Bám. Tik. Tik. Dick Jaspers verrichtte een driebandenwonder - helaas legde niemand zijn wereldrecord vast

Dick Jaspers verrichtte in het Duitse Maagdenburg een wondertje. De driebander scoorde 40 caramboles in 4 beurten, een wereldrecord. Geen camera die het zag. Een reconstructie.

Beeld Marcel van den Bergh

Jan Martens, sportverslaggever voor BN DeStem, zit zondagmiddag 21 januari 2018 in de Maaspoort in afwachting van de basketbalwedstrijd tussen Den Bosch en Leiden als het scherm van zijn telefoon oplicht. Hij ziet de naam staan van Dick Jaspers, de Nederlandse topbiljarter, wiens carrière hij al lang volgt. Hij hoort de hem vertrouwde stem, 'licht bedeesd', zoals hij later in zijn krant beschrijft. 'Ja Jan, ik heb nieuws. Eh... ik heb iets bijzonders gedaan.'

Sportjournalistiek is bij uitstek het speelveld van de romanticus. Deze verhalen bewijzen dat

De Volkskrant houdt van verhalen die voldoen aan de Wet van Wagendorp, verhalen die de droge cijfers overstijgen en de meeslepende menselijke geschiedenis achter de sport beschrijven. Een aantal van deze verhalen – eerder gepubliceerd in de Volkskrant – kun je hier lezen.

Voorspel

Dick Jaspers (52), meervoudig wereld- en Europees kampioen driebanden, betreedt die bewuste zondag om 11 uur het zaaltje van de Billardclub Magdeburg 1950 e.V. Het is bekend terrein. Hij speelt al zeven jaar voor de club in de Duitse competitie, naast zijn activiteiten voor HCR Prinsen uit Haarlo, de Franse club Rouen en incidentele bijdragen in dienst van Porto, Portugal en Bios, Barneveld.

Samen met de Deen Dion Nelin vormt hij de buitenlandse inbreng van het vierkoppige team in de Bundesliga. Het betaalt goed en hij voelt zich er thuis. De club had hem benaderd, nadat hij trainingen had gegeven. Het voelt intussen als familie. 'Het zijn nog van die Oost-Duitsers. Rustig, ingetogen.' Het hotel waar hij altijd de nacht doorbrengt, bevindt zich op een kilometer afstand. Hij houdt van het wandelingetje, voordat hij keu en krijt ter hand neemt.

De ingang in de glazen pui met witte spijlen deelt de vereniging met Chinees restaurant Thien-Tan, in een uitbouw zit Döner am Ring. Het is de trap op naar de eerste verdieping, waar vier tafels met blauw laken onder een serie koperkleurige hanglampen achter elkaar staan opgesteld. Een vitrinekast staat vol met bekers: Magdeburg geldt als een heel behoorlijke subtopper.

Frank Eder is de voorzitter. 'Dick is de motor van ons team. Hij motiveert ons. Hij komt altijd al op vrijdag. Dan traint hij. Je denkt dat een speler van zijn niveau dat niet meer nodig heeft. Het tekent de ernst, waarmee hij de sport beoefent, en zijn ambitie.'

Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Jaspers heeft moeilijke jaren achter de rug. In 2012 en 2013 heeft hij drooggestaan, ongebruikelijk voor een speler van zijn statuur. Goede partijen gespeeld, maar geen titels behaald. Hij had moeite zijn ritme te vinden. Het zal de scheiding van zijn vrouw zijn geweest, vermoedt hij. 'Ik was niet zo stabiel. Te weinig focus op winst in de belangrijkste toernooien. Het was ook enkele keren domme pech.'

Hij heeft zich herpakt. In 2016 was de wereldbeker weer eens voor hem, het was al de vijfde keer. Het is zijn eerzucht en vasthoudendheid, denkt hij, die hem in het zadel hebben geholpen. Vorig jaar was hij ook goed, ondanks beperkte winst op toernooien. 'Vaak uitstekend gespeeld, hoor. Maar het is tegenwoordig veel moeilijker geworden om te winnen.'

Vijf jaar geleden waren dit degenen die telkens de prijzen pakten: Fréderic Caudron en Eddy Merckx uit België, Marco Zanetti uit Italië, Dani Sánchez uit Spanje, Torbjörn Blomdahl uit Zweden en hij, Dick Jaspers uit St. Willebrord, gewezen armeluisgemeente, smokkelaarsnest en wielerdorp. Maar nu doen er meer mee: vijf of zes 'gevaarlijke Zuid-Koreanen', drie tot vier 'sterke Turken', enkele Vietnamezen, Spaanse talenten, een Griek, Colombianen. 'Er zijn er wel dertig die kunnen winnen. Je moet keihard werken.'

Hij steekt zich die middag in het vestje van de club, doet de vlinderdas om en hoort wie zijn tegenstander is uit het team van ATSV Erlangen. Het is de Oostenrijker Andreas Efler. Die is vooral bekend als auteur van Faszination Dreiband-Billard, een kloek leerboek voor beginners en gevorderden, met spectaculaire foto's; een pomerans waar het krijt vanaf spat, een bal die zich in de band graaft - dat werk.

Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Intussen hebben zich zo'n 25 toeschouwers verzameld in het zaaltje. Bestuursleden, liefhebbers. Hij begint, gaat van acquit. Eerst moet hij met de witte bal de rode treffen. Daarna moet de witte minstens de drie banden (zijkanten) van de tafel hebben geraakt alvorens op de derde bal, geel van kleur, te botsen. Dan is het punt gemaakt, de carambole. Een misser betekent dat de tegenstander het mag proberen. De speler moet er ook rekening mee houden dat de gespeelde bal niet voortijdig een andere bal raakt. Die zogeheten klos maakt een einde aan de beurt. Het gaat erom wie het eerst veertig punten maakt.

5-0

Een kleine verrassing. Hij is meestal niet zo'n snelle starter. Alsof hij zich telkens moet opwarmen, alsof het spel zich eerst moet zetten. Dit is feitelijk al hoger dan hij gewend is.

Hij voelt zich ontspannen. Dit is een competitiewedstrijd, er hangt niet alles vanaf. In een toernooi ben je meestal nerveuzer. Dan kan het ineens voorbij zijn. Hij kijkt al uit naar komende week, dan vertrekt hij naar Zuid-Korea. Hij heeft er ontmoetingen met zijn sponsor. Een verlenging van het contract ligt in het verschiet. Hij zal wat trainingen en demonstraties geven. Eindelijk eens een reis zonder officiële wedstrijden, zonder de stress van de prestatie. Hij hoeft vanavond, als hij na een rit van zeven uur weer thuis is, alleen nog maar de koffer te pakken. Maandag vertrekt hij vanaf Schiphol. Hij heeft er nu al zin in.

16-0

Een serie van elf. Er zitten razend ingewikkelde puzzels tussen. Halverwege de beurt ligt de rode bal bijna vast. Hij speurt naar de kleine trefkans op de lange band. Als hij de speelbal te hard wegspeelt, dreigt onderweg ook nog eens een dubbele klos. De snelheid is precies goed, beheerst.

Het vervolg is al even lastig. Hij heeft misschien wel 5 of 6 banden nodig, maar het worden er 3, heen en weer, met bescheiden effect, over de volle lengte van het laken. 'Het gekke is: moeilijke punten vergeet je niet. Als je ze vroeg in de wedstrijd maakt, geeft dat vertrouwen.'

Hij houdt van de tafel, een Gabriels. Bijna precies dezelfde staat in een ruimte achter de keuken bij hem thuis in St. Willebrord. Een gevoelige tafel zegt hij, die gul reageert op de intenties van de speler, een tafel die, in het jargon van de biljarter, 'lang afslaat'. Hier komt techniek tot zijn recht.

Cho Myung-Woo uit Zuid-Korea.

Nastoot

Sinds februari staat op YouTube een opname van Cho Myung-Woo uit Zuid-Korea. Hij maakt 40 caramboles in 4 beurten, net als Dick Jaspers, maar met een prachtserie van 32. Als record telt het niet. Het was een training.

18-0

Na twee moeizame scores is de beurt alweer voorbij. Hij geeft de speelbal niet de gewenste lengte mee. Maar er is geen man overboord. De erfenis op het laken vereist behendigheid en koelbloedigheid van Efler. Jaspers heeft vaak van hem gewonnen, slechts twee keer verloren. 'Hij kan soms verrassend uit de hoek komen. Maar mentaal is hij niet zo sterk.'

Jaspers betreurt het dat biljarten in Nederland al jarenlang zo weinig aandacht krijgt. In Zuid-Korea zijn de partijen op tv te volgen, hij heeft meegemaakt dat er in Mexico-Stad 1.500 man op de tribune zaten. Hier lukt het maar niet om van het stempel af te komen dat het driebanden saai is, door mannen van middelbare leeftijd wordt gespeeld, lang duurt en zich in ondraaglijke stilte voltrekt. Jaspers wijst op hervormingen en nieuwigheden. Partijen lopen niet meer uit tot ver in de nacht. Het gaat er niet meer om wie het eerst drie sets heeft gewonnen. Meestal is het binnen 1,5 uur gedaan en is de gewenste score van 40 gehaald. Het gaat er losser aan toe.

Laatst kwamen de spelers met muziek op, net als bij het darten. Hij koos voor Peter Gun van zijn favoriete band Emerson, Lake & Palmer. Daar zit energie in. En dreiging. In Colombia heeft hij al meegemaakt dat er missen in de hoeken van de zaal stonden. En ja, de spelers zijn de jongsten niet meer, maar wat is daar mis mee?

Efler staat op. De Oostenrijker denkt dat het nog wel goed kan komen. 18-0 is niet onoverbrugbaar. Bij 20 is het zo meteen pauze. Alles kan nog. Hij mist.

Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

40-0

De ontspanning is gebleven. Hij belandt in een ritme. Krijten. Kijken naar de ballen. Welke lijnen bieden perspectief? Zit er een klos, ergens? Welk effect is nodig? Een blik op de klok, spelers hebben 40 seconden bedenktijd. Hoeveel heb ik nog? Twee keer vraagt hij om een time-out. Dan krijg je 40 seconden extra om het raadsel te ontrafelen. Telkens is het raak. Bám. Tik. Tik.

Hij heeft al een wereldrecord, uit de periode waarin om sets werden gespeeld: een geprolongeerde serie van 34, gemaakt in 2008, de EK finale in Florange, Frankrijk. Zijn tegenstander was Blomdahl. Verdeeld over drie sets van 15 punten maakte hij achtereenvolgens 13, 15 en 6 caramboles. In acht beurten klopte hij de Zweed met 3-0. Beter heeft hij waarschijnlijk nooit meer gespeeld, zei hij later.

In het biljartlokaal in Maagdenburg komt gaandeweg een ander record in zicht. Vier spelers maakten eerder 40 caramboles in zes beurten: Caudron, Zanetti, de Koreaan Kim Haeng-Jik , en hijzelf, in oktober 2016, ook al op deze tafel. Hij gaat eraan denken als hij halverwege zijn serie is.

Op de achtergrond klinken oldies. The Beatles, The Beach Boys. De toeschouwers zwijgen. Dion Nelin, die op een tafel ernaast speelt, vraagt op gedempte toon aan de scheidsrechter of die de partij wil stilleggen. Verderop is geschiedenis in de maak. Iedereen wendt zich naar Dick Jaspers, die geconcentreerd zijn pomerans bijkrijt en dan aanlegt voor alweer een doeltreffende stoot.

Spelregels

Driebanden is een biljartspel voor twee spelers. Er zijn drie ballen: wit, geel en rood. Beide spelers krijgen een zogeheten speelbal: wit of geel. Om een punt te scoren (carambole) dient de speelbal beide andere ballen te raken. Tussen die contacten moet de speelbal minimaal drie maal tegen de zijkant van de tafel (de banden) kaatsen. De ballen hebben stippen om het effect beter zichtbaar te maken.

Het is een onemanshow geworden. Hij legt zelfverzekerd een zware harmonica op tafel, waarbij de bal tussen de lange zijden heen en weer schiet. Langzaam voelt hij nu de spanning toenemen. 'Hoe verder je komt, hoe moeilijker de makkelijke ballen worden.' Voorzitter Eder: 'Dick ging eigenlijk alleen maar beter spelen.'

Tegen 13.50 uur liggen rood, wit en geel in de slagorde voor het allerlaatste punt, het moet zijn 22-ste worden. Geen onmogelijke opgave: hij heeft er wel eens 26 achter elkaar gemaakt, het record staat op 28. De positie kon beroerder: de ballen liggen in het midden van de tafel. 'Die kan iedereen wel maken.'

Maar op zo'n moment? Hij spreekt zichzelf toe. Rustig blijven, rustig laten vallen, geen extra kracht gebruiken. Dat moet genoeg zijn. Weet je het zeker? Ja, hij weet het zeker. Tik. De witte bal vertrekt. Tik (...) Tik. 'Hij zat er vol op.'

Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Jaspers steekt beide armen in de lucht in. 'Yes!' Veertig caramboles in vier beurten, tien gemiddeld, dat is nog nooit vertoond. Nog een keer: 'Yes!' Applaus vult het zaaltje.

Nog even wachten. Andreas Efler legt aan voor zijn laatste beurt. Hij mist andermaal. Een score van nul. Het deert hem niet. Een week later zou hij kampioen van Oostenrijk worden. Hij heeft vooral zitten genieten, zegt hij. Dan lopen de toeschouwers op Jaspers af voor de felicitaties.

Naspel

Jaspers vraagt het aan degenen die erbij waren: heeft iemand opnames gemaakt? Een mobieltje omhoog gehouden, misschien? Hij stuit slechts op empathisch hoofdschudden. Hij maakt dan maar zelf een foto van het scorebord en toetst het nummer van Jan Martens van BN DeStem in.

Het nieuws haalt in de vorm van een kort bericht enkele kranten en het biljartplatform Kozoom. Daar komen de enthousiaste reacties voorbij. Marco Zanetti trekt een vergelijking met het wereldrecord verspringen van 8,90 meter door Bob Beamon in 1968 tijdens de Olympische Spelen in Mexico, dat 23 jaar zou standhouden. 'We kunnen het nooit weten, maar deze 40 in 4 kan tientallen jaren blijven staan.'

Voorzitter Frank Eder: 'Het record stond jaren op 6 beurten, nu op 4. Dat is twee trappen hoger. Dit is een mijlpaal. Dit blijft jaren staan. Natuurlijk is het jammer dat het niet door camera's is vastgelegd. Dick had een hal met duizenden toeschouwers verdiend. Maar ik ben er ook trots op dat het record in onze omstandigheden is gevestigd.'

Wat denkt Jaspers zelf? 'Ik weet het niet. Ergens kan er een knettergekke speler opstaan die het in drie beurten doet.' Zou hij het zelf kunnen zijn? 'Misschien. Het kan, hè. Het kan.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden