Wk baanwielrennen Kirsten Wild

Baanwielrenster Kirsten Wild blijft opkijken naar tegenstanders, Nederlands recordkampioen of niet

Zo mooi als vorig jaar in Apeldoorn zou het niet meer worden, zei Kirsten Wild (36) voorafgaand aan de wereldkampioenschappen baanwielrennen in ­Polen. Maar verder van huis bleek ze toch ook in staat de gebeurtenissen naar eigen hand te zetten. 

Kirsten Wild zaterdag na de winst op de koppelkoers. Beeld Reuters

Niet ver van haar woonplaats Zwolle was ze in Apeldoorn destijds met drie gouden en één zilveren medaille de onbetwiste koningin van het wielerpaleis Omnisport. Daar genoot ze van de nabijheid van familie, bekenden en supporters. Daar was het warme bad.

In de BGZ Arena, aan de rand van het vale stadje Pruszków zuidwestelijk van Warschau, eve­naarde ze afgelopen week het aantal medailles, al was het nu twee keer goud, één keer zilver en sleepte ze zondag op haar tandvlees nog brons op de puntenkoers uit het vuur. Met zes wereldtitels is ze nu recordhouder in Nederland en gouddelvers als Theo Bos, Ingrid Haringa en Piet Moeskops voorbijgegaan.

Wild besloot zondag al, ongeacht het resultaat op het laatste onderdeel waar ze aan meedeed, trots op zichzelf te zijn. Bij het inrijden op de rollen leek het er nog op dat de schade van de inspanningen van de laatste dagen beperkt was. Maar zodra ze op de fiets stapte, ontdekte ze dat het beste er wel af was, zowel fysiek als mentaal. Met een laatste jump wist ze aan het eind van de race nog de derde plek te pakken – ze dacht ten onrechte dat ze nog kon winnen. ‘Dat was dan wel tekenend voor vandaag.’

Maar de heerschappij over de grens was toen al bevestigd. Ze hechtte vooral veel waarde aan de winst zaterdag op de koppelkoers met Amy ­Pieters, een olympisch onderdeel waarop twee renners elkaar al rijdend aflossen en in tussensprints punten verzamelen. Samen hadden ze onder leiding van de intussen opgestapte bondscoach Peter Schep veel trainingsarbeid verzet. In Apeldoorn was er zilver geweest, maar tegelijkertijd was de vaststelling dat de techniek te wensen overliet.

Wild: ‘We hebben de puntjes op de i gezet. De basisvaardigheden hebben we echt wel onder de knie. Het gaat nu om tactische dingen. Trap je wel door? Laat je een gaatje?’

Het bleek zijn vruchten af te werpen. Het was aanvankelijk alsof de speaker van dienst in het Poolse velodroom er zaterdag een beetje moedeloos van werd. Het klonk vlak. ‘En weer een sprint voor Nederland.’ Veel meer variatie zat er eerst ook niet in: Wild en Pieters passeerden geregeld als eersten de streep. Als een andere natie het eens probeerde, zaten ze op het vinkentouw.

Maar in de slotfase verspeelde ­Nederland veel van de voorsprong nadat de wedstrijd even was stilgelegd. Een renner uit Nieuw-Zeeland was ­ineengezakt, nadat ze al eerder ten val kwam maar weer was opgekrabbeld. Het team van Australië, met Georgia ­Baker en Amy Cure, kroop daarna gestaag dichterbij, om uiteindelijk op twee punten van het Nederlandse totaal van 33 te stranden. De speaker had toch weer wat energie opgediept. ­‘Nederland wereldkampioen.’

Voor Pieters (27), de dochter van oud-baanrenner Peter Pieters, was het de eerste regenboogtrui. Pieters: ‘Je ziet om je heen dat we zo veel winnen. Dat is het mooie van dit team. Je maakt ­elkaar alleen maar sterker.’ Wild: ‘Het is zo cool dat we het samen doen.’

De Zwolse vond het zondag lastig het succes te vergelijken met de WK in Apeldoorn. ‘Toen was het een verrassing dat alles lukte. Dat toernooi romantiseer ik nogal. Ik schrijf altijd op wat ik heb meegemaakt en als je dat terugleest, zie dat ik daar ook moe werd en heb getwijfeld.’ Ze bevestigde wel dat ze in Polen minder dominant kon rijden. ‘Het ­niveau wordt hoger, dat zie je altijd. De Olympische Spelen komen eraan.’

Onzekerheid

Reken bij Wild niet op stoere praat. Onzekerheid ligt altijd op de loer. Ze begon zich vrijdagavond al enige zorgen te maken, toen ze op het openingsonderdeel van de meerkamp, de scratch, als vierde eindigde. Ze moest zichzelf echt moed inpraten: fysiek schoot ze niks tekort, ze had tactisch een steek laten vallen door te vroeg te gaan sprinten. Drie onderdelen verder pakte ze haar tweede wereldtitel.

Zondag zei ze: ‘Het is misschien een valkuil dat ik te veel opkijk tegen sommige tegenstanders. Maar het houdt me ook wel scherp. Het lijkt dat je de beste bent, maar je moet wel de beste blijven. Daar moet je hard voor werken. Ze komen dichterbij.’

Kan ze zelf nog beter? ‘Ik denk dat het beter moet. Ik kan nog wel stappen maken. Natuurlijk ben ik geen 18 meer. Dan word je vanzelf beter naarmate je ouder wordt. Maar het is niet alleen fysiek. Je kunt handiger worden, koeler blijven, slimmer rijden.’ Gunt de koningin zichzelf toch gewoon een feestje, straks? ‘Dat zal wel moeten, hè.’ Onder Kirsten Wild is het regime sober. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden