Interview Tom Okker

Arthur Ashe besefte meteen na zijn US Opentitel in 1968: een bekende tenniskampioen zal gehoord worden als burgerrechtenactivist

Arthur Ashe. Beeld Bettmann Archive

De Amerikaanse tennisser Arthur Ashe won 50 jaar geleden de US Open. Hij groeide uit tot een invloedrijke burgerrechtenactivist. Wat als hij die septemberdag in 1968 niet beter was geweest dan Tom Okker, zijn Nederlandse tegenstander? ‘Nu ben ik een kampioen en zullen de mensen naar mij luisteren.’

Aan het begin van de US Open in New York, op maandagavond 27 augustus, loopt Tom Okker (74) langs het standbeeld van Arthur Ashe. Het staat naast het enorme stadion dat naar de in 1993 overleden Amerikaanse tennisser is genoemd. Mooi kan hij de bronzen versie van zijn oud-collega op Flushing Meadows niet vinden. Op een bloemenveldje staat een tamelijk gespierde gestalte. ‘Het is te robuust. Arthur was juist een slanke en elegante speler.’

Okker is op weg naar de ceremonie die de 50ste editie van het grandslamtoernooi markeert. Daar mag hij niet ontbreken. Op 9 september 1968 was hij het, toen 24, die het op een warme en vochtige maandag in de finale opnam tegen de één jaar oudere Ashe, destijds nog op het gras van Forest Hills in Queens. Hij verloor in een vijfsetter: 14-12, 5-7, 6-3, 3-6, 6-3.

The Flying Dutchman krijgt in het Arthur Ashe-stadion een ereplaats toegewezen, naast bokser Mike Tyson en vlakbij crooner Tony Bennett. Wie er ook zijn: de vrouw van Ashe, fotografe Jeanne Moutoussamy, en Johnnie, de jongere broer van Arthur. Het weerzien raakt Okker. Terug in zijn kunstgalerie naast zijn woning in Hazerswoude-Dorp: ‘Johnnie heeft precies de ingetogen lach die Arthur ook had.’

De ceremonie is meer dan het ronden van de klip van een halve eeuw. Die septemberdag in ’68 staan niet alleen de sportieve eer en het prijzengeld van 14.000 dollar op het spel. Ashe kan de eerste zwarte speler worden die de meest prestigieuze tenniswedstrijd in de Verenigde Staten op zijn naam kan schrijven. Bij de vrouwen had Althea Gibson (1927-2003) in 1956 al een barrière geslecht door Roland Garros te winnen.

Martin Luther King

1968 is een jaar vol protesten tegen de achterstelling van de Afro-Amerikanen. In april wordt dominee Martin Luther King, prominent voorvechter van de burgerrechtenbeweging, op het balkon van een hotel in Memphis doodgeschoten. Hevige rellen breken daarna uit. Een maand na de finale op Forest Hills ballen twee Amerikaanse atleten op de Olympische Spelen in Mexico op het podium de gehandschoende vuist – het symbool van de Black Powerbeweging.

Ashe zelf heeft al de eerste voorzichtige schreden op het pad van het activisme gezet. In februari ontving hij een brief van King. ‘Je eminentie in de sportwereld draagt bij aan autoriteit en verantwoordelijkheid. Het zou bemoedigend zijn als je deze eigenschappen wilt inzetten voor onze beweging.’ Een maand later sprak hij op uitnodiging in de Church of the Redeemer in Washington. Zijn woorden waren voorzichtig, zoals ze vaker voorzichtig zouden zijn. Zwarte atleten moeten zich verbonden voelen met hun gemeenschap. Hij vroeg geduld. ‘Wat we vandaag doen, zal niet eerder dan twee of drie generaties later vrucht afwerpen.’

Dat Ashe zich begint te roeren, is zijn tegenstander op 9 september ontgaan. Okker: ‘Hij sprak er nooit over met andere tennissers. Nooit.’ Hij kende hem toch al langer. Ze waren elkaar in 1964 tegen het lijf gelopen in Australië. Dat hij destijds als enige zwarte speler deel uitmaakte van het Amerikaanse Davis Cupteam, kwam Okker niet als bijzonder voor. ‘Hij was voor mij one of the boys, een vriendengroep waarmee je de wereld rondreisde.’ Hij trok meer op met Marty Riessen, met wie hij later een geduchte dubbel vormde.

Het is louter de wedstrijd die hem die dag bezighoudt. ‘Ik vond het altijd vervelend om tegen Arthur te spelen. Hij had een harde en moeilijk te lezen service, een harde en vlakke backhand, een harde return. Hij hield de rally’s graag kort. Het was vaak: boem, afgelopen.’

Beiden zijn in vorm. Okker, fameus wegens zijn snelheid, is als achtste geplaatst. Hij had dat jaar al zes toernooien gewonnen. Ashe, nummer vijf, haalde het jaar eerder de halve finale op Wimbledon en was net Amerikaans kampioen bij de amateurs geworden. Vanwege die status – hij is in het dagelijks leven luitenant in het Amerikaanse leger – zal hij geen aanspraak kunnen maken op het prijzengeld. Dat is al bij voorbaat vergeven aan de Nederlander, die dan semiprof is.

Arthur Ashe houdt zijn prijs omhoog nadat hij Tom Okker heeft verslagen op de U.S. Open in Forrest Hills. Ashe speelde als eerste Afro-Amerikaanse tennisspeler voor het Davis Cup team en won ook als eerste Afro-Amerikaanse speler de U.S. Open en Wimbledon. Beeld Walter Kelleher/Getty Images

Wit bastion

Ashe groeide op in Richmond, Virginia, de voormalige hoofdstad van de Confederatie van Zuidelijke Staten, waar segregatie nog een alledaags verschijnsel was. Hij sloeg zijn eerste ballen op Brook Fields waar zijn vader conciërge was. Het veel fraaiere Byrd Park was taboe: whites only. In zijn laatste highschool-jaar week hij uit naar Saint Louis om tegen betere tegenstanders te kunnen spelen. Maar ook daar werd hij op privéclubs nog wel eens weg gescholden of aangesproken als ‘boy’ of ‘son’. Een prijsuitreiking werd afgelast toen hij met een donkere jongen de finale haalde. Tennis was een wit en welgesteld bastion.

De wedstrijd in Queens gaat op en neer, maar het is Okker die voortdurend tegen een achterstand aankijkt. Hij keert Ashe bij wijze van grap de rug toe als die wil serveren. ‘Dat was waarschijnlijk nadat ik drie aces om de oren had gekregen. Doe er nog maar een, dan.’ In de eerste game van de vijfde set heeft hij een breakpunt. ‘Dat was mijn enige kansje. Zoveel kreeg je er niet van hem op gras. Ik geloof dat hij ’m weg serveerde.’

Okker is erbij als Ashe enkele jaren daarna voor het eerst in Zuid-Afrika speelt. In 1969 was de Amerikaan wegens zijn huidskleur een visum geweigerd. Hij probeert het nog drie keer en krijgt in 1973 na bemiddeling van een promotor toch toestemming om er te spelen. Op Ellis Park in Johannesburg winnen ze de dubbel. ‘Het was plezierig spelen met hem. Alleen moest hij niet gaan proberen ineens met gevoel te spelen. Gewoon fucking hard blijven slaan, zei ik. Dat vinden je tegenstanders onplezierig. Als iemand dat wist, was ik dat wel.’

Volgens Okker houdt de Amerikaan tijdens het verblijf zijn sportieve en maatschappelijke inzet strikt gescheiden. Dat hij zwarte leiders ontmoet en naar Soweto gaat, komt in de kleedkamers niet ter sprake. Zijn bezoek is omstreden: hij zou het bestaande gezag legitimeren. Hij krijgt het verwijt dat hem ook in de Verenigde Staten geregeld wordt voorgehouden: als een Uncle Tom buigt hij mee met de blanken.

Arthur Ashe en Tom Okker verlaten samen het veld. Beeld John G. Zimmerman /Sports Illustrated/Getty Images

Sun City

Okker snapt wel waarom hij ging. ‘Zo kon hij zelf zien wat er allemaal mis was.’ Hij gebruikte eenzelfde argument, toen er politiek protest was tegen Okkers aanwezigheid bij de opening in 1979 van Sun City, een luxe resort in een enclave waar alleen blanken welkom waren. ‘Als je daar bent, kun je tenminste wat zeggen als je iets niet bevalt. Als je thuisblijft, kun je niks zeggen.’

Op Forest Hills serveert Ashe voor de wedstrijd. Hij beantwoordt de return aan het net met een backhandvolley. De bal stuitert links in het achterveld en is zelfs voor de snelle Okker niet meer te achterhalen. Boem, afgelopen. Ashe schudt aan het net de hand van de Nederlander. Hij legt zijn arm om diens schouders. Okker: ‘Tja, wat zeg je dan. Well played.’ Dat hij de 14.000 dollar krijgt en Ashe een onkostenvergoeding, zit hem niet dwars. ‘Al voor de finale ging het verhaal dat hoofdsponsor Philip Morris Ashe een pakket aandelen zou schenken met vergelijkbare waarde.’

Twee uur na zijn zege belt Ashe met broer Johnnie. Die was juist teruggekeerd uit Vietnam – hij zou er twee keer naartoe gaan om te voorkomen dat Arthur er moest vechten. Johnnie zegt: ‘Hé broer, het is je gelukt.’ Ashe antwoordt niet met een analyse van de wedstrijd, maar kijkt meteen naar de toekomst. ‘Nu ben ik een kampioen en de mensen zullen naar mij luisteren.’ Een week later is hij als eerste atleet te gast in het tv-programma Face the Nation en zit kort daarna in The Bishop Show. Hij zou het later nog een keer verklaren: ‘Niemand luistert naar een verliezer.’ In 1970 wint hij de Australian Open, in 1975 Wimbledon.

Okker beseft de implicaties van de zege in 1968 niet meteen. ‘Het was niet aan de orde, ik heb er andere spelers ook nooit over gehoord. Ik heb me pas veel later weleens afgevraagd wat er van hem was geworden als hij die dag van mij had verloren. Ik zag natuurlijk dat mensen tegen hem opkeken. Hij kreeg veel publiciteit. Zonder die winst was het toch een wat moeilijker verhaal geworden.’

Apartheid

Ashe laat zich vanaf dat moment kritisch uit over de achterstelling van Afro-Amerikanen, is betrokken bij acties tegen de apartheid in Zuid-Afrika en ijvert voor terugtrekking uit de Vietnamoorlog. Hij stimuleert ook de aanleg van tennisparken in arme wijken. Okker volgt het op afstand.

‘Hij voelde zich schuldig, denk ik. Hij was groot geworden in een witte sport en zat nu in een positie waarin hij daadwerkelijk wat kon betekenen. Maar intussen moest hij natuurlijk wel goed blijven tennissen. Dat was nummer één. Als dat verslapte, verloor hij zijn stem.’ Okker zag Ashe in zijn protesten nooit de grens opzoeken. Barricaden en provocatie pasten niet bij hem. ‘Het was een heel fatsoenlijke jongen. Heel stil, eigenlijk. Hij zat altijd The New York Times te lezen, of een boek.’

Zijn betekenis wordt nog geregeld onderstreept. Vorige maand verscheen een kloeke biografie, Arthur Ashe, A life van Raymond Arsenault. In een bespreking bestempelde The New York Times de tennisser tot de geestelijke vader van Colin Kaepernick, de voormalige quarterback van de San Francisco 49-ers die in 2016 als eerste knielde tijdens het spelen van het Amerikaanse volkslied als protest tegen discriminatie en politiegeweld.

Muhammed Ali

In oktober van dat jaar noemde toenmalig president Barack Obama op de zender ESPN Ashe in één adem met bokser Muhammed Ali, al waren ze op eerste oog tegenpolen. Ali was ‘lawaaiig, een bigger than life-persoonlijkheid, door velen gezien als een lastpak en anti-Amerikaans’. Ashe ‘sprak netjes, vervoegde keurig de werkwoorden en zag eruit als een professor’. Beiden waren volgens hem effectief. Waar Ali Afro-Amerikanen trots maakte, verleende Ashe hen waardigheid.

In de jaren zeventig kruisen de paden van Ashe en Okker elkaar nog geregeld. In tientallen confrontaties wint meestal de Amerikaan, zeker op snelle ondergrond. Buiten de toernooien is er weinig contact. Wel logeert Ashe in 1976 bij Okker thuis tijdens het ABN-Amro-toernooi in Rotterdam. De gast verslaat de gastheer in de finale.

Ashe overlijdt in 1993 aan de gevolgen van aids. Tijdens een hartoperatie was hem besmet bloed toegediend. Voor zijn dood onderhouden Ashe en Okker nog een korte briefwisseling, waarin ze herinneringen ophalen. Hij moet nog vaak aan hem denken als hij zijn huis binnenkomt. Tijdens het verblijf in 1976 in Hazerswoude had hij hem nog gewaarschuwd: als je te veel druk uitoefent op de voordeur, raakt je vinger bekneld. Ashe zat de volgende ochtend met een gehavende hand in de keuken. Okker: ‘Als ik de deur open, denk ik nog altijd: hier heeft Arthurs vinger tussen gezeten.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.