Arubaanse ridder pijnigt de Yankees

Met zijn rechterarm verdient Sidney Ponson 7,5 miljoen dollar per jaar als werper in de Major League. Hij leek zijn leven te zullen slijten aan de stranden van Aruba....

Van onze verslaggever Mark van Driel

Hij geniet na in de catacomben van het kolossale stadion dat hij zaterdagavond eigenhandig stil kreeg met zijn harde en effectvolle worpen. De slagmannen van de New York Yankees liet hij geen schijn van kans. Hij gooide 109 ballen op de specialisten van de beroemde ploeg. Slechts twee man wisten een honkslag tegen hem te scoren.

`Het was een van mijn beste wedstrijden', zegt Ponson in de ruime kleedkamer, waar de sfeer na de 7-0 zege ontspannen is. Zijn ploeggenoten bereiden zich voor op de wedstrijd van zondagmiddag. Er wordt gekaart, televisie gekeken en in de keuken staan spelers eieren te bakken. De 27-jarige werper krijgt rust. Zijn arm is gewikkeld in een handdoek met ijs.

Slechts drie maal eerder in zijn loopbaan lukte het Ponson, de enige pitcher in de Major League met een Nederlands paspoort, geen enkel punt tegen te krijgen. Maar na zeven jaren van hoogte- en dieptepunten raakt hij na een geslaagd optreden niet meer buiten zinnen van geluk.

`Het is speciaal', zegt hij in het Engels, de taal waarin hij zich meer thuis voelt dan het Nederlands waarmee hij opgroeide. `Maar je mag niet te blij of te somber worden. Je moet verder.'

Ponson mag onbekend zijn in Nederland, op Aruba en in de Verenigde Staten is de blanke pitcher een ster. Hij geldt als een van de sterkste werpers van de Baltimore Orioles, die hem jaarlijks 7,5 miljoen dollar betalen. Daarmee kan hij zich meten met Nederlandse topvoetballers, wier namen hem niets zeggen.

Ruud van Nistelrooij? Dennis Bergkamp? Ze doen in de kleedkamer van het Yankees-stadion geen belletje rinkelen, al zegt Ponson geregeld met zijn makkers naar voetbal te kijken als hij

's winters op Aruba is. Grijnzend: `Als Nederland speelt gaan we naar de Dutch Bar. Daar kost Heineken maar een dollar. Ja, ik ben dol op voetbal.'

Ponson groeide op zonder te denken dat hij met honkbal geld en roem zou kunnen vergaren, laat staan dat de sport hem een koninklijke onderscheiding zou opleveren. Vorig jaar werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau wegens zijn sportieve verdiensten.

`Ik was een straatjongen', zegt hij vrolijk. Hij leek voor galg en rad op te groeien. Ambities had hij niet. Aan Aruba had hij genoeg. `Het is een fijn, relaxed eiland. Ik ging elke dag naar het strand. Beetje duiken, beetje windsurfen, beetje volleyballen. Tot mijn zestiende gaf ik niet veel om honkbal. Pas toen ben er aan gaan werken.'

Een scout van de Orioles herkende het talent van de tiener en stoomde hem klaar voor een profloopbaan. Ponson begrijpt nog steeds niet waaraan hij zijn fortuin te danken heeft. `Zonder honkbal had ik nog rondgehangen op het strand. Ik was een beach bum geweest. Mijn rechterarm is een geschenk. Ik ben gezegend.'

Zijn arm geeft Ponson vrijheid. Zolang hij slagmannen op het verkeerde been zet, worden zijn uitspattingen buiten het veld hem vergeven. Uit zijn eigen woorden valt op te maken dat hij bepaald geen sober levende atleet is.

Van wedstrijden tegen Cuba, waar de Baltimare Orioles vijf jaar geleden in het kader van `honkbaldiplomatie' te gast waren bij Fidel Castro, herinnert hij zich niets. `Ik was heel dronken, heel dronken.'

In Amsterdam, waar hij drie jaar geleden anoniem over straat zwierf, bezocht hij een coffeeshop. Voor marihuana? `Ik heb het geprobeerd. Ik wilde het ervaren. Ik had het nooit eerder gedaan. Ik wilde het één keer proberen. Of ik het nooit meer doe? Dat zeg ik niet.'

Zijn liefde voor voedsel is Ponson evenmin een zorg, al krijgt hij bij mindere prestaties steevast kritiek op zijn gewicht. Hij meet nauwelijks 1.85 meter, maar weegt 120 kilo. Hij is zelfs meer dan 130 kilo geweest, ondanks bezoeken aan de fat farm, een instelling waar atleten gezond leren eten.

`Ik win, dus niemand heeft het erover', stelt hij. `Je kunt 150 kilo wegen, als je wint maakt het niet uit. Ik denk dat ik beter gooi als ik zwaar ben.'

Hoewel Ponson zijn bestaan als werper slopend noemt, wil hij nog zes jaar in de Major League spelen. Daarna keert hij terug naar Aruba, waar hij momenteel een sportcentrum laat bouwen voor de achtergestelde jeugd. Naar eigen zeggen is hij een rolmodel. Hij bezoekt scholen en houdt jongeren voor dat ze hun diploma moeten halen.

Ponson hoopt zich tegen die tijd ook te kunnen inzetten voor het Nederlandse team. Hij is meermaals gevraagd, maar kan zich niet vrijmaken van zijn club. `Als ik officieel met pensioen ben kan het', zegt hij zonder ironie.

Hij haalt de ijshanddoek van zijn vermoeide arm, die door de kou rood is gekleurd. `Ik zou heel graag de Spelen nog eens meemaken.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden