Profiel Arie Koops

Arie Koops neemt afscheid, hier vijf van zijn verdiensten op een rijtje

Arie Koops (55) neemt donderdag na 12 jaar afscheid als technisch directeur van schaatsbond KNSB. Zijn succesperiode in vijf delen.

Foto OrangePictures

1. 51 medailles

Zwemcoach Jacco Verhaeren verwierf tussen 2000 en 2010 grote faam met tien gouden olympische medailles voor zwemmers. Arie Koops mag een ander rijtje aanvoeren. Hij was bij drie Winterspelen als technisch directeur eindverantwoordelijk voor de Nederlandse schaatsers. Zijn teams haalden in Vancouver (2010), Sotsji (2014) en

Pyeongchang (2018) 19 gouden medailles, op een totaal van 51 olympische plakken.

Voor zijn aantreden als topsportmanager, in 2006, had Koops met schaatsers als Leo Visser, Jac Orie, Yvonne van Gennip en het Sanex-team van Rintje Ritsma gewerkt. Hij was conditietrainer en bondscoach geweest.

Bij de schaatsbond schreef hij topsportplannen en hij had een voorname rol in het bewaren van de lieve vrede tussen de vele commerciële teams.

Hij kreeg vaak het verwijt zijn oren te veel te laten hangen naar de topteams. De medailles bewezen het gelijk van die houding.

2. Meesterlijke matrix

De samenstelling van olympische ploegen veroorzaakt van oudsher veel onrust. Koops maakte daar in 2010 een eind aan door een neutraal model in te stellen, de prestatiematrix. De matrix was berekend door econometristen van de universiteit van Groningen (RuG). De hamvraag was steeds: hoe groot was de medaillekans van een Nederlandse schaatser op een specifieke afstand? Het ging om de aanwijsvolgorde. Welke rijders, tien in getal, moesten sowieso mee en welke rijders konden, wegens beperkte medaillekansen, wel thuis worden gelaten. De medailleopbrengst van de langebaanploeg steeg vervolgens met sprongen: van 7 in Vancouver naar 23 en 16 in de volgende twee edities.

3. Gouden ploegachtervolging

In 2006 werd als olympisch schaatsonderdeel de ploegachtervolging ingesteld. Nederland zou met de beste schaatsers ter wereld dat nummer dienen te overheersen. Daar kwam het in 2006 en 2010 niet van. In 2014 moest het gebeuren. Koops nam die coachtaak op zich. Hij wist de commerciële teams achter zich te krijgen en wees Sven Kramer en Ireen Wüst aan als de gangmakers van de drietallen. In Sotsji wonnen beide ploegen voor het eerst goud, ondanks een rel bij de mannen. Reserve Jorrit Bergsma trok zich ontevreden terug, maar dat bleek geen invloed te hebben op het eindresultaat. Kramer sleurde Jan Blokhuijsen en Koen Verweij ook naar goud. Ook het vrouwenteam, met Wüst, Jorien ter Mors, Lotte van Beek en Marrit Leenstra, bleek onverslaanbaar.

4. Spectaculair shorttrack

Nederland profileerde zich vaak als belangrijkste schaatsland. Dat was het helemaal niet, zei shorttrackcoach Jeroen Otter dan. Nederland was slechts een topland in het langebaanschaatsen. Bij kunstrijden en shorttrack telde het land niet mee. Daar bracht Koops verandering in. De shorttrackers kregen een eigen trainingscentrum in Heerenveen.

In 2010 kon Koops de ervaren coach Jeroen Otter binnenhalen. Die had in het verleden al met shorttrackmanager Wilf O’Reilly een plan geschreven, waarmee de Nederlandse shorttrackers bij de wereldtop zouden kunnen aansluiten. Dat plan lukte, met vier medailles (goud, zilver, tweemaal brons) in Pyeongchang als voorlopig eindpunt en Sjinkie Knegt, Suzanne Schulting en Jorien ter Mors als boegbeelden van de spektakelsport.

Otter noemt Koops zonder mankeren ‘de architect van het Nederlandse shorttracksucces’. Het geheim: ‘Arie geeft je snel heel veel vertrouwen. En hij zorgt dat de zaak financieel op orde is. Dan kun je fijn werken.’

5. Regionale talentencentra

Arie Koops veranderde in 2014 de structuur van de schaatsbond. Het Nationaal Trainingscentrum (NTC) van Heerenveen verdween. Er kwamen zes regionale talentencentra voor in de plaats. Die leiden zeventig beloften op, veel meer dan de tien tot twaalf talenten die voorheen in Heerenveen bij Jong Oranje werden opgeleid. Die verandering was noodzakelijk, zo bleek toen de KNSB ontdekte waar de talenten vandaan kwamen.

Bij de WK junioren bleek de helft van de langebaanploeg niet uit het kostbare Jong Oranje voort te komen, maar uit andere geledingen. Koops zag dat er succes was weggelegd voor marathonrijders als Jorrit Bergsma, shorttracker als Jorien ter Mors en skeeleraars als de broers Ronald en Michel Mulder. Arie Koops laat de KNSB achter als een bond die een multidisciplinaire aanpak voorstaat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.