt de controleur immer per definitie achter. Toch is hoop gerechtvaardigd. De controles zijn sinds 2013 onafhankelijk van de UCI, dus voor bestuurders valt er weinig te manipuleren. Alle renners in de World Tour hebben een bloedpaspoort.

Maar belangrijker is misschien nog de morele verandering. Onder renners en ploegleiders verdringt de Angelsaksische schaamte over doping de Zuid-Europese moraal, die vergevingsgezinder staat ten opzichte van verboden middelen. Dat is een traag proces, cultuur is hardnekkig. Toch is het niet onmogelijk. De wielersport is klein. Een paar ploegleiders en enkele toprenners die het goede voorbeeld geven: meer hoeft niet nodig te zijn.

Ontvang elke dag de Volkskrant Avond Nieuwsbrief in uw mailbox, met het nieuws van vandaag, tv-tips voor vanavond, en alvast zes artikelen uit de krant van morgen. Schrijf u hier in.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden