'Besef nou eens hoe mooi het spel is!'

'Jij zit altijd maar over vroeger te zeiken, zeggen mensen vaak tegen mij. Maar wat moet ik dan? Zeggen hoe er over twee jaar wordt gevoetbald?...

Toen ik trainer van Feyenoord werd, moest Van Gobbel weg bij de club. Want hij kon er niks van, zeiden ze. Hij was blind. Klaar. Weg met hem.

'Ik heb hem een half jaar lang achterna gezeten. Iedere keer als hij iets fout deed gaf ik hem op z'n flikker. Op een dag tikte hij op het raam van het trainerskamertje in De Kuip: u heeft een hekel aan mij hè, dat weet ik zeker. Nee nee, zei ik, ik mag je juist heel graag, maar ik weet dat je beter kunt voetballen dan je nu doet.

'Later haalde hij het Nederlands elftal, in een thuiswedstrijd tegen Noorwegen. Het was een van de weinige keren dat we zijn gaan kijken, omdat hij dat leuk vond. Voor hem was dat het mooiste wat er is.'

En voor jou?

'Ook, ook.'

Maar?

'Bij mij zit het zo: de vervelende dingen wil ik niet delen; en de mooie dingen zijn voor hen, voor de spelers. Op de dag dat we met Feyenoord kampioen werden, waren we om twaalf uur alweer thuis. Dat was vroeg, vond iedereen. Maar het was goed zo.

'Ik stond in de keuken en ik kon maar aan één ding denken: het volgende seizoen. We moesten verder. Het mocht geen eenmalige gebeurtenis worden. Zo snel gaat het en zo betrekkelijk is het.'

Je kunt niet genieten van een kampioenschap?

'Nee, nee. Dat lukt niet. Dat zal wel een gemis zijn. Ik ben wel trots, maar op de jongens. Op wat zij hebben gedaan.'

Zoals Van Gobbel die wordt opgesteld in het Nederlands elftal.

'Dat vond ik heel, heel mooi. Omdat hij het was. Verdomme jongen, goed gedaan. En dan gaat het weer gewoon verder. Het gaat altijd verder.

'Weet je nog Mar, dat we bij Nederland-Noorwegen waren? In Rotterdam. Het was verschrikkelijk warm.'

Marianna van Hanegem: 'Ik kan me er helemaal niets van herinneren.'

Hij: 'Wat dat betreft is Mar een echte liefhebber.'

Formidabele glimlach.

Boy van Hanegem zit met een opgezette enkel op de bank en kijkt naar een muziekzender. 'Hé Boy, zachter. Zachter!'

Willem van Hanegem junior voetbalt op straat, voor het huis in Overveen. Marianna van Hanegem laat foto's zien van haar schilderijen. Ze zien er prachtig uit. Zo nu en dan mengt ze zich in het gesprek.

Haar man, een beroemde, legendarische 56-jarige oud-voetballer, praat over voetbal, onophoudelijk en urenlang. Hij doet dat met liefde en gevoel voor details. Dierbare herinneringen worden afgewisseld door venijnige aanklachten.

'Ik zie veel te veel gemakzucht en onverschilligheid om me heen. Als ik de spelers nu hoor praten, hoor ik niets origineels. Mediatraining, ha! Dan hebben ze de slechtste mediatraining gekregen die je je voor kunt stellen.

'Het is een verademing als een speler op een reële manier over zijn werk praat. Of over de wedstrijd. Bij de anderen heb je amper in de gaten dat ze een wedstrijd hebben gespeeld.

'Als ik een vraag stel over een wedstrijd, hoop ik dat er een bepaald antwoord wordt gegeven. Maar in plaats daarvan praat iedereen elkaar na. Het zijn allemaal net papegaaien. En koeien.'

Koeien?

'Eentje roept wat en de rest van de koeien loeit mee. Dat is het probleem. Er wordt veel geroepen en weinig nagedacht.'

De meeste voetballers zijn saai?

'Saaiheid is gewoon geworden. Wanneer lees je nou eens een interview met iemand die goed nadenkt over zijn werk? Het is allemaal zo oppervlakkig.

Dat was vroeger anders?

'Vroeger was je veel meer met je vak bezig. Hoewel, vak... We beschouwden het niet als een vak. We vonden het allemaal geweldig. We dachten erover na. Ik heb het gevoel dat dat nu niet meer zo is. Waarom zouden ze anders nauwelijks over wedstrijden kunnen praten?

'Vroeger, na een wedstrijd, stapte je in de auto en zat je er over na te denken. Kwam je thuis, zat je er weer over na te denken. Nu lees je vaak dat spelers zeggen dat ze het voetbal niet mee naar huis nemen.

'Door er veel over na te denken word je beter en beter. Vroeger gebeurde dat meer. De spelers waren meer betrokken. Ik heb bij FC Utrecht gespeeld. We hadden een goeie keeper, Van Breukelen. Verder Flight, Van Tamelen, De Kruijk, Jan van Staa, Du Chatinier. Wildbret, dat was wel een goeie.

'Het was geen ploeg dat je dacht: verdikkeme. Maar de spelers stonden twee uur voor de training al op het veld. Er werd gediscussieerd. Nagedacht. Het werd merkbaar aan de resultaten.

'We werden wel derde. Zes wedstrijden voor het einde hadden we nog kampioenskansen. En de competitie was sterk hoor, toen.'

Dat zouden de spelers van Ajax eens moeten doen.

'Ja. Waarom niet? Als ze van voetbal houden, zou het kunnen.'

Maar het gebeurt niet.

'Nee. Het is heel gek. Misschien houden ze niet genoeg van de club. Of van het spel. FC Utrecht had heel gewone spelers. Maar we werden derde en plaatsten ons twee keer achter elkaar voor Europees voetbal. Dat moet ergens aan liggen.

'Ik erger me aan de onverschilligheid. Ga je nou toch eens interesseren voor je werk, man. Besef nou eens wat voor bevoorrecht iemand jij bent en hoe mooi het spel is! Het kan zo mooi zijn.

'Ik heb het er een tijdje geleden met Rijkaard en Cruijff over gehad. Over de speelwijze en de beleving. Rijkaard was het niet helemaal met ons eens. Later wel, in grote lijnen.

'Wij zeiden dat het veld net zo groot is als vroeger. Er staan nog steeds net zo veel spelers op. Als een van de twee ploegen meer kwaliteiten heeft, speelt de wedstrijd zich altijd af op één helft, op een strook van 60, 65 meter.

'Zo speelde Ajax, zo speelde Feyen oord. Vooral in thuiswedstrijden was alles samengeklonterd. De ruimte was net zo beperkt als nu.

'Er is nu niet één speler die méér loopt dan ik deed. Denk ik. Het spel is niet sneller geworden. De spelers zijn niet sneller geworden. Dan zouden alle spelers tegenwoordig de honderd meter moeten kunnen lopen binnen tien seconden. Waar of niet?'

Eh, ja.

'Of niet?

Ja, ja. Maar wat is er dan veranderd? Er is toch zeker wel iets veranderd?

'Het denken is veranderd. Het denken over wat je in het veld moet doen en wat je niet moet doen. Als ik nu naar boven loop om iets te pakken en terug kom zonder datgene wat ik wilde pakken, moet ik weer naar boven lopen. Met het voetbal is het precies hetzelfde.

'Als je niet goed nadenkt wat je moet doen, ga je lopen. Dan ga je te veel lopen. En iedereen maar denken: goh, wat wordt er toch veel gelopen. Tuur lijk, ze blijven lopen. Maar in plaats dat ze één keer lopen, moeten ze het nu soms vijf keer doen. Omdat ze het niet zien.'

Vroeger was alles beter?

'Jij zit altijd maar over vroeger te zeiken, zeggen mensen vaak tegen mij. Maar wat moet ik dan? Zeggen hoe er over twee jaar wordt gevoetbald? Wat is dat nou voor flauwekul.'

Vroeger werd er meer op straat gevoetbald.

'Dat hoor je vaak hè, dat daarom voetballers tegenwoordig een achterstand hebben. Geloof ik niet in. Je denkt toch niet dat Maradona een andere voetballer was geweest als hij nooit op straat zou hebben gevoetbald? Onzin.

'Op straat word je als mens gevormd, niet als voetballer. Wij speelden vroeger ook veel op straat. We vielen en stonden weer op. Daar was het goed voor.

'Ik heb de mazzel gehad dat ik in het eerste jaar dat ik betaald voetbal speel de, bij Velox, een trainer had die mooie dingen wilde zien. Het resultaat was niet zo belangrijk voor hem. Dat was Daan van Beek.

'Soms deden we een wedstrijdje wie het vaakst een ander de bal door de benen kon spelen of de bal het langst bij zich kon houden. Dat vond hij geweldig. Van Beek was zo'n man voor wie je alles deed. Ik heb er vier jaar gespeeld, maar we werden nooit kampioen. Altijd werden we derde, omdat het voetbal mooi moest zijn.

'Velox speelde op het kleinste veld van Nederland. Elk jaar moest dispensatie worden aangevraagd. Bij Velox ben ik gevormd. Daar leerde ik als voetballer de vrijheid kennen.

'Later kwam ik bij een trainer, Kurt Linder bij Xerxes, die was het tegenbeeld van Van Beek. Linder hamerde altijd op discipline. Bij hem was het lopen, lopen, lopen. En nog eens lopen. Nee, dat was niks voor mij. Hoop problemen mee gehad. Maar wel gevormd hè, ook daar.'

En toen Ernst Happel, bij Feyenoord.

'Happel was zijn tijd ver vooruit. Ver. Happel was de beste.'

Waarom had je dan zo vaak ruzie met hem?

'Ach, dat ging altijd over hetzelfde. Iedere dinsdag gaf hij conditietraining. Ik moest daar om lachen. En dat doe ik nog steeds. Spelers die in het bos twee keer van mij wegliepen, zag ik dat nooit tijdens de wedstrijd doen. En de tegenstanders deden het ook niet.

'Het nut van dat hollen heb ik nooit ingezien. Ik had er geen zin in. Happel maakte zich daar kwaad om. Als je nou niet op volle kracht sprint, loop je maar naar binnen, zei hij dan. Halverwege zwaaide ik dan al naar hem en liep ik naar binnen.

'Het werd een spel. Elke dinsdag wisten de anderen dat het kon gebeuren. En vaak gebeurde het.

'Ik hoorde wel eens vertellen dat Gerrie Muhren in die tijd iedereen ondersteboven liep. Nou en? Liep hij zijn tegenstander binnen drie kwartier aan de zuurstoffles? Nee, dat heb ik nooit van m'n leven gezien. Dus wat is dan het nut van al dat gehol?

'Als je instelling optimaal is, heb je dat geren helemaal niet nodig. Het gaat erom dat je het ziet. En op tijd vertrekt.

'Het is denken. En luisteren. Ook naar de toeschouwers. Hoe reageert het publiek?'

Is dat belangrijk?

'Sommigen kunnen er niet tegen als ze worden uitgelachen. Dan worden ze agressief. En dan wordt het makkelijk. Dan komen ze als een gek op je afstormen. Dick Advocaat, de huidige trainer van Glasgow Rangers en oud-speler van ADO Den Haag en Sparta, deed dat bijvoorbeeld.

'Ik tikte hem daarna op zijn hoofd, tik-tik. Hé Dickie, rustig aan hè. Dan wist je al wat er ging gebeuren. De volgende keer kwam hij als een gek inglijden. Ik haalde de bal terug en hij gleed me zo voorbij. Gaat het Dickie? En dan stond hij op en kwam hij op je af rennen. Ik bijt je strot af, grrr, grrr, ik bijt je strot af, schreeuwde hij dan. Schitterend.'

Wat betekende voetbal voor je?

'Alles. Ik was altijd met dat spel bezig. Altijd.'

Gold dat ook voor je medespelers?

'Je moest niet lopen lanterfanten. Vooral bij Feyenoord had je het dan, eh, even heel slecht. Met nieuwe spelers die dachten dat ze er al waren, werd genadeloos afgerekend. Lex Schoenmaker bijvoorbeeld heeft bij Feyenoord een hele slechte tijd gehad. Dat lag aan hemzelf. Hij was te aardig. Dat moet nou ook weer niet. Dan word je aan alle kanten ondersteboven gekegeld.

'Het kwam voor dat spelers na de training huilden. Daar deed je het niet om hoor. Maar later zeiden ze zelf dat ze er heel veel aan hadden gehad.

'Wij wisten niet wat angst was. Wij konden overal in de wereld spelen. Omdat we beseften dat het heel mooi was wat wij meemaakten. We waren blij dat we het mochten doen. Spelen in volle stadions, het was geweldig.'

Is er daarna nog wel eens iets mooiers gebeurd?

'Ja. Nee.'

Is de vreugde van de voetballer te vergelijken met de vreugde van de trainer?

'Nee, nee, nee. Als trainer ben je afhankelijk.'

Van de spelers?

'Ja, ook van de spelers. Natuurlijk is het makkelijker werken als je geweldige spelers hebt. Maar het is ook leuk als ze niet zo heel goed zijn. Dan kun je ze iets leren, beter maken.'

Wanneer ga je weer een club trainen?

'Geen idee.'

Word je trainer in Japan?

'Nee, nee. Ik ben er vier of vijf keer geweest. Het is er een beetje druk.'

Marianna van Hanegem: 'De spelers in Japan schijnen erg gedisciplineerd te zijn.'

Willem: 'Dat zijn ze hier ook.'

Marianna: 'Wel als jij trainer bent.'

Willem: 'Bij welke club ik ook trainer was, ik zei altijd hetzelfde. Geen telefoons. Niet bellen in de bus. Geen drank in de bus. Geen petten op in het spelershome. Geen petten op aan tafel. Zo'n pet vind ik niks. Daar hielden ze zich aan.

'Ik snap niet dat vaak wordt gezegd dat bij mijn elftallen de discipline te wensen overlaat. Onzin. Iedereen was altijd op tijd. Wat wil je nog meer?'

Marianna: 'Er hangt iets om Wim heen. . . Ik zie dat en ik voel dat. Het beeld klopt niet. Zo compleet als hij is niemand. Hij heeft zich op elk gebied bewezen. Als een dikke boom heeft hij er elk jaar een ring bijgekregen. Hij beheerst elk onderdeel van zijn vak. Maar toch is er die onderwaardering. Het is heel vreemd.'

Willem: 'Ik ben er voor de spelers.'

Marianna: 'En altijd stonden de spelers bij ons op de stoep. In Nederland, maar ook in Saudi-Arabië. En voor de spelers krijgt hij alles voor elkaar.'

Wat doe je tijdens het Europees kampioenschap?

'Met Canal+ maken we elke dag een ontbijtprogramma, van acht tot negen. En 's avonds zitten we bij Amstel Bier, om te praten over het Nederlands elftal.

'Ze zeggen toch altijd dat in Nederland zestien miljoen bondscoaches wonen? Al die bondscoaches mogen hun ideeën intoetsen. Of weet ik veel hoe dat gaat. Iets met computers. Kan wel leuk worden.'

Ga je veel wedstrijden bekijken?

'Nou nee, dat denk ik niet. Niet in het stadion in elk geval.'

Verheug je je op het EK?

'Zo van: straks begint het, dan gaan we wat beleven? Nee. Ik verheug me niet zo vaak ergens op. Soms wel hoor. Toen Feyenoord in de Champions League tegen Chelsea moest spelen, heb ik de hele dag aan die wedstrijd gedacht.

'Maar zoals vroeger is het niet meer. Dat je dacht: vanavond speelt Real Madrid! Weken vantevoren verheugde je je daar al op. Nu besef je het nauwelijks nog. Dat gevoel van spanning is verdwenen.'

Chauvinisme is je vreemd.

'Nou, nee hoor, ik ben juist heel erg chauvinistisch. Ja, dat denk ik. Daarom ben ik soms ook kritisch. Dat heeft met dat chauvinisme te maken.

'Als Nederland weer eens moest volleyballen tegen Italië en ze verziekten het weer, dan deugde er niks van. Maar toen ze in de finale van het olympisch toernooi in Atlanta om de gouden plak speelden, keek ik steeds maar heel even. En dan liep ik weer weg, vanwege de spanning.'

Marianna: 'Hij heeft toch wel wat betekend voor Nederland hè. Ik ben nu met een website bezig. Ik verdiep me daardoor nog meer in zijn leven en zijn geschiedenis. Hij heeft unieke prestaties geleverd, maar nooit een lintje gekregen. Dat kan toch niet!'

In 1974 ook niet, na de WK-finale?

Willem: 'Nee. Maar het maakt me niet veel uit hoor. Het is niet belangrijk.'

Hans van Willigenburg en Vader Abraham hebben wel een lintje gekregen.

'Ik zou het inderdaad wel mooi vinden als het aan me zou worden gevraagd.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden