Atletiekunie benadeelt marathonlopers met scherpe kwalificatietijden

De Atletiekunie weegt onderbuikgevoelens mee bij het vaststellen van de olympische limieten voor marathonlopers. Dat beweren onderzoekers na analyse van de criteria.

Michiel Butter is acht seconden tekortgekomen om te mogen meedoen aan de Spelen van Rio. Hij wordt getroost door Abdi Nageeye die de limiet wel heeft gehaald. Beeld Klaas jan van der Weij / de Volkskrant

De Atletiekunie benadeelt lange afstandslopers door voor de marathon scherpere kwalificatietijden te hanteren dan voor andere atletiekdisciplines. De limieten worden bovendien te laat bekendgemaakt. Hierdoor zijn Michel Butter en Khalid Choukoud de Olympische Spelen misgelopen. Dat concluderen (ex-)marathonlopers Miranda Boonstra en Vivian Ruijters na analyse van de selectiecriteria.

Volgens hen is de selectiemethode van de Atletiekunie niet consequent. Ze stellen dat technisch directeur Ad Roskam onvoldoende kennis bezit van de marathon en geen rekening houdt met de forse verschillen in prestaties die horen bij het mythische loopnummer. Als de uitkomst van de rekenmethode Roskam niet bevalt past hij op grond van 'onderbuikgevoelens' de criteria eigenhandig aan, menen zij.

Roskam heeft in 2015 in een e-mail aan Boonstra erkend dat het systeem 'niet rekenkundig consistent is'. Hij dacht dat het niet mogelijk is zo'n systeem te maken, maar liet weten open te staan voor suggesties. Dat was negen dagen voordat Butter en Choukoud bij de marathon van Amsterdam respectievelijk 8 en 34 seconden te langzaam liepen om naar Rio te mogen. De nationale limiet stond op 2.11 uur, de internationale op 2.19.

Aanstoot

Roskam ontkent dat hij het marathonlopers expres moeilijk maakt en neemt aanstoot aan de term 'onderbuikgevoelens'. Limieten worden niet alleen berekend, zegt hij. Ze worden bepaald op grond van berekeningen en een weging van andere factoren: hitte, regen en het niveau van de wedstrijd.

Sportkoepel NOC*NSF en sportbonden hebben veel vrijheid om de limieten naar eigen inzicht vast te stellen. Dat is duidelijk sinds een gerechtelijke uitspraak in 2012, waarin Boonstra deelname aan de Zomerspelen van Londen probeerde af te dwingen. Ze had 8 seconden langzamer gelopen dan de limiet. Boonstra: 'NOC*NSF heeft goede juridisch adviseurs. Het is juridisch helemaal dichtgetimmerd.'

De marathonlimieten zijn al jaren onderwerp van discussie. Die verhevigde toen de internationale limiet van de internationale atletiekfederatie IAAF in de aanloop naar Rio werd versoepeld tot 2.19. Veel Europese landen hanteren een eigen limiet, die is doorgaans één tot enkele minuten soepeler dan de Nederlandse tijd van 2.11.

De gepromoveerde bewegingswetenschappers Boonstra en Ruijters ontdekten dat de criteria rekenkundig inconsequent zijn. De limieten voor sprinters, die een eigen gesubsidieerd programma hebben op Papendal, zijn soepeler dan voor marathonlopers, die nauwelijks of geen financiële ondersteuning krijgen van de bond en NOC*NSF.

Zo zou Churandy Martina niet hebben mogen meedoen aan de 100 meter als de limiet voor die afstand volgens dezelfde criteria was vastgesteld als die voor de marathon. Hij zou alleen de 200 meter en de estafette hebben gelopen. Ten minste negen andere atleten hebben eveneens voordeel genoten van limieten die soepel waren in vergelijking tot de marathon.

Als de limieten volgens een consequente rekenmethode waren bepaald, was de olympische limiet volgens Boonstra en Ruijters 2.12.26 geweest, bijna anderhalve minuut langzamer dan de 2.11. Boonstra: 'Dat de limieten op de 100 meter soepeler waren dan op de marathon blijkt uit het feit dat de beste twaalf sprinters in Rio ruimschoots hadden voldaan aan de Nederlandse limiet, terwijl vier van de beste twaalf marathonlopers volgens de Nederlandse limiet niet eens hadden mogen meedoen.'

Soepele criteria

Als de limieten op andere afstanden volgens dezelfde soepele criteria waren vastgesteld als die op de 100 meter had de Atletiekunie volgens Boonstra en Ruijters naast Butter en Choukoud drie atleten meer kunnen afvaardigen.

Het officiële uitgangspunt van NOC*NSF en de Atletiekunie is dat alle atleten een gelijke kans krijgen. Op de Zomerspelen van Rio diende iedereen een redelijke kans te hebben om bij topacht te eindigen. Volgens sportersvakbond NL Sporter moeten criteria goed gemotiveerd zijn en dienen ze niet willekeurig te worden toegepast.

Boonstra werd na het mislopen van de Zomerspelen van 2012 lid van de atletencommissie van de Atletiekunie. Ze wilde inzicht krijgen in het bepalen van de limieten en trachten ze transparanter en eenduidiger te maken. Ze schrok van wat zij ziet als gebrekkige kennis van gangbare rekenmethoden. Ook bleef het haar onmogelijk om een methode ingevoerd te krijgen die subjectieve gevoelens zouden uitsluiten.

Boonstra: 'Als wordt gesteld 'limiet is limiet', dan mag je als olympisch atleet verwachten dat ze onderbouwd kunnen worden.' Zelfs het op tijd gepubliceerd krijgen van limieten bleek lastig. Dat gebeurde enkele keren te laat voor marathonlopers. Hun voorbereiding duurt drie maanden.

Topprestatie

Om een topprestatie te kunnen leveren, is het nodig dat ze weten wat er van hen wordt verlangd. Het maakt veel verschil of een loper maandenlang traint voor de nationale limiet van 2.11 of de internationale van 2.19.

Vorige maand werd de limiet voor de WK atletiek van 2017 slechts enkele dagen voor de marathon van Amsterdam bekendgemaakt. Hij was identiek aan de olympische limiet van 2.11.00. Choukoud liep opnieuw net te langzaam: 2.11.23. Roskam erkent dat de limieten eerder gepubliceerd moeten worden.

Volgens Boonstra zijn atleten uit vrees voor represailles van de bond bang om de juistheid van de limieten ter discussie te stellen. Het mislopen van de Spelen heeft volgens haar grote psychische gevolgen voor een atleet. 'Je hebt het gevoel dat je niet goed genoeg bent.'

Roskam ontkent dat kritiek of vragen nadelig kunnen uitpakken voor atleten. De keuze voor scherpe, gewogen limieten hangt samen met zijn overtuiging dat titeltoernooien bedoeld zijn voor de beste atleten.

Ook NOC*NSF denkt er zo over. Andere landen hebben eigen opvattingen. Roskam: 'Het WK en Olympisch Spelen zijn geen schoolreis, maar bedoeld om je te meten met de wereldtop. Dat idee pas ik zo consistent mogelijk toe.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden