Amerikaans exhibitionisme van de bovenste plank

Wie wint, is de beste. In de Super Bowl, morgennacht in San Diego, gaat het om veel meer dan dat....

TIM OVERDIEK

MIKE SHANAHAN had het nog zo gezegd. Geen pottenkijkers. En wat schetste dinsdagochtend zijn verbazing? Hing er plotsklaps een helikopter boven het trainingsveld, met duidelijk zichtbaar een camera die de supergeheime wedstrijdtactiek registreerde. De hoofdcoach van Denver Broncos ontplofte zowat.

Het was weer eens wat anders dan de kwajongensachtige fotograaf van de plaatselijke courant, die zich voor die ene exclusieve plaat in de bosjes had weten te nestelen. Wie binnen schootsafstand van de Super Bowl-finalist wilde komen, moest van betere huize komen. De helikopter dus.

Het was een van de onvermijdelijke incidenten die zich nu eenmaal in de nerveuze dagen voor de wedstrijd voltrekken. Er staat veel op het spel voor Denver Broncos en Green Bay Packers, die zich het liefst in anonimiteit voorbereiden. Wat hen betreft valt er niets te melden. Het volk daarentegen is hongerig naar het wel en wee van de gladiatoren.

De Super Bowl is Amerikaans exhibitionisme van de bovenste plank. De paparazzi-achtige spionagevlucht was in wezen nog maar een onschuldig tafereel. Een voetnoot in een week opgeklopte gebeurtenissen. Harald Hasselbach moest er verschrikkelijk om lachen. Wat moet je anders? 'De hectiek is enorm. Je moet het nemen zoals het komt, en alles meteen weer van je af laten glijden.' De Nederlandse verdediger van de Broncos probeerde deze week zijn normale patroon te volgen. De verlokkingen van San Diego, dat bruist van festiviteiten, waren ook tot het zwaar bewaakte hotel in de Californische heuvels doorgedrongen. Samen met enkele collega's vleide Hasselbach zich naar goed spelersgebruik in een limousine en liet zich in de avonduren rondtoeren. Even sfeer proeven.

Het is zijn eerste Super Bowl, en niet alleen als speler. Normaliter laat Hasselbach de bewierookte wedstrijd volledig aan zich voorbij gaan. Hij zegt volstrekt ongeïnteresseerd te zijn. Kijk naar de geschiedenis van het 32 jaar oude evenement. Meestal ontpopt het duel zich door overduidelijk krachtsverschil al snel als een sportieve afknapper, die de massale opwinding vooraf amper rechtvaardigt.

Het is dat zijn echtgenote zo'n hartstochtelijke football-fan is, anders ging thuis in Denver niet eens de televisie aan. Laat ze dat trouwens niet merken in Colorado's hoofdstad, want American football vormt er het bloed dat het stedelijk hart sneller doet kloppen. Broncomania is een genetische afwijking. Hasselbach probeert zich van de grenzeloze idolatrie te distantiëren, want zo bijzonder voelt-ie zich niet.

'Mensen denken dat wij een buitengewoon leven leiden', zegt de geboren Amsterdammer (30) over de verafgoding. 'Het is allemaal heel gewoon wat wij doen. We spelen een spelletje.' Hij geeft toe dat het, zeker deze week, lastig is om die overtuiging vol te houden. 'Soms denk je bij jezelf, wow, toch wel heel erg speciaal wat er gebeurt. Maar dan grijp ik meteen in. Ik sta mezelf die gedachte niet toe.'

Niet voor niets voelt Hasselbach zich 'een rasechte Nederlander', ondanks omzwervingen in zijn jeugd die hem over de hele wereld voerden. Op zijn dertiende vestigde zijn familie zich definitief in Vancouver. 'Laten we sport niet belangrijker maken dan het is. Dat is toch typisch Nederlands?

Tijdens de dagelijkse perspraatjes babbelde Hasselbach desondanks braaf mee met de naar plattitudes hunkerende scribenten. Inderdaad, de Broncos zijn hier om een enorme schuld aan de stad Denver in te lossen, knikte hij. En absoluut, als iemand de overwinning verdiende, dan was het John Elway, de 37-jarige quarterback die driemaal naast de Super Bowl greep.

Poëtische gerechtigheid, schreef de Denver Post - niet als enige - in een hoofdredactioneel commentaar. Dat is waar Elway in San Diego naar op zoek schijnt te zijn. De spelverdeler heeft talrijke records op zijn naam geschreven, verdient meer geld dan God en wordt onmiddellijk na beëindiging van zijn carrière door zijn aanbidders naar de Football Hall of Fame gedragen. Maar poëtische gerechtigheid?

Wie wint, is de beste. En zo is het. Zo makkelijk kom je er met de Super Bowl echter niet vanaf. Vier keer reikte Denver Broncos tot de eindstrijd, en telkens bleef de hoofdprijs buiten bereik. Met vernietigende cijfers trouwens. Daar zit iets mysterieus achter. Kan niet anders. Wat de werkelijke lotsbestemming van Denver zal zijn, blijkt morgen bij de vijfde trip naar de Super Bowl.

Buffalo Bills is de enige andere club die in vier pogingen even vaak de Super Bowl verloor, en die onfortuinlijkheid reflecteert onmiskenbaar op de gemeenschap. Buffalo geldt als de football-oksel van de Verenigde Staten, de ultieme verliezer. They stink, en de stad dus ook. Tenzij het tegendeel wordt aangetoond.

Dat is wat Denver nu te doen staat. Afrekenen met de pijnlijke wetenschap dat het karwei op het allerlaatste moment niet wordt afgemaakt. Mislukt die missie, dan wordt overal in de Verenigde Staten op maandagochtend meesmuilend over die hardnekkige druiloren uit Colorado gesproken. Van Californië tot Maine, van Florida tot Alaska.

Meer dan honkbal, dat alom wordt beschouwd als America's pastime (het favoriete tijdverdrijf), geldt professioneel American football als de nationale sport. Honkbal is door de jaren heen trouw gebleven aan de regionale binding, waar football dank zij het hulpmiddel televisie een landelijke uitstraling kreeg.

American football en televisie lijken voor elkaar geschapen. De wedstrijd heeft een begin, een pauze en een eind, en dat alles haarfijn afgescheiden door een onverbiddelijke wedstrijdklok (en de reclameblokken). Honkbal daarentegen kan na negen innings tot in eeuwigheid doorgaan.

De stadionbeleving verschilt wezenlijk. Niets overtreft bij honkbal het geluid van de knuppel die de bal toucheert. American football is op zijn best wanneer een belangrijk spelmoment vanuit alle denkbare hoeken wordt herhaald en uitentreuren door de tv-commentator en pa op de bank wordt geanalyseerd.

De zondagsrust wordt in menig Amerikaans gezin voor de buis genoten. Hoe meer American football, hoe tevredener de familie. Televisiemaatschappijen weten dat, en de recente verkoop van de televisierechten van de National Football League onderschrijft dat. Vier zenders betalen de komende acht jaar gezamenlijk 17,6 miljard dollar voor de exclusieve beelden. Geen enkel televisiecontract voor een concurrerende sport benadert dit bedrag.

Om die reden wordt de Super Bowl ook zo gekoesterd als Amerika's schatkist. Een gebeurtenis die zoveel kijkers kan verleiden en zoveel geld kan genereren, moet wel van bijzondere allure zijn. Morgen schakelen 800 miljoen mensen uit 188 landen in op de wedstrijd. Een Amerikaans reclamespotje van dertig seconden kost 1,3 miljoen dollar. Een record, maar dat spreekt voor zich. Elk jaar is het citius, altius en fortius.

San Diego waant zich dit weekeinde het middelpunt van het universum, en degene die het zich kan veroorloven, is naar zuidelijk Californië afgereisd. De zeshonderd privé-jets die deze dagen plaatselijke luchtverkeersleiders hoofdbrekens bezorgen, geven aan dat de Super Bowl niet alleen een sportief hoogtepunt is, maar ook en vooral het meest populaire bedrijfsuitstapje.

Op ademen wordt in San Diego geen (aftrekbare) Super Bowl-belasting geheven. Veel scheelt het niet. Kinderen zijn van harte welkom om met American football kennis te maken. In een pretpark nabij Qualcomm Stadium (vernoemd naar een sponsor) kan hun speelsheid aardig in de papieren lopen. De variëteit aan commerciële activiteiten degradeert de Olympische Spelen in Atlanta '96 tot een amateuristisch festijn.

Onlangs wijdde Esquire een essay aan de vraag of American football er nog wel werkelijk toe doet. De National Football League zou te verzakelijkt zijn geworden, en de Super Bowl een schaamteloze vertoning van de werkelijke intenties: Zoveel mogelijk geld verdienen. De oprechte passie onder spelers lijkt verdwenen.

Dat is niets nieuws. Enige troost valt wellicht te putten uit de charismatische oorspronkelijkheid van titelverdediger Green Bay Packers, dat wordt beschouwd als het museumstuk van de NFL. Het is verbluffend dat het stadje in Wisconsin zo'n dominante rol kan vervullen. Een gedreven lokale gemeenschap, met zakelijk instinct, is daar grotendeels verantwoordelijk voor.

In 1950 voorkwam een openbare verkoop dat de club naar Milwaukee zou verhuizen. Welgeteld 1.915 inwoners kochten 4.634 aandelen à 25 dollar per stuk. Anno 1998 wordt de waarde van de Packers op 166 miljoen dollar geschat. Het is slechts een papieren rijkdom. Winst vloeit terug in de organisatie en dividend wordt niet uitgekeerd.

Dat Green Bay kan concurreren met kapitaalkrachtige steden als Dallas en Denver, is mede te danken aan de verdeelsleutel die de National Football League hanteert. Ruim zestig procent van alle inkomsten, onder meer uit televisierechten, wordt gelijkelijk verdeeld over de clubs, ongeacht het aandeel in de competitie.

Zonder die garantie-uitkering waren de Packers onherroepelijk aan een vijandige overname ten prooi gevallen. Nu kijkt Amerika vertederd toe hoe die kleine dreumes is uitgegroeid tot zo'n sportieve reus en een tastbare herinnering blijft vormen aan lang vervlogen tijden.

De Packers-aanhang uit de zuivelstaat geniet landelijke bekendheid als 'kaaskoppen', reist het land door met schuimrubberen kaaspunten op het hoofd. In 1966 en '67 won Green Bay de eerste twee edities van de Super Bowl. Dat gebeurde onder leiding van Vince Lombardi, die bij zijn overlijden in 1970 de meest succesvolle coach was met 105 overwinningen, 35 nederlagen en zes gelijke spelen.

Naar Lombardi is de Super Bowl-trofee vernoemd. Het is een subtiele verwijzing naar een tijdperk waarin het commerciële omhulsel nog niet bestond en waarin American football, om met de nuchtere Amsterdammer Harald Hasselbach te spreken, 'een spelletje' was.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden