Ronde van Vlaanderen Vrouwen

Annemiek van Vleuten komt net tekort in eindsprint en wordt tweede

Marta Bastianelli (Italië) houdt de beker omhoog. Links Annemiek van Vleuten, die tweede werd, en rechts de Deense Cecilie Uttrup. Beeld AP

Het decor kon haast niet mooier, zei Annemiek van Vleuten over de Ronde van Vlaanderen. De zon scheen, massa’s wielerfans hadden zich langs het 159 kilometer lange parcours verzameld voor een van de belangrijkste vrouwenkoersen van het jaar. Bovendien beleefde Van Vleuten in 2011 haar doorbraak in de Ronde. Het was haar eerste grote overwinning. Daar realiseerde ze zich voor het eerst: ik ben wielrenner.

Daarom ook had ze zo graag gewonnen zondag. Maar dan moest ze in de finale wel van Europees kampioen Marta Bastianelli af zien te komen. Van Vleuten was haar de afgelopen jaren wel vaker tegengekomen. De Italiaanse won vorig jaar al Gent-Wevelgem en de Brabantse Pijl. In haar hoofd maakte Van Vleuten de berekening: van de 100 sprintjes die ik tegen haar doe, verlies ik er 99. Of misschien zelfs wel 100.

Een ultieme poging in de laatste paar honderd meter bleek niet genoeg. Bastianelli dook precies op het juiste moment achter de Nederlandse tijdritspecialist aan. Ze bewaarde de rust. Ook zij wist: ik win er 99 van 100. Van Vleuten werd tweede.

‘Helaas was het vandaag niet zwaar genoeg’, was de gelaten conclusie van Van Vleuten, die sinds de zege in 2011 veel grote wedstrijden won. Haar carrière wordt ook gekleurd door een aantal indrukwekkende comebacks. Het goud was dichtbij in Rio de Janeiro drie jaar geleden, maar daar viel ze hard in de afdaling. Op de WK vorig jaar was er opnieuw een zware valpartij: knieschijf gebroken.

Was ze wel op tijd hersteld van die blessure om dit voorjaar weer mee te kunnen doen om de prijzen? Het antwoord kwam al begin maart tijdens de Strade Bianche, een eendagswedstrijd in de Toscaanse heuvels. Die overwinning werd door de fans van haar ploeg verkozen tot de mooiste van het afgelopen jaar. Mooier dan de Vuelta-zege van Simon Yates.

Met Yates en zijn broer Adam ging ze in januari op trainingskamp. Een ‘episch trainingskamp’, zei ze daarover. Ook wel een ‘mini-Tour de France’. Er was niets van gelogen: ze fietste in negen dagen van het Portugese Faro naar het Spaanse Roquetas de Mar. In totaal reed ze zo’n 30.000 hoogtemeters.

Van Vleuten hield een blog bij, waar de verbazing uit af te lezen was. ‘Mijn doel daar was om te kijken hoe ik het zou doen. Om te zien hoe mijn knie zou voelen. Ik had slechts zes weken getraind toen ik mij bij de jongens aansloot. Ik was bang dat het te veel voor me zou zijn.’

De komende weken komen er nog kansen voor Van Vleuten, in de Amstel Gold Race en Luik-Bastenaken-Luik. In beide wedstrijden werd ze al eens derde. Ook niet onbelangrijk: de echte sprinters zal ze daar niet tegenkomen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden