Olympische Spelen

‘Attention! Attention!’ roept een blikkerige stem: zo is het om als olympische sporter in quarantaine te zitten

De wereld van Finn Florijn bestaat de komende anderhalve week niet uit het olympisch dorp en de roeibaan, maar uit een hotelkamertje in Tokio. ‘Onacceptabel’, vindt NOCNSF de manier waarop besmette sporters worden behandeld. Aan de Volkskrant vertelt Florijn hoe hij de dagen doorkomt.

Finn Florijn tijdens de series op vrijdag. Beeld ANP
Finn Florijn tijdens de series op vrijdag.Beeld ANP

Dag 1

Finn is de zoon van Ronald Florijn, die olympisch goud veroverde in de dubbeltwee (1988) en in de Holland Acht (1996). Zijn 23-jarige zus Karolien roeit in Tokio in de vier zonder stuurman. Finn, de jongste in de roeiselectie, had in de skiff hoge ogen willen gooien.

Vrijdag was hij nog gewoon van start gegaan in de voorrondes van het individuele roeinummer. In zijn sterk bezette serie werd hij vierde. Dankzij zijn snelle tijd (7.04,56) plaatste hij zich voor de herkansingsronde op zaterdag. ‘Ik had nog willen laten zien dat ik veel sneller kon’, vertelt hij telefonisch uit zijn quarantainehotel, waar hij tien dagen dient te verblijven.

Hij was daarna vroeg naar bed gegaan om uitgerust te zijn voor de belangrijke dag erna. De zenuwen beletten hem in slaap te vallen, maar nadat er rond half tien op zijn deur werd geklopt zou er van nachtrust sowieso niets meer komen. ‘Er werd me verteld dat ik positief had getest. Ik had een half uur om al mijn spullen in te pakken en het hotel te verlaten.’

Met alle andere atleten veilig in hun kamers ging Florijn haastig door de gang en naar beneden. Niet met de lift, maar volgens protocol met de trap. Even verderop, op de grens tussen olympisch dorp en buitenwereld, werd hij aan een tweede test onderworpen. Drie uur wachtte hij tussen hoop een vrees op de uitslag. Er bestond een kans dat hij nu negatief zou blijken. Dan mocht hij terug naar het dorp, terug in competitie. ‘Ik probeerde daarom nog zoveel mogelijk te liggen, te rusten, al wist ik dat de kans op een negatieve test heel klein was.’

Ook de tweede test was positief en prompt werd Florijn naar een hotel buiten de olympische bubbel gebracht, een plek die uitsluitend door besmette olympiagangers wordt bewoond. Daar zitten ook skateboardster Candy Jacobs en taekwondoka Reshmie Oogink. Zij testten positief nog voordat ze in actie konden komen. Dat hij tenminste nog officieel heeft kunnen deelnemen is een kleine troost voor Florijn. ‘Ik heb nog wel meegekregen hoe het is.’

Hij zat op dezelfde KLM-vlucht naar Tokio als Oogink en Jacobs. Toch had hij geen moment het idee dat hij ook corona zou hebben opgelopen. ‘Zij zaten achterin, bij de wc. Ik zat voorin. Maar ik ben wel een keer naar de wc gegaan. Misschien was dat het. Pech.’

Om één uur ’s nachts, in zijn nieuwe hotelkamer, kwam bij Florijn pas het besef dat zijn Spelen voorbij zijn. ‘Het was onwerkelijk. Ik heb het nooit zien aankomen.’

Dag 2

Een kleine luidspreker in het plafond van zijn hotelkamer dicteert het ritme tijdens de eenzame isolatie. Het begint om zeven uur in de ochtend met een gongslag, gevolgd door een blikkerige stem. ‘Attention! Attention!’

Van uitslapen is geen sprake voor de 21-jarige roeier. De intercom haalt Florijn elke ochtend uit zijn slaap met de mededeling dat hij zijn hartslag moet meten en zijn zuurstofgehalte en lichaamstemperatuur moet opnemen.

Om acht uur klinkt dezelfde gong en zegt de stem dat het tijd is om het ontbijt op te halen op de eerste verdieping. Vijftig minuten later laat de luidspreker weten dat het tijd is om terug te gaan. Nog eens tien minuten verder klinkt de mededeling dat iedereen nu op zijn kamer moet zijn. Datzelfde stramien geldt rond de lunch, het avondeten en het testmoment om vier uur ’s middags.

De boodschappen zijn duidelijk van tevoren opgenomen, vertelt Florijn, die zich topfit voelt. ‘Het is een mannenstem, die een beetje robotachtig klinkt.’ De woorden komen rechtstreeks uit een vertaalcomputer.

De intercom op het plafond van Finn Florijn. Beeld
De intercom op het plafond van Finn Florijn.

De bewoners van het coronahotel worden in de gaten gehouden met camera’s. Het zeldzame contact met medewerkers gebeurt van een afstandje, gescheiden door glazen wanden. En tweemaal daags hoort hij een echte stem door de hoteltelefoon, om acht uur ’s morgens en acht uur ’s avonds. ‘Dan word ik gebeld om mijn meetresultaten aan de nurse door te geven.’ Het is meteen een controle of hij netjes in zijn kamer zit.

Opgesloten zitten en gehoorzamen aan een ingeblikte stem, heeft wat van het gevangenisbestaan. ‘De deur zit niet op slot, maar je mag niet naar buiten en je raam kan niet open. Dus het lijkt er wel een beetje op, maar dan zonder iets fouts te hebben gedaan.’

Het geluid van de gong en de boodschappen uit de vertaalmachine zijn een welkome onderbreking van zijn lege dagen. Dat het een nogal dwingende dagindeling oplevert, vindt hij geen bezwaar. ‘Ik vind het op zich fijn om zo’n ritme te hebben. Zo word je toch nog een beetje scherp gehouden.’

Soms wordt het ijzeren ritme verstoord. Maandag kon Florijn na het ophalen van zijn ontbijt zijn kamer niet in. Sleutelpasje vergeten. Via een speciale telefoon moest hij bellen naar de receptie, waar ze een nieuw exemplaar klaarlegden. Later op de dag ging het weer mis. Weer had hij het belletje en het loopje naar de receptie. ‘Zo maak je toch nog wat mee.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden