Bankrashal: kraamkamer van Olympisch goud

Bankrashal

De Bankrashal gaat tegen de vlakte. De zwevende vloer was het geheim van de fameuze sporthal.

Ron Zwerver in de Bankrashal die op de nominatie staat te worden gesloopt. Het gouden volleybalteam van Atlanta 1996 maakte er lange trainingsdagen. Beeld Klaas Jan van der Weij

Ron Zwerver ziet het zo weer voor zich. Hoe hij en zijn teamgenoten van Brother Martinus en later de nationale ploeg hun veel geroemde coach Arie Selinger ertussen namen. De voormalige volleybalkampioen, 2.00 meter lang maar wel wat haren armer, wijst op de kraan bij de kleedkamergang van de roemruchte Bankrashal. 'Arie wilde zweet zien bij trainingen. Dan lieten we de kraan lopen en plensden we water over onze shirts. Daarna liepen we weer braaf het veld op.'

Het zijn herinneringen die passen bij een fameuze sporthal die naam gaf aan het mooiste sportavontuur van de vorige eeuw. Dat zou te danken zijn aan het 'Bankrasmodel'. Het olympische volleybalgoud van Atlanta 1996 kreeg zijn fundament in de Bankrashal, een obscure, gemeentelijke sporthal in Amstelveen.

Grauwe hal

Het is een grauwe hal vol gekleurde lijnen, uit zeker tien zaalsporten, voorzien van een bijzondere, lichtblauwe vloer. 'De zwevende vloer, gekruiste latten van hout met een pvc-toplaag, dat was het geheim van deze hal. En er was superlicht', zegt Zwerver (48). Hij speelde 463 interlands.

Minder modern was de hoogte. Conciërge Ruud Bruines, hij komt net zijn honden uitlaten en haalt even de sleutel, weet het nog uit het hoofd: 'Het was zeven meter 10, misschien 15.' Dat is vijf meter onder de ook toen al geldende internationale eis.

Brother Martinus speelde ondanks die handicap zijn Europese wedstrijden in de lage Bankrashal. Zwerver: 'We hadden met Brother uit tegen CSKA Sofia met 3-0 verloren. Thuis kregen die Bulgaren, echt de allerbesten met de reuzen Tonev en Ganev, onze sprongservices te verwerken. Hun ballen belandden tegen het plafond. Wij waren gewend om zulke kogels te verwerken in een lage hal. Dus wonnen wij thuis met 3-0 en plaatsten we ons voor de Europa Cup-finale. Met enkele punten verschil.'

Rusten

Het zijn dierbare herinneringen die worden opgehaald bij de op handen zijnde sloop van de Bankras, een monument in de Nederlandse sport.

De hal staat er nog, weinig florissant, met graffiti op de deuren en posters voor de ramen. De posters wijzen op de aanwezigheid van trainende politiehonden. Er lopen ook twee agenten in uniform, die in het duister de hal uitkammen met hun honden. 'We kwamen weleens uit in een bezemkast die ze hier het hok van Ron Zwerver noemen', zegt de hoofdagent. 'Hij is de enige volleyballer die we nog kennen.'

Zwerver zegt dat het zijn hok niet kan zijn. Hij wijst naar het materiaalhok. 'Daar legden we zo'n dikke valmat neer en dan gingen we erop liggen. Rusten. Ja, met de ogen dicht hoor.'

Het waren lange trainingsdagen voor de selectie van Arie Selinger en later Harrie Brokking. Soms moesten ze hardlopen, een plaag voor de lange mannen. 'Of Arie zette een bank neer, en dan zei-hij: step up and step down, 21 minuten lang. Hij is een harde man, keihard soms.'

Veldheer

De veldheer uit de Verenigde Staten, in 1985 in de Bankras verschenen, stond erbij en keek ernaar, met een voetje op de verwarming. Zwerver: 'In de kleedkamer zaten we op een balkje, daar kon je met goed fatsoen niet lang op zitten. Maar Selinger praatte soms tweeënhalf uur tegen je aan. Je moest op je plaats blijven. Hij rookte ook nog bij zulke lange besprekingen.'

Conciërge Bruines: 'Arie rookte zelfs in de zaal. Hij zette zijn asbak op een springkast en hield alles in de gaten.'

Zwerver: 'We moesten tien ballen via de grond op de tribune slaan. Dat was een hele afstand. Als het bij de tiende misging, dan kon je opnieuw beginnen. Nu? Ik zou het niet meer kunnen. Het was loodzwaar.'

In de Bankrashal speelde Zwerver soms twee wedstrijden op een zaterdag bij Brother Martinus. Dwars over, op het halve veld, met heren 2, later op het verlichte centercourt met heren 1. 'Ik weet nog dat Jacky kwam kijken. Ik dik verliefd, vol testosteron, en ik wilde wat laten zien. Doe een sprongservice, zei iemand van heren 2. Maar daar was dwars over geen ruimte voor. Ik deed het toch. Jack stond zo ongeveer naast me bij de aanloop. Het basketbalbord moest omhoog worden getakeld, anders ging het niet.'

Tien keer zoveel verdienen

De hal is nu leeg. Niemand weet wanneer de slopers komen. Eerst moet asbest worden opgespoord en verwijderd. Het kunstwerk dat sinds het openingsjaar 1971 voor de hal stond, krijgt een plek bij de nieuwe Bankrashal, aan de zuidkant van Amstelveen.

Vlak bij de oude hal woonde Arie Selinger, zegt Zwerver. 'Hij zat in een flatje. Nationale Nederlanden, de sponsor van de bond, had heel wat onroerend goed. Het was zo geregeld.'

De coach verdween uit de Bankrashal toen hij in 1989 in Japan een miljoenencontract kon tekenen. 'Arie zei dat-ie zijn pensioen ging verdienen. De vent die zei dat we voor de eer en de glorie gingen, koos zelf voor het geld.'

Zwerver werd in die jaren ook door Italiaanse makelaars benaderd. 'Ik kon als prof in Italië tien keer zoveel verdienen als mijn vader. Ik was 22 en de voorzitter vroeg me op een hotelkamer in Osaka te komen om over de toekomst te praten. Hij zei: Ron, als jij weggaat, dan trek ik de stekker uit de club. Dat imponeerde me. Ik bleef.

Geen model

'Ik houd wel van een verhaal schrijven. Dat hebben we gedaan met ons gouden nationale team. Zo was het ook met Sisley Treviso, daar heb ik zes jaar gespeeld. Ik weet nog dat ik in 1992, een half jaar voor de Spelen, mijn contract bij Sisley tekende. Het ging om een heel groot bedrag, zes, zeven, acht ton. Ik was heel gelukkig dat mijn geduld toen is beloond.'

De Bankras is zijn geboorteplaats als volleyballer. Maar kom bij Zwerver niet aan met verhalen over het Bankrasmodel dat steevast wordt gepresenteerd als de ideale methode op weg naar succes. 'Er is nooit een model geweest. Er was een hal die zo heette. Het ging om het idee dat er achter zat. Dat kwam van jongens die met elkaar in het café zaten. Gasten die elkaar opfokten. Ze wilden veel en hard trainen. Er kwam een sponsor, Brother. Zij hebben het samen gedaan.

'Ik heb ervan geprofiteerd. Zoals altijd is het de tweede of derde generatie die de vruchten plukt van zo'n plan. Ik was nog jong, ik kon leven van de 2.500 gulden per maand die we als spelers bij de nationale ploeg kregen. Met Jacky's salaris erbij konden we nog 1.000 gulden in de maand sparen. Voor iemand als Jan Posthuma was dat anders, hij was 28 na het EK van 1989. Hij vertrok, net als Peter Blangé, Ronald Zoodsma en Rob Grabert een jaar later. Ik kon blijven.'

Als de hal straks is gesloopt, heeft Zwerver zijn souvenir uit de Bankras al jaren in huis. Er ligt een glazen tegel in zijn vloer, boven een stuk pvc uit de hal. 'Ik kreeg dat stuk van de conciërge toen ze in 2000 de vloer vervingen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.