nieuwsEK wielrennen

Annemiek van Vleuten wint ook als het niet echt haar bedoeling is

Annemiek van Vleuten was helemaal niet van plan geweest het EK te winnen. Ze zou ‘bliksemafleider’ zijn, had ze gezegd. Ze wilde als drager van de regenboogtrui, het tricot voor de wereldkampioen, proberen een ploeggenoot aan de winst te helpen. Toch klonk aan het eind van de dag het Wilhelmus voor Van Vleuten.

Annemiek van Vleuten gaat op kop tijdens de wegrace voor vrouwen in Plouay, Frankrijk. Beeld BELGA
Annemiek van Vleuten gaat op kop tijdens de wegrace voor vrouwen in Plouay, Frankrijk.Beeld BELGA

De Nederlandse vrouwenploeg baadt in luxe. Van de acht vrouwen die in Plouay aan de start verschenen hadden er zeven al een of meerdere internationale titels behaald. Die overdaad leidt elk kampioenschap opnieuw tot dezelfde vraag: wie wordt er vandaag de kopvrouw?

De koers zou dat uitwijzen, lieten Van Vleuten en Chantal Blaak voor de start weten. Al klonk er in de woorden van Van Vleuten, de 37-jarige topper die aankondigde nog twee jaar te zullen koersen, door dat de ploeg een sprint verwachtte. Zij hadden de vruchteloze uitvalspogingen van Mathieu van der Poel in de mannenwedstrijd een dag eerder ook gezien.

Dus wilden Van Vleuten en regerend olympisch kampioen Anna van der Breggen, die maandag het EK tijdrijden op haar naam geschreven had, met vroege aanvallen proberen om de tegenstanders uit hun tent te lokken, met name de Italianen. Voor de sprint stonden Amy Pieters, de uittredend Europees kampioene, Lorena Wiebes, vorig jaar winnares van de Europese Spelen en ook Blaak, wereldkampioene in 2017, klaar om in stelling te worden gebracht. 

Maar de belangrijkste tactiek van de Nederlandse ploeg was: sloopwerk verrichten. Vanaf de eerste ronde gingen ze voortvarend te werk om de concurrentie uit te putten. Een grote valpartij in het begin van de wedstrijd, waar Blaak ook op het asfalt belandde, hielp daar onbedoeld bij. En de windvlagen en voortdurende regen maakten de wedstrijd nog een tandje zwaarder.

Met nog zo’n 40 van de 107 kilometer te gaan waren de gevolgen van de dadendrang duidelijk zichtbaar. Er was een kopgroep van iets meer dan twintig rensters met daarbij zeven Nederlanders. De rest van de 95 gestarte vrouwen wist zich al verslagen.

‘Hupsje’

Het was nog niet genoeg, vond Van Vleuten, die dit jaar vijf van de zeven wedstrijden die ze reed ook won. Ze instrueerde Pieters om in haar wiel te zitten en mee te demarreren op een ‘hupsje’ in het parcours. ‘Dan kon zij om me heen kletsen.’ Maar de sprintster zat er niet. Het was juist Van Vleuten die om iemand heen kon kletsen, toen een paar meter voor haar Marianne Vos demarreerde, op exact hetzelfde moment als zij haar aanval plaatste.

Het extra beetje snelheid dat Van Vleuten vanachter Vos, de meest gedecoreerde renster van de ploeg, meenam deed bijna iedereen de das om. Alleen de Italiaanse Elisa Longo Borghini en de Poolse Kasia Niewiadoma konden mee. In de groep erachter overlegden Blaak en Van der Breggen wat te doen. De conclusie? Blaak: ‘Er moest er nog eentje bij zitten.’

In de kopgroep had Van Vleuten hetzelfde bedacht. Dat de Poolse goed kon sprinten, wist ze nog van de Amstel Gold Race van vorig jaar, toen Niewiadoma haar versloeg. ‘En bij mij was het beste er al wel af omdat ik al zo vroeg de koers hard had gemaakt.’ Van Vleuten ging in het laatste wiel zitten en wachtte op versterking.

Het was koerskapitein Blaak zelf die de oversteek maakte. Ogenschijnlijk moeiteloos dichtte ze het gat van 22 seconden. ‘Vanaf dat moment reden we voor Chantal’, vertelde Van Vleuten na afloop. ‘Ik reed echt op kop voor haar omdat zij de rapste is.’

Het is een klassieke tactiek. De minste sprinter offert zich op voor de rappere ploeggenoot. Maar het was buiten de aanvalslust van Longo Borghini gerekend. De Italiaanse wist dat ze met Blaak erbij geen kans had en demarreerde in de slotronde. En Blaak kon niet mee.

Even later keerde de Nederlandse toch nog terug bij de andere drie. ‘Steady rijden’, was haar opdracht aan Van Vleuten. ‘Want zij kent haar eigen krachten niet.’ Maar toen Longo Borghini nogmaals aanviel en Blaak weer moest passen kon Van Vleuten niet anders dan zonder haar ploeggenoot het gaatje dichten. Ondertussen ging Niewiadoma ook overboord.

‘Dat deed Annemiek heel goed, want ze kon beter met Longo Borghini doorrijden dan het risico lopen dat Niewiadoma terug zou komen’, zei Blaak die vlak achter de Poolse vierde werd en daarvan baalde. ‘Ik had een hele grote kans gemaakt op de zege. Maar ik had gewoon niet moeten lossen.’

Van Vleuten had gedacht als knecht te kunnen rijden, maar de koers had haar tot kopvrouw gemaakt. Bevrijd van de Poolse wist ze dat het goed zat. Longo Borghini is normaal geen bedreiging in de spurt. En dat bleek, want ook al ging Van Vleuten te vroeg de sprint aan – ‘een beetje dom’ – ze kwam met ruime voorsprong over de meet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden