Reportage AZ

AZ is terug in eigen stadion en heeft de gunfactor: ‘De media zijn vol lof over onze speelwijze, al kan dat ook een valkuil zijn’

Zondag is AZ - Ajax, de nummer twee tegen de koploper. Belangrijk aspect: AZ speelt eindelijk thuis. Het gehavende stadion in Alkmaar is goedgekeurd. Dat geeft vertrouwen.

Calvin Stengs (rechts) viert de 2-2 tegen Partizan Belgrado met Owen Wijndal. Beeld ANP

De jongens van AZ zijn terug in de stad, ze mogen eindelijk weer voetballen in hun stadion. Voor het eerst zondag, om 16.45 uur, tegen koploper Ajax. Op de website schrijft AZ: The boys are back in town. Dat refereert aan een razend rocklied van Thin Lizzy.

Het eerste refrein gaat zo:

Guess who just got back today

Them wild-eyed boys that had been away

Haven’t changed that much to say

But man, I still think them cats are crazy…

Ze zijn niet gek en hun ogen staan niet wild. De jongens van AZ zijn vooral blij dat ze terug zijn, nadat ze uitweken naar Den Haag vanwege een half ingestort dak. Aanvaller Calvin Stengs (20): ‘Ik heb verlangd naar het gevoel om weer werkelijk thuis te spelen, tussen ons publiek, op echt gras. Fantastisch. We spelen alleen zonder dak. Dus ik weet niet of de mensen droog gaan zitten.’

Stengs, met zijn dribbels, dieptepasses en vrolijke oogopslag, staat symbool voor de sympathiefactor van AZ. In tien jaar tijd is de club veranderd van een poenerige kampioen die bijna failliet ging na de implosie van het imperium van huisbankier Dirk Scheringa, tot voorbeeldclub. AZ is klaar voor de ontmoeting met rivaal Ajax.

David wacht Goliath op. Menigeen gunt AZ het beste, als de kleine, sympathieke uitdager, al is het maar om de competitie spannend te houden. Ajax staat drie punten voor. Stengs: ‘Die gunfactor geeft ons vertrouwen. We stralen al het hele seizoen uit dat we een weg zijn ingeslagen. Elke keer stellen we nieuwe doelen.’

De speler (1)

Calvin Stengs woont in Amsterdam, stad van Ajax. ‘Als ik door de stad loop, zie je mensen kijken. Dat hoort erbij. Het is leuk voor je ego. Ze willen op de foto. Ze zeggen dat ik goed bezig ben.’ Hij speelt vrolijk voetbal. ‘Ik sta met een lach op het veld. Er is altijd plezier. Dat willen we ook uitstralen. Het helpt ook mee aan de gunfactor.’

Want die gunfactor bestaat. ‘Dat gevoel heb ik ook. Velen gunnen ons het succes. Dat merk je aan hoe mensen over ons spreken. De media zijn vol lof over onze aanvallende speelwijze, al kan dat ook een valkuil zijn. Je hoort weleens: dat gaan ze nooit volhouden. Het is aan ons om elke keer te bewijzen dat we dat kunnen. We hebben een jonge groep met een paar ervaren spelers. De ouderen laten de jongeren hun ding doen. Ook zij gunnen ons het succes. Iedereen gunt elkaar alles.’

Connectie en vriendschap zijn op het veld terug te zien. Laat Ajax maar komen zondag, verwond als de club is na twee opeenvolgende nederlagen, tegen Willem II en Valencia. Stengs: ‘Het duel leeft al sinds mijn jeugd.’ Hij heeft sterke herinneringen aan één wedstrijd, bij de onder 19. AZ stond met 3-1 voor in de 80ste minuut. ‘Als wij gelijkspeelden konden we de week daarna tegen PSV kampioen worden. Het werd nog 3-3. Er werd 12 minuten blessuretijd gegeven. Matthijs de Ligt schoot de 4-3 binnen en wij werden geen kampioen. We zijn toen flink genaaid.’

De trainer

‘Slot zei met ons’, hing vroeger als spandoek in het stadion van PEC Zwolle. Arne Slot was een echte nummer 10, een spectaculaire spelmaker op zijn niveau. Nu is hij de bedaarde, sympathie uitstralende, alles uitleggende trainer van AZ. Ook hij voelt de gunfactor. Het poenerige imago is verdwenen. ‘De jeugdopleiding geeft ons een enorm positief imago. Iedereen vindt zo’n team met jonge Nederlanders mooier dan dat er elf Noren op het veld staan.’

Arne Slot. Beeld EPA

Er is meer. ‘Wij zijn een open club. Alle trainers uit het hele land kunnen hier terecht. We trainen vrijwel nooit besloten. Iedereen kan alles zien. Onze spelers presenteren zich aardig. We spelen leuk voetbal.’ Dat alles in het besef dat de besten zullen vertrekken. ‘We houden ze constant voor dat dit een unieke generatie is. Als deze jongens met elkaar iets bijzonders willen presteren, is het dit seizoen. Ik spreek de hoop uit dat het anders is, maar de verwachting is dat het niet zo is.’

Slot zelf is onderdeel van de gunfactor. Hij drukt zich netjes uit, is onderlegd en zoekt altijd de aanval. ‘Defensief voetbal is ook minder aardig om te trainen. Het eerste dat ik tegen John van de Brom (de vorige trainer, red) zei toen ik hier kwam werken als assistent was: in principe weten we dat we tussen plek 3 en 8 eindigen met AZ. Dan kunnen we twee dingen doen. Vol op de aanval spelen of verdedigen. Ik geloof erin om spelers ontzettend veel zelfvertrouwen te geven. Dat kan alleen als je ze het gevoel geeft dat ze alles aankunnen. Dat is niet de ene week lekker inzakken, omdat ik denk dat we niet goed genoeg zijn om van een bepaald elftal te winnen, en de andere week iets moet creëren.’

De technisch directeur

Kian Fitz-Jim was een prachtige middenvelder in de jeugd van AZ. Zijn foto prijkte in de eregalerij op het trainingscomplex in Wijdewormer, als voormalig speler van de maand. In de afgelopen zomer vertrok hij naar Ajax, zoals meerdere jeugdspelers naar die andere, nog grotere opleidingsclub in de provincie vertrokken. Technisch directeur Max Huiberts is op zulke momenten niet boos. ‘Er gaan weleens spelers die kant op. Als dat eenmaal is gebeurd, zijn we daarmee niet meer zo bezig. Wij hebben voor iedereen een duidelijk stappenplan, de weg richting eerste elftal. Als spelers een andere weg kiezen, is dat aan hen.’

Huiberts predikt openheid. Spits Myron Boadu en linksachter Owen Wijndal zijn eens afgetest door Ajax. Bij AZ zijn ze alsnog doorgebroken. Hij kijkt voortdurend bij andere clubs in de keuken. Hij nodigt andere clubs uit. ‘Wij willen alles delen. Misschien is het naïef om geheimen prijs te geven, maar wij denken in het algemeen belang. Misschien is dat een socialistische gedachte. Als we met elkaar willen dat Nederland ooit een keer wereldkampioen wordt, moeten we kijken naar de opleidingen. Als we ergens goed in zijn, is het in opleiden.’

Er is inmiddels een herenakkoord gesloten tussen de jeugdopleidingen van de topclubs. Dat moet ervoor zorgen dat spelers tot het moment waarop ze een contract mogen sluiten op hun zestiende bij de clubs blijven waar ze zijn opgeleid. Dat is ook beter voor de competitie. ‘Als alle spelers naar de clubs met de meeste centjes gaan, creëer je geen weerstand. Wat krijg je dan voor competitie?’

Hoe het met de sympathie voor AZ zit? Lachend: ‘Nou, niet iedereen hoopt dat AZ wint. Wat er bij ons gebeurt, is een gevolg van beleid. Dat is ingezet toen we geen euro’s meer hadden uit te geven na het faillissement van Scheringa. Toen is een visie neergelegd, binnen de hele club. Wat is onze enige kans om daar te komen waar we met het geld uit het verleden stonden, in de top van de eredivisie? Dat heeft best lang geduurd. Ik zie dat niet als geluk, want als het dak wegwaait, zit het niet mee. Opleiden, aantrekkelijk voetbal, een trainer die met onze speelwijze kan werken; het staat allemaal in ons beleid.’

Hij overhandigt een boekje met cijfers. In 2018-2019 was bijna de helft van de speeltijd in de eredivisie van AZ voor zelf opgeleide spelers. Ajax staat op 36 procent. Helemaal onderaan Willem II, met 0,5. Ook internationaal staat AZ eerste. En bijna alle jongens bij AZ komen uit Noord-Holland, afkomstig van amateurclubs, niet van andere profopleidingen. ‘Dit boekje is geen borstklopperij. We willen gewoon aan ouders en zaakwaarnemers laten zien wat de kans is voor de speler op het eerste elftal van AZ.’

De speler (2)

Jonas Svensson is rechtsback met een enorm loopvermogen. Hij spreekt een mengelmoes van Engels en Nederlands. Hij is trots op de club. ‘Veel clubs kijken hoe AZ het doet. Attractief voetbal met veel jonge, Nederlandse spelers.’ Af en toe spreekt hij even Nederlands: ‘Ze zijn goed bezig hier.’ Dan weer Engels: ‘De mensen zien dat we plezier hebben, dat we als team spelen. We hebben een eigen identiteit. Als je onze shirts wegneemt, kun je nog zien dat het AZ is, door onze manier van spelen.’

Jonas Svensson. Beeld Getty Images

Svensson is altijd onderweg. ‘Het kan er soms uitzien als chaos, maar er zit een idee achter. Er is veel op getraind. We weten dat er ruimtes zijn die bezet moeten worden door wie dan ook.’ De aanpak is succesvol. ‘In het verleden verloren we al onze topwedstrijden. Nu hebben we de laatste duels van Ajax, Feyenoord en PSV gewonnen. We gaan de wedstrijd in met vertrouwen.’

Waar hij woont? ‘In Amsterdam. Nee, ze herkennen me vrijwel nooit daar. In Noorwegen speelde ik bij Rosenborg in Trondheim. De club is daar groter dan de stad. Daar word je voortdurend herkend. Hier is het rustig.’ Of AZ de competitie gaat redden? ‘Het is een beetje als David tegen Goliath. Wij hebben niet het meeste geld, maar we doen het op een andere manier. Ajax is koploper. Wij hebben een heel goed team. En we spelen eindelijk weer thuis.’

Thin Lizzy zingt:

The boys are back in town

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden