Voetbal

Belastingbetaler is vooralsnog de reddende engel van menig voetbalclub

De meeste profclubs kunnen de gemiste inkomsten door het publieksverbod net opvangen. Bovendien helpt de belastingbetaler de clubs met, tot nu toe, 130 miljoen euro.

Robert Giebels
Feyenoord en Heerenveen maken zich op voor hun wedstrijd in een leeg Abe Lenstra Stadion op 22 december 2021. Beeld ANP
Feyenoord en Heerenveen maken zich op voor hun wedstrijd in een leeg Abe Lenstra Stadion op 22 december 2021.Beeld ANP

Sinds scheidsrechter Gözübüyük op 8 maart 2020 om half zeven ’s avonds Groningen - PSV (0-1) en het seizoen 2019/2020 afblies na 26 speelrondes, worstelen betaaldvoetbalclubs met het coronavirus. Nu voor het derde opeenvolgende seizoen. Toen dat in augustus vorig jaar begon, mocht het stadion nog voor tweederde gevuld zijn met publiek, sinds half november geldt er een publieksverbod.

Een lege tribune slaat een gat in de begroting van elke club. Niet alleen door gemiste inkomsten uit de kaartverkoop en merchandise, ook doordat de horecagelegenheden in en rond het stadion niets meer in rekening kunnen brengen. Vooral de bierverkoop is voor clubs een melkkoe. Wat betekent het wegvallen van publieksinkomsten voor de financiële positie van de voetbalclubs in de ere- en eerste divisie?

Een voetbalclub is een gewoon bedrijf met een winst- en verliesrekening, maar de klanten zijn uniek. Als een supermarkt, verzekeraar of energiebedrijf de deur sluit of de prijzen verhoogt, gaat de klant naar de concurrent. Ondenkbaar voor de ‘klant’ van een voetbalbedrijf. Als NEC in Nijmegen de prijs van een seizoenkaart verdubbelt, zal een NEC-supporter niet snel naar Vitesse overstappen hoewel Arnhem dichtbij is. Clubliefde creëert een monopolie.

Trouwe aanhang

Een trouwe supportersschare is een van de pijlers onder de begroting van een club. Supporters accepteren tot een bepaalde, onbekende hoogte, dat ze betalen voor een seizoenkaart zonder er veel tastbaars voor terug te krijgen. Voor sponsoren geldt hetzelfde: ze krijgen weinig waar voor hun geld, maar blijven de club toch meestal trouw. ‘Slechts een klein deel van de supporters en sponsoren haakt af’, zegt Job Gulikers die de financiën van eredivisieclubs onderzoekt voor de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN). ‘Anders zouden de clubs echt in grote problemen komen.’

Die afhankelijkheid geldt ook voor een begrotingspost die sinds corona is geëxplodeerd: overheidssteun. Die gaat richting de 100 miljoen voor de eredivisieclubs. Dat is het totaalbedrag van regelingen voor alle bedrijven die in maart 2020 in het leven zijn geroepen, zoals de loonkostensubsidie NOW en de TVL, de tegemoetkoming voor de vaste lasten die altijd doorlopen.

Daar bovenop, zo belooft het kabinet categorisch, wordt ‘voor topsport per tak van sport en type evenement’ bekeken ‘of aanvullende steun noodzakelijk is’. Zo kwam er in november een fonds van 36 miljoen om de professionele sport, met name voetbal, tot 4 december te compenseren voor de lege tribunes. De clubs nemen aan dat deze regeling steeds wordt verlengd zolang het publieksverbod van kracht is.

Blauwe envelop

Zonder al die miljoenen van de belastingbetaler zou corona minstens twee eredivisieclubs hebben geveld. NEC en Fortuna Sittard staan stijf onderaan de ‘financiële gezondheidslijst’ van voetbalbond KNVB. Uit die lijst blijkt dat de overige zestien clubs, mede dankzij belastinggeld, de coronacrisis redelijk tot goed doorstaan. De bescheiden lijstaanvoerder Go Ahead wist zelfs bijna negen ton winst te maken, volgens de club door meer oog voor de lasten dan de baten te hebben.

Uit het schaarse onderzoek naar clubs die in de eerste divisie uitkomen, blijkt dat de meerderheid financieel zwak staat. Meer dan de topclubs, die miljoenen kunnen verdienen aan de verkoop van spelers, moeten de kleine clubs het hebben van kaartverkoop en horeca. Nu ook hun stadions leeg zijn, is overheidssteun niet minder dan een reddingsboei.

Maar, waarschuwt onderzoeker Gulikers, die steun heeft ook deels een gevaarlijke gedaante. Profclubs kregen uitstel van de fiscus om hun belastingen te betalen. Uitstel is geen afstel en op enig moment valt de blauwe envelop op de mat. Het bedrag dat de eredivisieclubs samen nog aan achterstallige belasting moeten betalen: minstens 60 miljoen euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden