Interview Bauke Mollema

Bauke Mollema gaat liever voor het klassement dan een dagzege: ‘Ik hou van de minder makkelijke weg’

Bauke Mollema is met een achttiende plaats de beste Nederlander. Maar dat zegt niks, vindt hij. De Tour moet nog beginnen. ‘2016 heeft me geleerd dat ik niet bezig moet zijn met een plek.’  

Bauke Mollema Beeld Klaas Jan van der Weij

De witte fiets met het kaderplaatje 191 staat vrijdagmorgen aan de rand van Fougères voor de zwarte bus van ­Trek-Segafredo. De laatste één in het getal staat voor de kopman van de ploeg, ter nadere precizering staat diens naam op de bovenbuis: Mollema.

Het is de dag nadat hij zich op de Mûr van Bretagne met de allerbesten omhoog hees, met een zevende plek in de etappe als resultaat en een ­klassering als de beste Nederlander als beloning, 18de, 5 seconden voor op Tom Dumoulin.

Zowel positie als prestatie zeggen hem weinig. ‘Daar is het veel te vroeg voor. En gisteren was het een inspanning van nog geen 4 minuten. Dat is niet te vergelijken met wat ons in de bergen te wachten staat. Voor mijn gevoel zijn we amper begonnen.’

Deze Tour de France is een nieuwe kans voor de 31-jarige routinier uit Monaco, Groninger met Friese wortels. Tijdens de vorige editie moest hij zich wegcijferen voor Alberto ­Contador, de Spanjaard die toen al op de drempel van een afscheid stond. Nadien gonsde het van speculaties over de vervulling van de vacature. Geraint Thomas werd genoemd, ­Simon Yates en deze dagen kwam het bericht dat Richie Porte komt.

Mollema neemt er stoïcijns kennis van. Hij houdt zich niet bezig met een buitenwereld vol geruchten. Hij trekt zijn eigen plan. Zijn Nederlandse ploegmaat bij Trek, Koen de Kort, gewezen kamergenoot ook, verzuchtte weleens dat hij hem maar moeilijk kan doorgronden.

Niet zelden verlaat hij als eerste de tafel in het rennershotel en trekt zich terug om een boek te gaan lezen, ­Hendrik Groen of een naslagwerk over de Eerste Wereldoorlog. Soms ontgaan hem zelfs zijn naasten. Een van zijn broers en een groep vrienden hulden zich bij zijn Tourdebuut langs het parcours in shirts van FC Groningen. Niet te missen, dachten ze. Mollema fietste ze gewoon voorbij.

Zijn overgang van het toenmalige Belkin – het residu van de Rabobankploeg – naar Trek heeft de verwijdering van Nederland bezegeld. Het huis in Leeuwarden is verkocht. Nederland is een vakantiebestemming geworden.

Hij woont al ruim twee jaar met zijn gezin met intussen drie kinderen in een appartement in ­Monaco en het leventje daar bevalt hem best. ‘Lekker weer meestal, strand vlakbij en een zwembad bij het complex.’ Hij kan er naar 2.000 meter hoogte fietsen, al dan niet in het gezelschap van andere renners die er wonen, zoals Steven Kruijswijk en Wout Poels. Hij komt Chris Froome weleens tegen bij de supermarkt.

Heeft hij het idee dat het nu of nooit is voor hem, nu hij nog voor het aantreden van een nieuwe kopman in Frankrijk de eerste viool mag spelen? ‘Dat houdt me niet bezig. Het is geen heilig moeten. Ik denk dat ik tot mijn 35ste op niveau kan blijven. Ik besef wel dat er veel druk op staat. Vanuit de ploeg, maar ik leg het mezelf ook wel op. Ik hou van die stress.’

Voordat hij vorige maand deelnam aan de Ronde van Zwitserland had hij zeven weken niet gekoerst, maar aan de vorm geschaafd op hoogte. In Isola 2000, niet eens zo ver van het appartement in Monaco. Daarna bleef hij twee weken in een kolossaal hotel in Ponteresina om verder te trainen.

Quatorze Juillet 2016

Eerder werkte hij aan zijn positie op de tijdritfiets, met het vooruitzicht op de etappe tegen de klok aan het eind van de Tour. Het stuur is 3 centimeter omhoog gegaan. ‘Het voelt beter. Achteraf begrijp ik niet zo goed waarom we hem vorig jaar lager hebben gezet. Misschien dat het meer aero was, maar ik reed er niet sneller door.’

Het bewijs dat hij kan meedoen met de grote jongens leverde hij al eerder.

Het is Quatorze Juillet 2016 en Bauke Mollema moet hebben gedacht dat hij zelf over twee weken in Parijs ook iets te vieren zou kunnen hebben. Die dag vlamt hij de Mont Ventoux op, samen met de dan tweevoudig Tourwinnaar Chris Froome en de andere topfavoriet Richie Porte. Nooit eerder was hij zo sterk.

Bauke Mollema tijdens de vijfde etappe van de Tour van 2018, tussen Lorient en Quimper Beeld Klaas Jan van der Weij

Mollema, terugblikkend: ‘Dat klopt wel, ja. Dat was misschien wel een van mijn beste dagen.’ Misschien of zeker? Reken bij hem niet op stelligheid, een voorbehoud is snel gevonden. ‘Ik denk wel zeker, ja.’ Dacht hij inderdaad aan het podium? ‘Nee, toen nog niet. Dat kwam pas een dag later, na de tijdrit. Die ging ook geweldig. Nogal lastig, veel wind, ideaal voor mij.’ Hij werd daarin zesde, op 1.54 achter winnaar Dumoulin, en steeg naar de tweede plek in het algemeen klassement.

Aan die stormloop op de kale berg – die vanwege de wind tot aan het begin van het maanlandschap wordt beklommen – komt voortijdig een einde. De drie knallen op een stilgevallen motor. Mollema raapt zijn fiets op en bereikt van het trio als eerste de finish. Froome strompelt eerst nog in volstrekte paniek enkele minuten op zijn klikschoentjes omhoog, voordat hij een niet passende reservefiets krijgt aangereikt.

Maar dan wordt het 22 juli 2016 en Mollema beseft dat het podium definitief uit zicht is. In de afdaling van de Montée de Bisanne, in de buurt van de Mont Blanc, schuift hij in de regen in een bocht onderuit. Hij slaagt er niet meer in om aan te sluiten en vindt zichzelf na de etappe terug op de tiende plaats in de rangschikking, in de Tour waarin hij beter was geweest dan de vijf voorgaande edities met toch drie plekken in de top tien.

Eigen schuld

Mollema: ‘Het was mijn eigen schuld. Het was nat en gevaarlijk. Ik volgde een renner van AG2R. Het ging hard, achteraan ontstonden al wat gaatjes. Maar het ging te hard voor de banden waarop ik toen reed. Daar hadden we al eerder problemen mee gehad. Bij Rabobank en Belkin hadden we ­exemplaren die heel goed ­waren in de regen. Dat had ik misschien nog in mijn hoofd. Dat ging dus mis. Even vergeten.’

Zat hij al in gedachten bij de ceremonie in Parijs? Er waren nog maar twee etappes te gaan. ‘Ik had denk ik wel een goede kans gehad als ik die rit goed had overleefd. Ik zat ook niet snel genoeg meer op mijn fiets. Ik zat tussen het gras of het riet in de modder, ik heb zelfs nog de bidon op mijn fiets gezet. Dat was allemaal niet zo handig. Ik kon niet meer aansluiten voor de volgende klim.’ Was die tuimeling in de nattigheid en het klassement de grootste teleurstelling uit zijn wielerloopbaan? ‘Ja, dat denk ik wel. Zo dichtbij als in 2016 ben ik nog nooit geweest.’

Hij was niet verbaasd dat na zo’n sterk gereden Tour Alberto Contador naar de ploeg kwam. ‘Nee, ik wist het al voor die Tour. De manager vroeg of ik nog klassementsrenners kende. Ze hadden al met ­Vincenzo Nibali gesproken. Maar ik heb altijd vertrouwen gevoeld bij de ploeg. Vast staat dat we gewoon te weinig renners voor het klassement hebben. Elke grote ploeg moet er minstens twee hebben. Een sponsor als Trek zoekt ook uithangborden. Met Contador kun je natuurlijk meer fietsen verkopen dan met mij.’

De komst van de Spanjaard betekende een ander scenario voor het seizoen: voor eigen kans gaan in de Giro d’Italia, knechten in de Tour. ‘Ik moest wel even wennen aan het idee, ja. Mijn hart ligt toch bij de Tour.’ In Italië bleef hij goeddeels onzichtbaar, maar het voor hem ongebruikelijke schema leidde wel tot de mooiste overwinning in zijn loopbaan: de zege in Le Puy-en-Velay, de zestiende etappe in de Tour.

De euforie heeft hem niet kunnen verleiden tot een vervolg als rittenkaper. ‘Het was prachtig dat ik die etappe pakte, maar ik heb nog tijdens die Tour de ploeg laten weten dat ik volgend jaar weer voor het klassement ging en dat zeker nog drie of vier jaar. Ik zie er meer uitdaging in. Ik denk dat het moeilijker is, zelfs als je bij de eerste tien wil eindigen moet ­alles kloppen. Er is meer druk. Ik hou van de minder makkelijke weg.’

Dat in de selectie van Trek klimmers van kaliber ontbreken, die hem bergop kunnen steunen, accepteert hij als gegeven. ‘We hebben nu eenmaal geen team als Sky, dat in een treintje alles en iedereen eraf kan rijden. Voor de bergen zullen we slim moeten koersen, ­iemand meesturen die me later kan helpen.’

Vuist op tafel

Heeft hij dan nooit met de vuist op tafel geslagen? ‘Ik heb vaak genoeg laten weten dat er meer klimmers bij moeten. Als het niet mogelijk is, is het niet mogelijk. De ploeg weet wat ik vind, dat is echt wel bekend.’

Mollema waagt zich niet aan voorspellingen over een eindresultaat dit jaar. ‘De Tour van 2016 heeft me geleerd dat ik helemaal niet bezig moet zijn met een plek. Ja, als ik mijn niveau haal en ik blijf fit en gezond, dan kan ik met de eersten meedoen. Maar als je met posities bezig bent, gaat je dat in de weg zitten. Het kost energie. Als je tweede staat, komt iedereen op je af. Wat ga je doen? Dit hou je toch wel vast? Je moet vooral doen wat je moet doen. Een topprestatie neerzetten. Dit is mijn achtste Tour, ik heb nu zo’n beetje alles meegemaakt, de hoogte- en de dieptepunten. Ik heb nu genoeg ervaring.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.