InterviewsVoetbalsenioren

Beenhakker, Swart en De Visser: drie voetbalsenioren over hun gemis

Van links naar rechts: Leo Beenhakker, Sjaak Swart en Piet de Visser. Beeld Marie Wanders

Ze klagen niet, want ze zijn niet ziek. Maar hun levensinvulling is weggevallen. Drie seniore voetbalverslaafden over de hunkering naar een rollende bal in een vol stadion. ‘Dit is een zware testwedstrijd.’

Piet de Visser, 85 jaar, oud-voetbaltrainer, voetbalscout

Piet de Visser.Beeld Marie Wanders

Hij had begin maart nog een ‘héérlijke trip’. De woorden stromen sneller uit de mond van Piet de Visser en het krakerige verdwijnt uit zijn stem als hij erover vertelt. Door Amerika, Brazilië en Argentinië reisde hij. In aftandse stadionnetjes loerde hij onvermoeibaar naar talenten en noteerde hun potentie voor werkgever Chelsea – want dat is wat een scout doet. Maar hij zat ook op de tribune bij de Argentijnse topclub River Plate in Buenos Aires tussen 70 duizend à 80 duizend voetbalgekken. ‘Dat doet me zó goed.’

Een groter contrast is niet mogelijk met zijn huidige habitat. Sinds een paar weken zit De Visser, weduwnaar, gekluisterd aan zijn huis in het Brabantse Oisterwijk. ‘In de gevarenhoek van Nederland.’

Hij mag absoluut niet naar buiten. De Visser heeft waarschijnlijk tijdens die laatste trip kou gevat en wat last van zijn luchtwegen. En daarbij ‘nog wat mankementen’. Al ruim twintig jaar leeft hij zonder slokdarm en met vijf bypasses. Voetbal als medicijn heet zijn in 2015 verschenen biografie. ‘Voetbal heeft mijn leven verlengd’, zegt hij.

Ook gebruikt hij graag voetbalmetaforen. De Visser speelt weer ‘een zware testwedstrijd’ momenteel, zo zonder zijn favoriete spel.

Op zijn 23ste werd hij al trainer, omdat hij op die manier de hele dag met voetbal bezig kon zijn. Trainers werden in die tijd al betaald, spelers nog niet. Toen hartklachten hem parten speelden, werd hij scout. Nog steeds heeft hij een fulltime contract bij topclub Chelsea, vertelt hij niet zonder trots. Hij scoutte topspelers als Courtois, Hazard, Gomes, De Bruyne, David Luiz, Alex, Van Nistelrooij en Overmars. ‘Ik zeg altijd: ik heb in mijn leven nooit gewerkt, altijd mijn hobby mogen uitoefenen.’

Zelfs tijdens de oorlog, toen zijn ouderlijk huis in het Zeeuwse Oost-Souburg werd beschoten en hij ‘de doden om zich heen zag vallen’, ging het voetbal door. De 7-jarige Pietje organiseerde voetbaltoernooitjes. Nu is echt alles gestopt, en de vijand ‘onzichtbaar en dus verraderlijker’. Ja, er zijn voetbalpleintjes waar nog gevoetbald wordt door jonge knapen, maar daar waagt hij zich niet. ‘Dat vind ik heel erg. Maar mensen die ziek worden, hebben het nog slechter, hè. En verschillende zakenmensen ook. Och, ik zou zo graag helpen. Zo graag uitvliegen. Maar Chelsea zegt: Don’t you go outside, Piet!

Er wordt met hem meegeleefd van over de hele wereld. Kaartjes uit Engeland, Brazilië, Argentinië, Mexico, Ghana. Dat hij niet mag opgeven.

Hij verdrijft de tijd door de rapporten die hij als scout van spelers maakt verder uit te schrijven. En als er op tv een oude voetbalwedstrijd wordt uitgezonden, grist hij oude spelersrapporten erbij om te checken of zijn voorspellingen zijn uitgekomen. Maar het is allemaal surrogaat. ‘Ik wil live voetbal zien, de geur opsnuiven van het veld, de ambiance, ik wil verrast worden door talentjes. Ik wil ontdekken.’

Piet de Visser.Beeld Marie Wanders

De gedachte dat hij straks weer op pad kan, houdt hem op de been. ‘Ik ben een optimist, dit gaat voorbij. En dan ben ik er nog, daar wapen ik me voor.’

Zorgen maakt hij zich misschien nog het meest over zijn talentenacademie in Ghana waar hij al zijn geld in stopte en die gerund wordt door de inmiddels gestopte Ghanese oud-prof Godwin Attram, ooit ook ontdekt door De Visser. Door de telefoon waarschuwt hij Attram bijna dagelijks. ‘Ik zeg: Godwin, zorg voor die kinderen, hou ze zoveel mogelijk binnen in godsnaam.’

Hij snapt als geen ander dat het bloed soms kruipt waar het niet gaan kan. Laatst was hijzelf toch zijn tuin ingegaan met een bal. ‘Speciale zonnebril op, soort mondkapje voor, Chelsea-pet op mijn hoofd’, vertelt hij geamuseerd. ‘Beetje proberen te dribbelen. Die bal voelen.’

Het ging niet. ‘Ik donderde meteen om. Maar door mijn judo-achtergrond kon ik mooi mijn val breken.’

Hij ging daarna maar vogels in zijn tuin scouten. ‘Videootje rondgestuurd naar bekenden. Look, Piet is scouting birds.’

Leo Beenhakker, 77 jaar, oud-trainer en -technisch directeur

Leo Beenhakker.Beeld Marie Wanders

‘Je merkt nu pas de impact van dat hele voetballen op je leven, hè.’ Nee, Leo Beenhakker zucht niet, ook al stond hij daar als trainer bekend om, om dat zuchten. ‘Ik red me wel.’

Hij is dan wel gestopt als coach en adviseur, maar had nog wekelijks ‘een programmaatje’, voor zichzelf. Lekker ergens een wedstrijdje bekijken doordeweeks of op zondag. En op tv nog wat mooie potjes uit de Nederlandse, Engelse of Spaanse competitie uitzoeken. Op de bank nestelen of tussen het volk; niemand die hem wat doet.

Nu is dat allemaal weg. Waarschuwend: ‘Dit moet geen sentimenteel gedoetje worden, hè. We gaan niet lopen janken, piepen en klagen. Daar heb ik een hekel aan. Er liggen generatiegenoten te vechten voor hun leven. Dat is pas erg. Daarbij vergeleken stelt het allemaal niets voor dat ik even geen wedstrijdjes kan kijken.’

En toch, Beenhakker ís voetbal. Altijd al geweest. Countert: ‘Ik ben er al een tijdje uit, hoor.’

Mispoes. Twee jaar geleden was Beenhakker nog druk bezig om Dick Advocaat spelers te bezorgen toen die trainer was van Sparta. En als een oude bekende hem belt voor advies zal hij altijd helpen. ‘Ik kan niet ontkennen dat het mijn leven is. Als klein jochie al naar De Kuip aan de hand van mijn vader. Ik ben daar altijd teruggekomen.’

Ook bij andere clubs waar hij trainer, directeur of adviseur was, zoals Cambuur of Go Ahead, buurt hij nog graag. Met oude bekenden herinneringen ophalen, want na zestig jaar in de voetballerij zijn die er genoeg. Laatst bij RKC Waalwijk kwam hij Frank Rijkaard tegen. Met hoorbaar genoegen: ‘Een van mijn grote favorieten, Frankie. Moordgozer. Als 17-jarig ventje had ik hem al onder mijn hoede. Daar praten we dan over. Hoe hij debuteerde tegen Go Ahead samen met Wimpie Kieft.’

Leo Beenhakker.Beeld Marie Wanders

Beenhakker was al een people’s manager voordat het woord bestond. Hij moet mensen aanraken, in de ogen kijken. Nog steeds. ‘Dat doet me wat. Komt ook doordat ik een sentimentele ouwe zak ben geworden, misschien. Maar die gesprekjes mis ik wel. Ik ben niet zo’n beller, ik wil mensen zien.’

Zijn eigen balgevoel houdt hij normaliter op peil op de golfbaan, maar die is gesloten. ‘Ach, ik mag toch de zon niet in vanwege mijn huid (Beenhakker had huidkanker, red.) en die koude oostenwind vind ik ook niets, dus het was al geen optie. Nu kom ik alleen buiten voor de boodschappen.’

De tv biedt ook geen soelaas momenteel. Schamper: ‘Doen ze vooral herhalingen van Den Bosch-TOP of NAC-MVV uit 1984. Met alle respect, maar daar vind ik geen bal aan. Er zit gelukkig een uitknop op dat ding.’

En dan? ‘Dan ga ik wat opruimen, of gewoon een beetje dom voor me uit zitten staren.’ Hij vertelt het grinnikend.

Nee, alsjeblieft geen medelijden, hoor. Geen klaagverhaal. Maar vooruit, dat ritje van tien minuten naar Feyenoord, al is het maar om na een training even bij te lullen met ‘de kleine generaal’ (Dick Advocaat); ja, dat zou hij allemachtig graag weer een keertje doen.

Sjaak Swart, 81 jaar, voetballer, zaakwaarnemer

Sjaak Swart.Beeld Marie Wanders

‘Ik ben geen oud-voetballer, ik ben een voetballer,’ zegt Sjaak Swart. En dus maakt hij iedere dag een stevige wandeling rond woonplaats Diemen. ‘Waar ik loop, komt geen mens.’ In de ochtend doet hij thuis de warming-up die hij ook deed toen hij nog profvoetballer bij Ajax was. ‘Rekken, strekken, de kuiten en liezen warm maken. Ik moet een beetje lenig blijven.’

Lichaam en geest willen daarna aan de slag, die willen voetballen met anderen, zoals ze dat al vijfenzeventig jaar gewend zijn te doen. Ik voetbal dus ik besta heet de documentaire over Swart uit 2009.

Elf jaar later is er nog niets veranderd. Hij speelt nog steeds mee als Lucky Ajax (een team vol oud-Ajax-spelers en BN’ers) ergens geboekt wordt voor een potje. Wat logisch is, want Swart is tegelijk trainer en maakt dus ook de opstelling. ‘Ik bedeel mezelf een vrije rol toe. Heerlijk om met een pass drie man het bos in te sturen, en ik loop nog prima. Omdat ik dus nog steeds train.’

Tweewekelijks, op maandag en donderdag, was er op het terrein van de Amsterdamse amateurclub Zeeburgia ‘de rondo van Swart’ met een mannetje of vijftien, twintig. Met prominenten als Guus Hiddink en acteur Frank Lammers en andere gepensioneerde voetballers. ‘Dat is heerlijk. Twee man in het midden die de bal moeten pakken en de rest staat eromheen in een cirkel. Als je het goed doet, is het best zwaar.’

Zelf staat hij weinig in het midden, pocht hij. Mijmerend: ‘Heerlijk, jongen. Met dat balletje bezig zijn, fanatiek, maar ook lol hebben met elkaar na afloop. Hiddink en Lammers zijn voor PSV. Nou, die draaien beroerd dit seizoen en Ajax staat bovenaan dus ik had het uitstekend naar mijn zin.’

Daarbuiten vond je Mister Ajax (603 wedstrijden in het eerste) steevast op Ajax’ jeugdcomplex De Toekomst langs de lijn of in de kantine met een schriftje om prestaties van jeugdspelers te noteren. Het oudste en enige nog levende lid van het gouden driemanschap Keizer-Cruijff-Swart verkondigde er graag zijn ongezouten mening.

Sjaak Swart.Beeld Marie Wanders

Nu puzzelt hij thuis een beetje, en hij belt veel. Met vrienden, oude bekenden en actieve voetballers. Swart is zaakwaarnemer van onder meer Ajax-speler Donny van de Beek. ‘Die jongens hebben nog een trainingsprogrammaatje voor thuis, die mogen straks weer de wei in.’

Hij wil dat ook. ‘Maar ik ben de tachtig gepasseerd en dan moet je misschien wat langer oppassen met dit rare virus.’

Swart maakte de oorlog mee, maar heeft alle herinneringen eraan verdrongen. Aan vaderskant vielen veel slachtoffers, zijn ernstig zieke moeder overleed op haar 38ste. Haar laatste cadeau aan Swart was een Ajax-tenue. De 10-jarige Swart was net bij Ajax aangenomen en zou er nooit stoppen.

Op het voetbalveld voelt hij zich vrij van zorgen. ‘Als ik voetbal, is de bal van mij.’ Hij wil het zo lang mogelijk blijven doen. De jongens van de rondo spreekt hij veel via de telefoon. Ze maken elkaar al een beetje gek voor als ze straks weer in een cirkel staan, over wie er dan in het midden moet en hoe snel die gepoort zal worden – de ultieme vernedering, en op een bepaalde manier ook de ultieme levensvreugde.

De wielerliefhebber is beter af

Waar menig voetbalgek op een houtje bijt, daar stapt de wielerliefhebber nog massaal de fiets op. Zo ook vroegere toppers als Hennie Kuiper en Jan Janssen. ‘Tweewekelijks in mijn eentje, maar dat ben ik gewend’, vertelt Janssen (79), Tour de France-winnaar in 1968. ‘Ik woon op de grens. Rijd een stukje door België, waar ze iets strenger zijn voor plezierfietsers, en dan verder door Nederland. 50, 60 kilometer. Heerlijk.’ Oud-wielerprof en analyticus Henk Lubberding (66) organiseert fietsclinics. ‘Dit kost me omzet, maar gelukkig zijn we gezond en kan ik nog lekker mijn rondje in de polder fietsen. Even de kop leeg maken, even zwaaien naar mijn kleindochter en dan weer terug.’

Lees meer

Hoe blijven sporters tijdens de coronacrisis fit? Polsstokhoogspringer Menno Vloon (25) vliegt over de lat in de tuin van zijn trainer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden