Olympische SpelenTurnen

Bart Deurloo kan lachen om het onheil dat hem aan de rekstok trof

Wie na de olympische rekfinale had gedacht dat de gevallen Bart Deurloo een gebroken man zou zijn, had het volkomen mis. Er was niet eens een spoortje van teleurstelling op zijn gezicht te zien, toen hij na afloop zijn zwaar tegenvallende zevende plaats kwam toelichten.

Bart Deurloo in actie op de rekstok tijdens de olympische finale. Beeld AFP
Bart Deurloo in actie op de rekstok tijdens de olympische finale.Beeld AFP

Het was meer Bartje lacht dan Bartje huilt, tot zekere verbijstering van zijn gehoor. Hier stond de man die de zeer tegenvallende verrichtingen van de Nederlandse turnploeg – één plekkie in de toestelfinales – goed had kunnen maken met een flonkerende verrichting aan het hoog-rek. Hij had mogelijk een ietsje van de voetsporen van Epke Zonderland kunnen drukken.

Dat werd het allemaal niet. Bij zijn tweede vluchtelement, de Kolman, een salto boven de stok met enkele schroef, greep hij mis en ketste tegen het schuimrubber. Zijn kans op een medaille was daarmee weg. Die bestond wel degelijk, omdat van zijn voorgangers er al drie van de stok waren gevallen, de Japanner Kitazono zelfs tweemaal.

Deurloo had maar één van die vallende collega’s gezien: Tyson Bull uit Australië. Hij verbleef toen nog in de warming-up-hal en niet in de arena van de Ariake, het imposante gymnastiekcomplex in Tokio. Het verhaal dat de deur naar een medaille had opengestaan, maakte ook weinig indruk op hem.

‘Ook als er hoge scores staan, dan moet je er overheen. Met een goede oefening haal je het wel. Met een slechte oefening haal je ‘t niet’, zo bracht hij zijn droge filosofie over turnen in kaart.

Toen hij na vijftien seconden van de stok viel, beschouwde hij het als iets onvermijdelijks. ‘Het zal zo zijn.’ Niet als iets noodlottigs van ‘het moest zo zijn’. Nee nee, corrigeerde hij, het zal zo zijn.

Hij had om zichzelf moeten lachen, toen hij de stok losliet. ‘Ik dacht van nou ja.’ Niet cynisch bedoeld overigens. Het was een tevreden lach, van hoe hij de aanloop naar Tokio en het toernooi had beleefd. Best goed, vond hij zelf. Toch maar mooi bij de beste acht van de wereld op het moeilijkste toestel van de zes.

‘Ik sta hier wel in de finale en al die anderen niet’, was de verklaring van zijn eigen tevredenheid. De Dordtenaar had zich inderdaad als achtste voor de eindstrijd gekwalificeerd en daar tien dagen naar toe mogen werken, tamelijk ongewoon voor de turner die in Rio nog de meerkamp afwerkte en toen vijftiende werd. Voor Tokio ging hij zich specialiseren, vooral omdat hij het vluchtelement, de salto los boven de stok, zo keurig beheerst, getuige de vele filmpjes die van hem over YouTube gaan en waarin hij er drie combineert.

Deurloo kwam dinsdag naar het podium, niet om de oefening van zijn leven te gaan turnen, zoals de gewezen tv-commentator Hans van Zetten zou zeggen. ‘Maar het plan was wel die drie gecombineerde vluchten (Cassina, Kolman, Kovacs, red.) te doen. Ik kwam gewoon niet lekker uit. Ik gaf te veel power naar beneden en schoot te hoog naar boven.’

Zijn score van 12,266 punten, ver verwijderd van zijn 14,400 uit de kwalificatie, was teleurstellend, maar meer dan de zin ‘jammer dat het geen medaille is’ kwam er niet uit.

Dat hij de triple, een Epke Zonderland-kunststuk uit de olympische finale van 2012, niet had kunnen produceren, deed hem weinig. Dat trucje wordt volgens de turner vooral hoog ingeschat door mensen die niet weten wat zwiepen aan en vliegen boven de stok is. ‘Ik ben het elke keer van plan, maar elke keer lukt het niet. Dat is jammer. Maar het maakt niet zoveel uit. Zonder die triple moet de score ook hoog genoeg zijn. Ik doe hem, omdat ik het leuk vind dat te doen. Maar mensen zoals jullie (de media, red.) zijn meer gefrustreerd als ik het niet doe.’

Deurloo, 30 inmiddels, werd in 2017 derde in de WK-finale van Montréal en moest daarna met verwachtingen gaan leven. Hij zat zo dicht achter Epke Zonderland die in Canada aan één hand slingerend tweede werd dat hij direct de gedoodverfde opvolger werd genoemd.

Intussen is de wereld vier jaar verder en werd hij twaalfde op de WK van 2018 (Doha) en 29ste op de WK van 2019 (Stuttgart). In die tijd turnde hij zich nog, als uiterst dienstbare kopman, de armen uit het lijf voor het teamresultaat. ‘Toen was ik meer gespannen dan hier in Tokio, nu ik alleen voor mezelf spanning voelde.’

Hij is een ontspannen jongen die niet graag zijn leven laat plannen, die zich niet druk maakt om wat de wereld van hem denkt. Hij bezorgde zichzelf een matig profiel op deze mislukte sportdag. Dat hij als voorman van het Nederlandse turnproject – in vijf jaar is daar een miljoen of tien in geïnvesteerd – een zekere verantwoordelijkheid had te dragen, het zal hem vlot van de schouders zijn gegleden. Wat morgen komt, hij kan zich er niet druk over maken. De wereld oordeelt maar, Bart Deurloo heeft lekkere Spelen beleefd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden