ReportageTraining baanwielrenners

Baansprinters Lavreysen en Hoogland barsten nog van het vertrouwen

Sam Ligtlee (links) en Harry Lavreysen zijn in gesprek. Op gepaste afstand. Hugo Haak, de bondscoach van het baanwielrennen, volgt aan de rand van de baan een trainingsrit. Beeld Klaas Jan van der Weij

Harrie Lavreysen  en Jeffrey Hoogland waren klaar om ‘Tokio’ te veroveren toen het virus die droom verstoorde. Het is niet anders. Belangrijker is dat ze weer op de baan kunnen trainen. En ook al zijn de regels raar, er is weer competitie. Elkaar de maat nemen, is baansprinters eigen.  

Ze zijn na zo’n tien weken buiten fietsen en sjorren aan gewichten in schuurtjes en achtertuintjes weer terug in hun vertrouwde trainingsomgeving, de sprinters van de Nederlandse baanselectie. Maar veel is ongewoon geworden op de wielerbaan van Omnisport in Apeldoorn.

Neem de aanblik. Op het middenterrein heeft iedere renner een tafeltje voor zichzelf, op gepaste afstand van elkaar, alsof ze zo meteen een eindexamen moeten afleggen. Het stapeltje paperassen op het blad – tien A4’tjes – bevat geen opdrachten maar instructies tegen virusbesmetting. Niet meer dan één renner mag het steile hout op, hooguit twee kunnen na een krachtsexplosie uitrijden aan de vlakke binnenkant. De anderen blazen uit, rekken en strekken wat in hun domeintje of turen op hun mobiele telefoon.

Hoog niveau

Bondscoach Hugo Haak is er na enige gewenning – ‘een duwtje geven kan niet meer’ - toch tevreden mee. De dagindeling is in een mal gegoten. Niet eerder dan een kwartier voor aanvang verzamelen. Een half uur warming-up. De volgorde van de renners die de baan opgaan, ligt vast. ‘Het is lekker gestructureerd werken.’ Hij was aangenaam verrast door het niveau. ‘Het was 2,5 maand geleden dat ze voor het laatst op de baanfiets zaten. Ze reden tijden alsof ze niet weggeweest waren.’

Harrie Lavreysen (23), de sprintkoning van de WK in Berlijn begin maart, is blij dat hij weer meters op de baan kan maken onder toezicht van de coach. ‘We kunnen weer onze tijden vergelijken.’  De competitie was er onmiddellijk. Vriend en rivaal Jeffrey Hoogland klopte hem op de eerste dag. Deze donderdag waren de rollen omgekeerd. Hoogland voelt zich op zijn gemak. ‘Met dat protocol wees alles zich snel vanzelf. Het is ook wel prettig, zo’n plekje voor je alleen.’

Voorzien was het natuurlijk niet. De wereldkampioenen – deze ochtend zijn er vijf regenboogtruien te tellen – zagen op 24 maart hun droom van goud uiteenspatten na de annulering van de Olympische Spelen in Tokio. Lavreysen stond te boek als de potentiële gouddelver na zijn titels in Berlijn op de sprint, de keirin en de teamsprint. Maar toen vriendin Noor hem appte over het uitstel – hij stond bij Hoogland voor de deur voor een gezamenlijk trainingsritje - was dat geen schok. ‘Je zag wat er in de wereld gebeurde. Het was niet onverwacht. Je rolde erin. Ik ben er niet verdrietig om geweest.’ 

Blik op 2021

Ook Hoogland, goed voor goud en zilver op de afgelopen WK, stapte er snel overheen. ‘Ik heb er weinig emotie bij gevoeld. Het was niet realistisch meer. Je moet het ook niet willen, in zulke omstandigheden.’ Coach Haak: ‘Het was jammer, maar het was de juiste keuze. De knop is snel omgezet naar 2021.’ Behoud van de topvorm uit Berlijn is niet het streven. Na grote toernooien worden de teugels altijd gevierd, om daarna in trainingen weer op te bouwen naar de volgende krachtmeting van belang. De piek in de prestatie moet dan telkens hoger liggen. ‘Dat is ons tot nu toe altijd gelukt.’

Hoewel een nabij doel ontbreekt – een EK in Bulgarije in het najaar is nog onzeker – maakt Haak zich geen zorgen over de motivatie. ‘De jongens zien dat ze een ongekend hoog niveau hebben en gebruiken de interne concurrentie om elkaar scherp te houden. Vergeet niet dat de gemiddelde leeftijd niet erg hoog is. Ze houden zicht op een topprestatie op de Spelen. Een jaar langer is niet superveel.’

Lavreysen: ‘Ik ben jong, ik wil nog zeker tien jaar fietsen. Ik zie het zo: ik heb nu anderhalf jaar in plaats van vier of vijf maanden om me op de Spelen voor te bereiden. De afgelopen vier jaar ben ik elk jaar beter geworden. Waarom zou dat niet nog een keer kunnen?’ Hoogland: ‘Ik had al Parijs 2024 voor ogen. Tokio was niet mijn eindpunt. Ik heb nog steeds een doel en dat is een Olympische medaille. Natuurlijk zijn er dagen dat je wat minder zin hebt, maar je krijgt toch spijt als je op een training niet genoeg je best hebt gedaan en anderen sneller waren.’

Finetunen

Vrezen coach en renners dat andere landen van het extra jaar zullen profiteren om de achterstand met Nederland te overbruggen? Lavreysen is zelfverzekerd. ‘Zij denken misschien: wij hebben meer tijd om de Nederlanders in te halen. Ik denk: wij hebben meer tijd om de voorsprong uit te breiden.’ Hoogland: ‘Laat ze ons niveau maar eerst eens zien te halen. Als wij ons weten te verbeteren, zal het gat er wel blijven.’ Haak is ervan overtuigd dat zijn sprinters nog niet aan het plafond zitten. ‘Wij hebben ook meer tijd om te finetunen.’ Zo is er een bewegingswetenschapper ingeschakeld om op details als houding en trapefficiëntie nog wat honderdsten of misschien wel tienden van seconden te winnen. Hoogland zoekt in de gym naar mogelijkheden zijn rug sterker te maken. Lavreysen denkt dat hij in het krachthonk nog wel wat kilo’s extra kan wegzetten.

Diens vertrouwen op een succesvol vervolg neemt niet weg dat de afgelopen weken indruk hebben gemaakt op de drievoudige wereldkampioen. Lavreysen: ‘Je bent wel even op je plek gezet. Sport is zeker niet het allerbelangrijkste.’ Hij maakt intussen serieus werk van zijn studie bedrijfskunde. Maandag heeft hij tentamen, ook al ongewoon, vanachter zijn tafel thuis.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden